Congo

Gi Loemoemba Now di mi waka so langa, Mama Soela. Now di mi waka foe soekoe a trowste sote!Now.. Wan doifi e tjari wan singi: a no mi de. Wan palmtaki e kon: a no mi de. Mi watra-ai n'a watra foe den soela. A se kon foeroe so, mi Afrika!A watra opo en singi go na loktoe. Na watra nomo di kan trowstoe mi.

Congo Voor Loemoemba Nu ik zo lang gelopen heb, Moeder Waterval. Nu ik zoveel heb gelopen, wanhopig naar de troost zoekend! Nu... Een duif komt aan met een lied: maar het is niet voor mij. Een palmtak drijft aan: maar het is niet voor mij. Mijn tranen zijn het water van de watervallen. De zee is nu zo gezwollen, o Afrika! Het water heft zijn lied aan in de lucht. Slechts water is het dat mij troosten kan.

Uit: Sarka (Uitg. Pegasus, Amsterdam 1961)

Sranan

D'e diki joe bobinanga joe beresaka opo. Mi sabi mama, mi sabi!D'e srepi a bauxit, a ros broedoe foe joe ini-bere, go poti na ini den maksin te janase. Mi sabi mama, mi sabi!Den srefi foefoeroemand'e jepi Tsjombe noso Verwoerdfoe seri, kiri den nengre... Den srefi foefoeroeman!... D'e priti joe bobinanga joe beresaka opo, foe langa wan switimofo gi wite den kaba. Na so d'e soigia broedoe komoto na ini joe skin!Na so foefoeroemane sweri makandra... Ma wan dejoe sa gi wi a kraktifoe jagi den gwe, foe opo lon na den baka nanga fajatiki.wan de, wan de..

Suriname Ze graven je borsten en je ingewanden open. Ik weet het moeder, ik weet het! Ze slepen het bauxiet, het rose bloed van je ingewanden weg, om het op te stapelen in magazijnen. Ik weet het moeder, ik weet het! Dezelfde dieven die Tsjombe of Verwoerd helpen om de negers te verraden en te doden... Dezelfde dieven!... Ze scheuren je borsten en je ingewanden open om ons dan een extraatje te geven wanneer ze klaar zijn. Zo zuigen ze het bloed uit jouw lichaam! Zo zweren de dieven altijd samen... Maar eens zal je ons de kracht schenken om ze te verjagen, om met roodgloeiende stukken hout ze achterna te zitten, eens, eens...

Uit: Sarka (Uitg. Pegasus, Amsterdam 1961)

Vrouw uit de tropen De parfumsvan de varens om je buik, mijn geliefde. Droom van paarlemoeren riffen, van lianen, van bladeren hoog in de bomen, zeldzame planten als eilanden, een blauw, voortdurend aangeveegd door dunne sluierwortels ademend aan je lippen, aan je stronken. De mannetjesbuffel keert zich om, wild, als hij zijn wijfje bedreigd voelt? De parfums van de varens om je buik, mijn geliefde.

1965-1966-1988 (ongepubliceerd)

Schrik

Verschrikt gezicht. Verdraaide ingewanden in me. Meisje bij de deur van een winkel: Gaat het zo slecht, zo slecht? De kale straat. Reeds verlaten. Allemaal gevlucht, denk ik. Nog nooit zo eenzaam heb ik mij gevoeld. Ach neen, praat ik in mezelf. Je ziet het verkeerd. Waar ik weet dat er geen redding meer is.

Uit: Preludium (december 1988; jrg. 5, no. 3)

Morgenuur (vanuit een bus)

Groetjes. Groetjes. Goede morgen, straten van Paramaribo. De kranteman op de hoek. De karreman langs het trottoir. De auto's die gaan en komen. Oh! Van aluminium is de zon? In het gelid staan de palmbomen als in een lang verbond! Maar de drukte die is niet meer in te tomen! Groetjes. Groetjes. Goede morgen, straten van Paramaribo. Ik stap ook zo uit, zo.

Uit: Preludium (december 1988; jrg.5 no. 3)

Waarom vlucht je in paniek weg? Ben je al weg, Norine? Ik verwachtte jou hier te zijn. Ben je al weg, Norine? Ben je alweer gevlucht? Ik ruik het aan de lucht. De mensen hebben zoveel angsten! Ze stoppen hun oren dichten met opengesperde ogen in een gespannen gezicht zetten ze haast achter hun dromen: weg te zijn. Weg! Weg! Wat zijn ze beducht! Ben je al weg, Norine? Ik verwachtte jou nog hier te zijn. Ben je al weg, Norine? Ben je alweer gevlucht?

Paramaribo, 28 oktober '89 (ongepubliceerd)