Bestuur faculteit was nalatig in 'zaak-Buck'

EINDHOVEN, 31 aug. Het bestuur van de faculteit scheikundige technologie en het college van bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven erkennen ook zelf schuld te hebben aan de overschatting van het onderzoek van professor dr. H. M. Buck. Nu een commissie van drie collega-hoogleraren deze zomer heeft vastgesteld dat de belofte van Bucks vondst het fosfaatgemethyleerde DNA voor de strijd tegen Aids niets voorstelt, hebben faculteitsbestuur en het college van bestuur verklaard het ten zeerste te betreuren 'dat kritische signalen in hun richting over het onderzoek van professor Buck niet op hun juiste waarde werden geschat.' Dat kwam, aldus de universiteit, door de wetenschappelijk voortreffelijke reputatie van de hoogleraar en zijn medewerkers. Die reputatie ging wankelen toen vlak na de euforie van Goede Vrijdag toen Buck zijn 'vondst' bekendmaakte eerst aan professor dr. C. A. A. van Boeckel op eigen verzoek ontslag werd verleend.

Van Boeckel, deeltijd-hoogleraar aan de TU, kon niet langer leven met de juichende reacties op Bucks vondst, omdat hij ervan overtuigd was dat de stof niet zuiver was. Een andere ondertekenaar van de publikatie over het onderzoek in het wetenschappelijke tijdschrift Science, dr. ir. L. Koole, vertrok meteen daarna. Vier promovendi zochten elders een onderkomen.

Ruim twee maanden later begreep het faculteitsbestuur dat er iets niet deugde en stelde een hooggeleerd driemanschap aan om het fosfaatgemethyleerde DNA op zijn merites te bekijken. Dat heeft nu geleid tot een vernietigend rapport, op grond waarvan professor Buck niet langer dekaan is en moet afzien van het voorzitterschap van zijn vakgroep. 'Het faculteitsbestuur hoopt met de genoemde maatregelen het vertrek van waardevolle medewerkers tot staan te hebben gebracht, ' zo maakte het gisteren bekend.

In april, nadat was gebleken dat de internationale belangstelling voor Bucks methode van synthetiseren praktisch nihil was, werd gespeculeerd dat het er allemaal om te doen zou zijn geweest gelden los te krijgen voor onderzoek. De TU heeft volgens het faculteitsbestuur nadien echter geen financiele steun van enige organisatie of instantie ontvangen. De universiteit heeft 'ook nog geen gebruik gemaakt van de toezeggingen die het Aids-fonds eerder deed. Onderdeel van die toezeggingen is de bekostiging van de DNA-synthesizer, ' zo schrijft het faculteitsbestuur. Het Aidsfonds had de groep van Buck in april een half miljoen toegezegd voor de ontwikkeling van een DNA-synthetiseerapparaat.

Aan Bucks oprechte bedoelingen wordt niet getwijfeld, maar het college van bestuur en het faculteitsbestuur 'concluderen eensgezind dat hij onvoldoende open heeft gestaan voor serieuze kritiek. Zij zijn van mening dat professor Buck gefaald heeft als leider van een onderzoeksteam. Zij achten de daardoor ontstane situatie buitengewoon betreurenswaardig en pijnlijk voor Aids-patienten, onderzoekers en anderen bij wie mogelijk onterechte verwachtingen zijn gewekt.' Wat de hoogleraar nu gaat doen is nog niet duidelijk. Hij is met ziekteverlof en wil niet in de publiciteit treden. Zo lang voor hem geen vervanger is zal 'een tijdelijke voorziening worden gecreeerd', aldus de universiteit. Er moet nog een gesprek komen over de werkzaamheden in de vier jaar die Buck nog te gaan heeft tot zijn emeritaat. 'Uitgangspunt daarbij is dat de wetenschappelijke expertise van professor Buck als organisch chemicus voor de faculteit behouden blijft. Het faculteitsbestuur is verder van mening dat de wetenschappelijke expertise die binnen de vakgroep organische chemie aanwezig is op het terrein van fosfaatgemethyleerd DNA beschikbaar moet zijn voor onderzoeksdoeleinden.' Directeur van het Aidsfonds P. van den Noort deelt met de HIV Vereniging Nederland de teleurstelling dat hoopgevend onderzoek aan de TU Eindhoven geen stof heeft opgeleverd die bruikbaar is voor klinische proeven. 'Maar wij hebben wel waardering voor het feit dat de universiteit ons niet om geld heeft verzocht. Dat zal waarschijnlijk ook niet gebeuren, alleen zullen we wellicht enkele chemicalien vergoeden.'