Bush heeft binnen- en buitenlandse consensus nodig

WASHINGTON, 31 aug. Hoe overreed je de kiezers tot deelneming aan een oorlog? Een politiek dilemma dat niet stamt van de Vietnam-oorlog maar speelt sinds het ontstaan van de Amerikaanse republiek. President Bush heeft in zijn democratische land minder krijgszuchtige bewegingsvrijheid dan zijn tegenstander Saddam Hussein. Toen de Iraakse inval in Koeweit nog vers was, kreeg Bush volledige steun van de kiezers voor de grootste mobilisatie sinds Vietnam. Maar naarmate de dagen verstrijken, wordt de inlijving van Koeweit steeds meer tot een fait accompli. Saddam zelf probeert de morele last van een gewapend conflict naar het Westen te schuiven. 'Wij willen vrede', was de boodschap die hij eergisteren tijdens een televisie-interview bracht.

Als president Bush militair wil ingrijpen in Irak of Koeweit moet hij een duidelijke aanleiding hebben. De bezetting van Koeweit is niet meer voldoende. Als Saddam zich gedeisd houdt, ontbreekt de consensus in Amerika voor gewapend ingrijpen. En het vormen van die consensus is heel belangrijk voor een succesvolle afloop van een oorlog, zegt Richard Barnet, schrijver van The Rockets' red glare over de eeuwenlange meningenstrijd tussen president en volk over oorlog en vrede. De titel van het boek is ontleend aan het Amerikaanse volkslied (The rockets' red glare, the bombs bursting in air, gave proof through the night that our flag was still there). Volgens Barnet, werkzaam bij het links-liberale Institute for Policy Studies, zijn de Amerikanen geen liefhebbers van oorlog. De laatste zestig jaar zijn er veel oorlogen gevoerd maar de meeste waren voorbij voor het publiek zich goed en wel een mening kon vormen. In de grotere oorlogen, die langdurige verplichtingen met zich mee brachten, raakten de Amerikanen met tegenzin betrokken en tot aan het Vietnam-conflict met redelijk snel resultaat. De wereldoorlogen onderscheiden zich van bijvoorbeeld het Vietnam-conflict door het langdurige debat dat eraan vooraf ging waardoor de consensus beter standhield.

Vreedzaam volk

President Franklin Roosevelt was zich daarvan bewust. Toen in december 1941 een staflid van het Witte Huis hem suggereerde een preventieve aanval te doen op de Japanse vloot die uitvoer voor wat later de aanslag op Pearl Harbor bleek, antwoordde Roosevelt: 'Nee, we kunnen dat niet doen. We zijn een democratie en een vreedzaam volk'. Roosevelt had wel aanleiding gegeven tot de oorlog met Duitsland door intensief samen te werken met de Britten in het opsporen van Duitse onderzeeers. President Bush heeft voorlopig afgezien van het zoeken naar nieuwe aanleidingen. Overeenkomstig de Amerikaanse publieke opinie zijn de doelstellingen van Bush voor de Amerikaanse aanwezigheid in Saoedi-Arabie minder ruim gekozen, zodanig dat de Amerikaanse troepen het lang moeten uithouden. In de eerste week na de Iraakse inval sprak Bush de hoop uit dat Saddam Hussein uit zijn functie zou worden gezet. Er waren plannen om de nucleaire en chemische angels te verwijderen. Nu is de strategie gericht op het insnoeren van Saddam. Een eventuele opvolger van Saddam is even erg, misschien zelfs erger vinden Amerikaanse functionarissen. Gesterkt door de overweldigende internationale steun wil Bush zich voorlopig verlaten op de resultaten van de boycot. De allianties zijn zo veranderd ten nadele van Irak dat Saddam Hussein zich wel wacht voor gevaarlijk gedrag, is de redenering. Niet alleen staan er Syrische, Marokkaanse en Egyptische troepen in Saoedi-Arabie maar er is ook intensieve samenwerking tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Onder die druk zou Irak zich moeten terugtrekken. 'En natuurlijk proberen we die doeleinden te bereiken zonder verder geweld', zei Bush eergisteren voor het Congres.

Vervelend

Sommige Amerikaanse militairen vinden dat vervelend. Soldaten in Saoedi-Arabie klagen over de warmte en over het wachten. 'We willen zo snel mogelijk weer terug naar onze families. We want to get it over with it', zei een Amerikaanse gevechtspiloot in Saoedi-Arabie tegen de New York Times. Ook de vooraanstaande Republikeinse senator Richard Lugar bepleit gewapend ingrijpen om Saddam te verdrijven. Volgens functionarissen van het Pentagon duurt het nog maanden voor Amerika voldoende materieel voor een aanvalsoperatie heeft aangevlogen. De Amerikaanse troepen in Saoedi-Arabie zouden zelfs nog weken nodig hebben om een goede defensieve capaciteit tegen Irak op te bouwen. Bush moet niet alleen politieke consensus krijgen in het binnenland maar ook in het buitenland. Hij heeft steun nodig van zowel de Verenigde Naties als van de landen die geld moeten bijdragen aan de Amerikaanse militaire operatie. Die steun zou geringer zijn als Amerika eenzijdige actie onderneemt. Er zijn parallellen met de oorlog in Korea. Daar stuurde president Truman troepen heen zonder het Congres te raadplegen. De bijval van de kiezers was enorm. Later volgden de Verenigde Naties en de Amerikaanse actie kreeg al gauw een internationale vlag. Maar zodra de opmars naar het noorden van generaal McArthur door een Chinese aanval werd gekeerd, ging ook de publieke opinie om. Hadden twee derden van de Amerikanen de operatie eerst gesteund, nu waren twee derden voor terugtrekking van de troepen uit Korea. Uiteindelijk is er wel een groot contingent Amerikaanse troepen op de demarcatielijn tussen Noord en Zuid gebleven. 'De oorlogen met de sterkste binnenlandse oppositie, zijn die waar de president eerst eenzijdig optreedt', zegt Barnet. 'Deze crisis in het Midden-Oosten is dicht bij dat voorbeeld van Korea. De president onderneemt actie, praktisch tot aanvankelijke steun dwingend, want niemand wil in crisistijd tegen de president ingaan, speciaal waar Amerikaanse levens op het spel zijn. Als er een kans op debat is het systeem werkt zoals het volgens de constitutie moet werken dan krijg je een sterkere consensus. De consensus die zich ontwikkelt als reactie op een eenzijdige actie van de president is groot maar ook fragiel. De oppositie is altijd verdeeld tussen haviken en duiven. Nu zie je de sterkste oppositie van rechts komen.'

Internationale steun

Barnet zou het liefste zien dat Amerika niet altijd de internationale leiding hoeft te nemen. De internationale veiligheid moet niet meer door Amerika worden gedragen maar door de Verenigde Naties, door een wereldorde. Hij steunt de stappen van president Bush tot nu toe. Snelheid was geboden. Maar er moet zo snel mogelijk internationale steun komen, vindt hij. 'Er is nu in overeenstemming met de maatregelen van de Veiligheidsraad actie ondernomen. Dat betekent niet dat je een blanco cheque hebt voor een eenzijdige, Amerikaanse reactie. Ik ben met veel anderen heel bezorgd over de disproportionele Amerikaanse militaire inspanningen en de economische kosten en de bijdragen van de andere landen die in feite meer reden hebben om bezorgd te zijn over het Midden-Oosten omdat ze meer afhankelijk zijn van olie.'

'Naarmate de oorlog verder voortsleept krijg je steeds meer vragen over de echte aard van deze operatie. Aan de ene kant kan Amerika geen actie ondernemen die andere landen niet steunen, anderzijds worden er te veel lasten gedragen door de VS. Er kan een situatie ontstaan waarin de VS politieman van de wereld worden, niet in de zin van grote mogendheid die haar gewicht in de schaal kon leggen maar in de zin van huurling voor andere landen die hun zaken verstandiger geregeld hebben. Dat is zeer onaangenaam.'

'Als je de redenering volgt dat de Koude Oorlog confrontatie onderdrukte, dan is de wereld nu minder voorspelbaar en stabiel. Dan heb je strijdkrachten die op zulke situaties kunnen reageren als bij Saddam. Dan praat je over strijdkrachten die groter moeten zijn, niet kleiner. Dan heb je je zelf in een situatie gemanoeuvreerd waarbij je het geld niet aan belangrijker noden kunt uitgeven zoals bijvoorbeeld onderwijs.' Barnet wil liever doorgaan met het besnoeien op de defensiebegroting, zodat Amerika steeds meer bij die andere 'verstandige' landen zou gaan behoren die zich graag afzijdig houden van gewapend conflict.