Winnaar 3M-muziekprijs Jan Zekveld over de kunst van hetprogrammeren; Niet per se de meest bekende namen

HILVERSUM, 30 aug. De winnaar van de 3M-muziekprijs 1990, Jan Zekveld, is zelfs bij muziekliefhebbers nauwelijks bekend. Namen van de eerdere winnaars komen geregeld op concertprogramma's voor: Henk Guittart is altviolist van het Schonberg Ensemble, Theo Loevendie is componist en jazzmusicus, en Ton Koopman is klavecinist/organist en dirigent van The Amsterdam Baroque Orchestra. Slechts een keer per jaar staat de naam van Jan Zekveld vermeld: in een hoekje op de seizoensfolder van de Vara-matinee, onder het kopje 'artistieke leiding'. Zekveld: 'Het publiek realiseert zich niet, dat musici nooit zomaar op een podium staan. Dat hoeft ook niet, men komt voor de muziek. Maar voor die muziek tot klinken kan komen, is er als het goed is nagedacht over wat er gespeeld moet worden en wie dat moeten doen. Van dat voorstadium merkt het publiek niets. Behalve die ene keer dat de directeur van het Concertgebouw het podium opstapt om sopraan Katia Ricciarelli te zoenen.' Jan Zekveld (44) volgde in 1983 Kees Hillen op als hoofd van de Muziekafdeling van de Vara. Sindsdien houdt hij zich vooral bezig met het artistieke beleid van de 'Matinee op de vrije zaterdag', die op 8 september het dertigste seizoen ingaat met een concert in het Amsterdamse Concertgebouw, waar dan tevens de 3M-prijs officieel door minister d'Ancona (WVC) zal worden uitgereikt. Voordat Zekveld in 1979 als programmamaker bij de muziekafdeling van de Vara begon, was hij als pianodocent verbonden aan enkele conservatoria. Hij speelde in verschillende ensembles en vormde een pianoduo met componist Klaas de Vries. Toen al was hij zeer geinteresseerd in muziekprogrammering, in de opbouw van concerten en concertseries.

Zekveld kreeg de 3M-prijs aldus het juryrapport voor zijn 'prikkelende, attractieve en toegankelijke programmering', voor de subtiele manier waarop hij, binnen een consequent thematische aanpak, 'geliefde stukken met onbegaanbare en onbegaande paden' weet te combineren. Een bezoek aan een concert van de Vara-matinee is nooit teleurstellend.

De jury heeft gelijk. Jan Zekveld vervalt nooit in de sandwich-formule van een moeilijk werk dat willekeurig wordt verpakt tussen twee 'lekkere' composities. Hij weet in zijn programmering altijd een verrassend element te brengen. Daarvoor is een grote kennis van de muziekgeschiedenis nodig. Zekveld is breed georienteerd en er is weinig muziek waarvoor hij geen belangstelling heeft.

Operette zal hij niet zo gauw doen en hij heeft een hekel aan de Carmina Burana van Orff. 'Er zijn van die stijl veel betere, persoonlijker voorbeelden te vinden. Om dezelfde reden heb ik een hekel aan al die Bartok-adepten van tegenwoordig', aldus Zekveld. Ook een goed gehoor en een Fingerspitzengefuhl om de juiste musici voor concerten te vinden, en een groot organisatietalent zijn onmisbaar. Zekveld werkt op dit moment aan de invulling van het seizoen '92-'93 en hij is ook al bezig met '93-'94. Zekveld: 'Je moet op tijd de juiste musici vinden, de zaal huren, zowel voor het concert als voor repetities, en natuurlijk ook het budget in de gaten houden. Een operaproduktie met vijf of zes hoofdrollen en nog wat bijrollen kost alleen voor de solisten al gauw meer dan een ton, dan ben je nog eens tienduizenden guldens kwijt aan de zaalhuur, vooral wanneer het podium uitgebouwd moet worden. De omroeporkesten vallen onder de begroting van de NOS, maar versterkingen met extra instrumenten zijn weer voor rekening van de Vara.' Tussen de organisatorische beslommeringen door, stropen Zekveld en zijn medewerkers concoursen, festivals en bijzondere concerten in binnen- en buitenland af, op zoek naar talentvolle musici. Waarschijnlijk zal hij de prijs voornamelijk daarvoor gebruiken, dat is volgens Zekveld de beste manier om zijn vak te 'perfectioneren', zoals in de doelstelling van de prijs vermeld staat.

Zekveld: 'We streven altijd naar een zo sterk mogelijke bezetting van de solistische partijen. Dat betekent niet per se de bekendste namen. We hebben vaak een gelukkige hand gehad in het vinden van nieuwe musici. Voor een onbekende opera valt het niet mee om beroemde solisten te krijgen. Die zijn zelden bereid een rol in te studeren, tenzij ze bijvoorbeeld zes weken met een repetitor kunnen studeren. Dat is niet te betalen. Sopraan Nelly Miricioiu is een uitzondering. Alle rollen die ze tot nu toe in Nederland heeft gezongen, heeft ze speciaal voor ons ingestudeerd. Naar dat soort musici, die begrijpen waar je mee bezig bent en zich prettig voelen in het artistieke klimaat dat we met de Matinee hebben geceeerd, ben ik constant op zoek. Miricioiu is zo iemand, en dirigent Valerie Gergiev bijvoorbeeld ook.'

Zekveld werkt op een manier die de Vara-matinee vanaf het begin heeft gekenmerkt. 'In het begin van de jaren zestig werd in Nederland de vrije zaterdag ingevoerd. Jan Broeksz, die toen voorzitter van de Vara was, vond dat zijn omroep vanuit de sociaal-democratische achtergrond iets met dit gegeven moest doen. Hij vroeg een van mijn voorgangers, Hans Kerkhoff, een concertserie voor de zaterdagmiddag in het Amsterdamse Concertgebouw op te zetten, volgens een paar duidelijke richtlijnen: de concerten moesten een hoog artistiek niveau hebben, met een eigenzinnige programmering, die geen kopie mocht zijn van het bestaande muziekleven. Goedkope toegangskaarten moesten de drempel zo laag mogelijk houden, om het Concertgebouw ook voor nieuwe publieksgroepen toegankelijk te maken.' De Vara had al voor het ontstaan van de matinee een naam op het gebied van het organiseren van concerten, vooral door een aantal grootschalige concertante uitvoeringen van opera's in het Concertgebouw. Vaak werden daarvoor beroemde solisten en dirigenten uitgenodigd. Zekveld: 'Hans Kerkhoff vertelde mij ooit, dat hij voor een jubileum-concert in de jaren vijftig dirigent Pierre Monteux contracteerde. Met knikkende knieen moest hij hem vragen of hij voorafgaand aan het concert het Wilhelmus wilde dirigeren. En daarvoor weer het Morgenrood. Stel je voor, zo'n beroemde dirigent! Monteux schijnt enigszins verbolgen naar de instrumentatie te hebben gevraagd, maar hij heeft het wel gedaan.' De Vara heeft in Nederland de eigen taak van de omroepen op het gebied van de muziek als een van de weinigen, waargemaakt. Daardoor komt Jan Zekveld regelmatig in aanvaring met programmamakers van minder ambitieuze omroepen. Dat moet dan maar, aldus Zekveld, die uitgesproken ideeen heeft over de taak van de omroep: 'We hebben een culturele opdracht, net als de omroepen in de landen om ons heen. Iedereen die met muziekprogrammering te maken krijgt, zou de geschiedenis van het BBC Symphony Orchestra moeten bestuderen. Ongelooflijk wat daar al in de jaren dertig allemaal gebeurde, maar ook bij de Sudwest Funk en de RAI in Italie. Het gezicht van de twintigste eeuwse muziek, tot en met de stijl van componeren, is mede bepaald door de Europese omroepen. Die functie mogen we in de toekomst nooit vergeten.'