Exit Buck

MET DE WETENSCHAPPELIJKE VAL van prof. dr. H. M. Buck uit Eindhoven, zoals gisteren bekendgemaakt, komt een navrant einde aan een onderzoek dat in Nederland uniek is door de publicitaire aandacht die er aan gegeven is. Het wondermiddel-in-de-dop dat zo vroegtijdig en met veel fanfare werd gepresenteerd als een kansrijk middel tegen 's werelds snelst groeiende epidemie - AIDS - bleek niet eens in aantoonbare hoeveelheden in de geteste preparaten aanwezig.

De wijze waarop de Technische Universiteit Eindhoven haar bejubelde hoogleraar thans op een zijspoor heeft gezet, is van een ongebruikelijke hardheid. Maar na alle zelf gezochte publiciteit is dit wellicht de enig overgebleven mogelijkheid om de schade te beperken en verder gezichtsverlies te voorkomen.

Voor de Eindhovense hoogleraar is het debacle ongetwijfeld een groot persoonlijk drama. Maar hoezeer zijn onfortuinlijke lot ook tot medeleven uitnodigt, hij heeft het aan zichzelf te danken.

Het is niet in de eerste plaats het feit dat hij een ernstige wetenschappelijke fout beging, waardoor hij nu van een aantal van zijn functies wordt ontheven. En ook niet, dat een publikatie in een belangrijk tijdschrift moet worden herroepen. Vergissingen komen in het wetenschappelijke bedrijf vaker voor en kunnen worden gecorrigeerd. Nee, het is vooral de wijze waarop hij in de publiciteit trad die hem uiteindelijk de das omdoet.

DE AFFAIRE-BUCK vertoont onmiskenbare parallellen met die andere wetenschappelijke storm-in-een-glas-water van anderhalf jaar geleden: de zaak van de koude kernfusie. In beide gevallen ging het om een vermeende doorbraak van zeer groot maatschappelijk belang: bij Buck om een therapie tegen AIDS, in het geval van de koude kernfusie om de oplossing van het wereldenergievraagstuk.

In beide gevallen ontbrak in de publikatie een essentieel onderdeel van de bewijsvoering, waardoor collega-onderzoekers niet in staat waren om de experimenten te herhalen, waarmee gezondigd werd tegen een van de grondbeginselen van de wetenschappelijke publikatie. En in beide gevallen spraken de betrokken onderzoekers voor hun beurt door vooruit te lopen op toepassingen. De praktijk wijst immers uit, dat tal van middelen die in de reageerbuis veelbelovend zijn, later klinisch niet toepasbaar blijken.

De affaire-Buck kent uiteindelijk alleen maar verliezers. De betrokken onderzoekers en de Technische Universiteit Eindhoven hebben wetenschappelijk gezichtsverlies geleden. AIDS-patienten en seropositieven hebben op goed gezag valse hoop gekoesterd. Het gezaghebbende blad Science heeft een artikel gepubliceerd waarvan organisch-chemici hebben gezegd dat het nooit door een gespecialiseerd tijdschrift geaccepteerd had mogen worden. Het NOS-journaal heeft een bok geschoten met een veronderstelde wereldprimeur die achteraf een zeperd bleek te zijn. Het vertrouwen in de wetenschap is geschaad.

Om incidenten als de affaire-Buck in de toekomst te voorkomen, zou het zinvol zijn als zowel onderzoekers als de media zich beraden op de wijze waarop wetenschappelijke ontwikkelingen van potentieel maatschappelijk belang in het nieuws moeten worden gebracht. De voorstellen voor een gedragscode, zoals gedaan door de Stichting Bio-wetenschappen en Maatschappij en de HIV-Vereniging, verdienen daarbij zeker aandacht.

DE DRAMATISCHE NEERGANG van de Eindhovense hoogleraar dreigt de aandacht af te leiden van het feit, dat hij niet de enige was wiens naam boven het artikel in Science prijkte. In de wetenschap geldt dat alle auteurs van een wetenschappelijke publikatie volledig verantwoordelijk zijn. Zo er hoofdverantwoordelijken aan te wijzen zijn, dan zijn dat de eerste en de laatste auteur. Deze laatste was prof. dr. J. Goudsmit van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam.

Het is waar dat Goudsmit zich van Bucks uitspraken heeft gedistantieerd. Het is ook waar dat hij het initiatief heeft genomen voor de correctie in Science. Dit neemt niet weg, dat ook hij in dit geval weinig blijk gaf stil te staan bij de belangen van patienten en seropositieven. Veelzeggend was zijn uitspraak gisteren voor het NOS-Journaal, waarin hij niet alleen de schade voor de Nederlandse wetenschap bagatelliseerde, maar ook verklaarde dat het 'enige droevige' is 'dat er ooit een Science-publikatie gewijd is aan iets dat onjuist was'. Pijnlijk ontbrak in deze uitspraak een woord van excuus aan de de Nederlandse AIDS-patienten en seropositieven.