Egypte

Beste Femke, Als je vroeger dood ging in Egypte hoefde je niet bang te zijn dat het donker werd. Je hoefde alleen maar een rivier over te steken. Aan de andere kant van het water zou de zon weer schijnen, zoals hij thuis elke dag had geschenen. In dat nieuwe land wilden de Egyptenaren niets missen. Ze namen van alles en nog wat mee. Parfum, sieraden, brood en schoenen. In het zand hebben archeologen ook houten boten met zonneschermen teruggevonden. Die waren meestal bestemd voor koninginnen en ministers. De lichamen van de dode mensen, maar ook die van de dode buffels, de krokodillen en de poezen, moesten voor de reis goed verpakt worden in doeken en houten kisten. De mummie die je op de foto ziet heeft een masker opgekregen. Hij ziet er verkouden uit. Alleen op zijn buik aan op zijn knieen zijn nog mooie stukken stof bewaard gebleven. De rest is misschien wel door het zand weggeschuurd. In alle archeologische musea op de wereld kom je wel een mummie en zijn verpakte poes tegen, maar de meesten dragen niet zo'n mooi masker of zo'n feestpak. Die Egyptenaren hebben het trouwens wel erg bont gemaakt. In de buurt van een piramide moet zelfs een ondergrondse gang lopen waar tienduizenden mummies van ibissen worden bewaard. Een ibis is een vogel, die een beetje op een reiger lijkt. Ik hoop maar dat aan de andere kant van de rivier nu ook de zon schijnt, zodat al die mensen en beesten niet voor niets zijn ingepakt.