Bonn vreest effecten van export wapentechnologie

ROTTERDAM, 31 aug. De Bondsrepubliek maakt zich steeds meer zorgen over de rol van Westduitse bedrijven bij leveranties van wapentechnologie aan landen die zijn betrokken bij internationale conflicten. Irak neemt hierbij een belangrijke plaats in. Die leveranties tasten het imago van de Bondsrepubliek danig aan.

Op het overzicht van het Zweedse onderzoeksinstituut SIPRI van wapenverkopen aan Irak neemt West-Duitsland, wereldkampioen export in het algemeen, een bescheiden twintigste plaats in. Maar toch is de commotie in de Bondsrepubliek veel groter dan bijvoorbeeld in Frankrijk, na de Sovjet-Unie de grootste leverancier van militaire goederen aan Irak. Minister van economische zaken Haussmann zei vorige week dat nu tegen bijna zestig Westduitse bedrijven een onderzoek loopt wegens verdenking van illegale wapenexport naar Bagdad. Vijfentwintig bedrijven worden verdacht van ernstige criminele handelingen, aldus de minister. Hij deed een beroep op de industrie in te binden.

Minister van buitenlandse zaken Genscher heeft afgelopen maandag zijn collega Haussmann gewezen op de leemtes die er nog in de bestaande wetgeving voor de export van wapens en wapentechnologie zitten. Zo maakt deze wet slechts onderzoek mogelijk naar eventuele wandaden van individuele personen en niet naar de bedrijfsleiding of het bestuur van een betrokken onderneming. Een eenvoudige overplaatsing van een personeelslid kan daardoor een onderzoek naar mogelijk crimineel gedrag al ernstig bemoeilijken.

Raketten

De Westduitse wetgeving op dit terrein is de afgelopen jaren overigens al herhaaldelijk aangescherpt. Zo stelt ze medewerking aan de constructie van raketten afhankelijk van uitdrukkelijke toestemming, tenzij het gaat om projecten in een van de landen van de Europese Gemeenschap, de Verenigde Staten, Japan, Canada, Noorwegen en Turkije. Tot deze maatregel werd besloten nadat was gebleken dat Duitse technici waren betrokken bij het uit 1984 daterende Condor-2-project, waaraan werd deelgenomen door Argentinie, Egypte en Irak. Bij dat project ging het om de constructie van een raket die eventueel zou kunnen worden uitgerust met een kernkop. Argentinie hoopte zo een goede vervanging te kunnen krijgen voor de Condor-1, Irak probeerde op die manier de beschikking te krijgen over een wapen dat in overeenstemming was met zijn politieke ambities in de regio en dat bijvoorbeeld ook Israel zou kunnen bereiken. Westerse inlichtingendiensten kwamen tot de conclusie dat Messerschmitt-Bolkow-Blohm het geleidingssysteem en de algemene informatie voor de raket zou leveren, M. A. N. het transportsysteem, terwijl ook Wegman, een producent van meervoudige lanceersystemen, bij het project betrokken zou zijn geweest. Begin vorig jaar was Irak technisch zo ver vooruit op de twee andere aan het project deelnemende landen dat het besloot op meer zelfstandige basis met Condor verder te gaan, zo meldde de Financial Times in november. Techcorp, het Iraakse staatsbedrijf voor militaire produktie, ging de technologie zelf importeren, al kostte het wel wat moeite om internationale financiers daarvoor het geld te laten fourneren. Het Condor-project lijkt al met al Irak het meeste voordeel te hebben opgeleverd en verwacht wordt dat dit wapen met een jaar of twee operationeel zal zijn.

Chemisch

Minister Genscher van buitenlandse zaken hield in januari van het vorig jaar op een VN-conferentie in Parijs een hartstochtelijk pleidooi voor het optrekken van 'een brandscherm van afschuw' tegen het gebruik van chemische wapens. De bestaande twijfels over de activiteiten van een deel van het Westduitse bedrijfsleven leidden ertoe dat de regering al een maand later met een wetsvoorstel kwam voor een 'drastische verscherping' van de controle op de export van chemische, biologische en andere wapens. De maximumstraf voor overtredingen van de nieuwe bepalingen werd verhoogd van drie tot vijftien jaar en de omvang van het inspectie-orgaan dat zou toezien op de naleving van de wetgeving werd uitgebreid van zeventig tot 210 man. Minister Haussmann kondigde verder aan dat de samenwerking tussen de inlichtingendienst en de douane zou worden uitgebreid en dat er een speciale registratie zou komen van bedrijven die zich bezig houden met strategisch gevoelige onderdelen van kerncentrales.

De enorme beerput die Duitse rechercheurs vorig jaar aantroffen bij de firma Imhausen-Chemie onderstreepte de urgentie van strenger toezicht. Het bedrijf bleek aan Libie, dat een middel wenste tegen de atomaire overmacht van Israel, een complete gifgasfabriek te hebben geleverd.

De affaire, in de New York Times door columnist William Safire tot woede van veel Duitsers aangeduid als 'Auschwitz in de woestijn', beleefde onlangs haar ontknoping. Eind juni werd de directeur van het bedrijf, door de openbare aanklager tijdens het proces 'handelaar in dood' genoemd, tot vijf jaar cel veroordeeld. Justitie en hoofdverdachte berusten in deze uitspraak.

Eind vorig jaar nam justitie ook Gildemeister Projecta in Bielefeld op de korrel. Deze firma zou, aan het hoofd van een hele reeks toeleveranciers, nauw betrokken zijn geweest bij de bouw van een complex bij de universiteit van Mosul in Noord-Irak waar chemische en ballistische wapens zouden worden ontwikkeld. Het onderzoek is nog niet afgesloten, maar volgens de officier van justitie in Bielefeld hebben in dit geval exportvergunningen ontbroken.

Een vergelijkbaar onderzoek loopt sinds kort tegen Export Union in Dusseldorf. Deze handelsfirma zou in Duitsland gemaakte onderdelen voor de produktie van gascentrifuges voor een uraniumverrijkingsfabriek illegaal hebben uitgevoerd naar Irak.

Het verst gevorderd lijken de speurders in Darmstadt, die eind 1987 bij twaalf bedrijven vier ton aan paperassen in beslag namen. Daaruit kwamen ze half augustus, twee weken na de annexatie van Koeweit door Irak, tevoorschijn met een arrestatiebevel voor zeven werknemers van de firma's Karl Kolb, Pilot Plant en Water Engeneering Trading. De bedrijven werkten officieel mee aan de bouw van een fabriek voor landbouwbestrijdingsmiddelen in Fallujah, maar chemische experts hebben justitie gerapporteerd dat uit de in beslag genomen spullen blijkt dat dit als dekmantel diende voor de produktie van mosterdgas en zenuwgas (tabun). De naam van de firma Kolb dook al eerder op, toen in Samarra tussen 1981 en 1984 een proeffabriek voor de produktie van landbouwbestrijdingsmiddelen verrees. Op deze locatie, zeventig kilometer ten noorden van Bagdad, werden volgens mededelingen van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA echter 'vele duizenden tonnen' aan chemische wapens (mosterdgas, tabun en sarin) gemaakt.

Kanonnen

De inkt van het vonnis tegen de directeur van Imhausen-Chemie was amper droog toen het weekblad Der Spiegel begin juli van dit jaar al weer een andere affaire meldde, namelijk dat een groot aantal Westduitse bedrijven betrokken is bij de bouw van een fabriek voor kanonnen en munitie in de buurt van Bagdad. Een centrale rol zou de dochteronderneming Ferrostaal van de machinefabriek M. A. N. in Essen hebben gespeeld. De verdenking is dat ook in dit geval voor het verkrijgen van de benodigde exportvergunningen onjuiste gegevens zijn verstrekt. De vrees bestaat dat in deze fabriek op den duur ook het inmiddels beruchte Iraakse superkanon zal worden gemaakt, waarvan onderdelen de afgelopen maanden in diverse Europese steden zijn onderschept.

De Bondsrepubliek is bepaald niet het enige land dat zich schuldig maakt aan dergelijke omstreden transacties. Maar in Bonn ligt de zaak politiek extra gevoelig door het Duitse militaire verleden. Tegen bijna zestig Westduitse bedrijven loopt nu een onderzoek en minister Lutz Stavenhagen, verantwoordelijk voor de inlichtendiensten, zei in een vraaggesprek met Welt am Sonntag daarover: 'Deze kleine minderheid van firma's brengt niet alleen schade toe aan de reputatie van West-Duitsland, maar aan de hele Duitse industrie. Deze zwarte schapen moeten worden bestreden als terroristen door het inzetten van de geheime diensten.'

Maar het blijft moeilijk de producenten van wapentechnologie en de handelaars in wapens goed onder controle te krijgen. Der Spiegel constateerde onlangs dan ook zeer terecht over de handel met Irak: 'Een succesrijke alliantie; de dictator die blijkbaar voor niets terugschrikt en Duitse kooplieden die zich inspannen iedere gevaarlijke stof te leveren. Hoofdzaak is dat de kas klopt.'