De dievenbedne; Het Voorval

Ik heb altijd in Amsterdam gewoond maar sinds kort woon ik in een dorp. Het dorp ligt bij de duinen en de zee. Er wonen veel honden. Maar hondepoep vind je er bijna niet, zo keurig is het in mijn dorp. En stil! 'sAvonds kan ik best een kanonskogel in de dorpsstraat afschieten zonder een kip te raken. Maar daarvoor zou ik wel eerst een kanon van het legermuseum moeten lenen want ik heb geen kanon.

In mijn hele stille en ook wel een beetje saaie dorp hoorde ik op een avond, toen het nog licht was, ineens een oorverdovend lawaai. Daar keek ik van op. Er klonk een vreemd gekrijs en geschreeuw alsof ik in het oerwoud was in plaats van in de huiskamer.

Nieuwsgierig keek ik naar buiten om te zien of ik herrieschoppers kon ontdekken. Op straat liepen een wit poedeltje met een zwart fluwelen strikje op zijn hoofd en een meneer. Bij de vijver in het plantsoentje stond een reiger te vissen. Die meneer en die reiger maakten geen oerwoudgeluiden en het poedeltje blafte niet.

Ik besloot dus op verder onderzoek uit te gaan op het balkon, dat uitkijkt op een pad met lage huizen, bomen, tuinen en een grappige bakstenen toren die hoog in de lucht steekt. En daar zie ik ineens een soort boevenclub van papegaaien langs de bomen scheren. Ik telde zeven papegaaien, die stuk voor stuk lawaai schopten en die er allemaal het zelfde uitzagen. Ze droegen een soort clowns-pak van knalblauwe, knalgele en vurige, oranje-rode veren en een hele lange, dunne oranje-rode staart.

Ze zaten elkaar achterna in een stramme oude noteboom die er deftig bijstond en toen ze daar genoeg van hadden, streken ze neer in een andere hoge boom. Deze boom begonnen ze onmiddellijk te slopen. Met hun kromme snavels rukten ze takken los die ze doormidden beten en dan uit de boom lieten vallen. Sommige takken landden met een klap op het dak van een auto die op het pad geparkeerd stond. 'Boenk', klonk het als er weer een takkenregen tegen het autodak kletterde.

Het slopen van de boomkruin begon de papegaaien snel te vervelen. Toen een van de vogels plotseling wegvloog, gingen de anderen hem meteen achterna. Het papegaaienclubje ging nu boven op de bakstenen toren zitten waar ze een tijdje bleven lanterfanten. In de ondergaande zon leken hun clowns-pakken helemaal kakelbont. En toen verdween de vliegende bende al krijsend uit het zicht. In ons kikkerland kom je niet iedere dag een papegaaienbende tegen dus wilde ik daar wel eens iets meer van weten. Misschien waren ze toevallig alle zeven uit hun verschillende kooien ontsnapt en elkaar in de duinen of in het bos tegengekomen. En misschien hadden de verwilderde papegaaien toen maar besloten om een groep te vormen.

De buren hadden de papegaaien ook gezien maar ze wisten er verder niets van af. Wel kreeg ik allerlei verhalen over papegaaien te horen. Iemand had een papegaai gekend die zestig jaar was en die liedjes zong uit de toptien van 1930 die hij op grammofoonplaten had gehoord. Een ander kende een papegaai die meisjes nafloot. Weer een ander had een papegaai iemand voor gehaktbal horen uitschelden. Leuke verhalen maar ik werd er geen steek wijzer van. Op een dag, toen ik een fietstochtje maakte naar de uitspanning Kraantje Lek in Overveen, waar ik een spekpannekoek met veel stroop wilde eten, hoorde ik de boevenclub van papegaaien al van verre. Het gekrijs werd sterker en weer zag ik ze rondvliegen. Ik fietste de Duinlustweg af en het leek wel of de papegaaien me achtervolgden. Als ik dat aan iemand vertel, dacht ik, dan denken ze natuurlijk dat ik niet goed bij mijn hoofd ben en dan zeggen ze achter mijn rug: ach, dat mens ziet ze vliegen.

Ik keek nog eens goed om mij heen en ontdekte een gedeeltelijk aangevreten boom en een manege, Duinlust genaamd, waar notabene een kameel rond liep. De eigenaar is namelijk een dierenvriend en tussen de paarden lopen ezels, varkens, een lama, duiven, kraaien, kippen, gemzen en honden rond. En de papegaaien zijn ook van hem. Ze komen uit Zuid-Amerika en ze heten ara's. Nu weet ik dus zeker dat ik ze niet zie vliegen en dat de boevenclub van papegaaien op een manege woont.