Braks: bij controleren visvangst is grens bereikt

DEN HAAG, 31 aug. Bij de visserijcontrole en opsporing en vervolging zijn volgens minister Braks in het verleden maximale inspanningen geleverd. Braks meent dat alleen een effectieve sanering van de visserijvloot nog een eind kan maken aan de overbevissing van de zee. De minister is van oordeel dat er een grens is bereikt aan de inzet van mobiele teams, kortlopende administratieve onderzoeken bij de visafslagen en de uitbreiding van de controle op zee.

De visserijvloot, die in 1980 nog uit 518 kotters en 26 grote vistrawlers bestond, bestaat nu uit 606 kotters en vijftien trawlers. Van alle visserijschepen is het motorvermogen sterk toegenomen; gemiddeld met 55 procent. Ook de produktiewaarde van de gevangen vis nam sterk toe. In 1980 bedroeg zij 620 miljoen gulden tegen 969 miljoen in 1987; een stijging van ruim vijftig procent.

Braks en Hirsch Ballin schrijven in een brief aan de Tweede Kamer dat de inzet van meer mensen en materieel om de controle verder te verscherpen en ook opsporing van vangstoverschrijdingen per satelliet, niets zullen uithalen omdat bij de vissers nagenoeg elk draagvlak ontbreekt om de regels tegen overbevissing na te leven. Alleen het in overeenstemming brengen van de omvang van de vloot met de vangstrechten biedt hier soelaas. De bestaande saneringsregeling schiet echter, vooral wat de hoogte van de Europese saneringspremie betreft tekort om dit evenwicht te kunnen bereiken. Braks kondigt daarom maatregelen aan. Het onderzoek dat door de rijksrecherche werd ingesteld naar mogelijke fraudepraktijken bij de AID volgde op uitlatingen van de oud-AID-hoofdinspecteur A. Besuijen. Deze zei medio juni dat de Nederlandse vangstquota in 1988 met zestig procent waren overschreden, maar dat de AID die gegevens buiten haar registratie liet en dat die gegevens ook voor de EG in Brussel waren verzwegen. Minister Braks meende tezelfdertijd, zulks op grond van cijfers van het Landbouweconomisch instituut en het Centraal bureau voor de statistiek, dat er sprake was van een overschrijding van circa vijftig procent bij de vangst van kabeljauw en tong, reden waarom een aangescherpte controle gerechtvaartdigd zou zijn.

Minister Braks gaat in debrief aan de Tweede Kamer uitvoerig in op de vraag hoe er bij de AID wordt gewerkt en hoe haar registratiesysteem in elkaar zit. Hij laat blijken dat het systeem erg gecompliceerd is en dat gegevens, hetzij uit controle bij de aanlanding van vis, hetzij uit administratief onderzoek bij visafslagen, dikwijls moeilijk te verifieren zijn en lastig in een systeem ondergebracht kunnen worden. Verder wijst hij op het voortdurende gevaar van dubbeltellingen.

In hun brief onderschrijven Braks en Hirsch Ballin dehoofdconclusie van de rijksrecherche, maar zijn zij het niet eens met de opmerking van de recherche dat twaalf procent van door de visserij-inspecties in Urk en Harlingen aangeleverde gegevens niet in het registratiesysteem van de AID zou zijn opgenomen. Volgens Braks zal dat rekenkundig wel kloppen, maar gaat het om kleine vangsthoeveelheden die moeilijk meer zijn na te gaan.