Stakingrecht in Indonesie nog steeds niet wettelijk geregeld

JAKARTA, 30 aug. De Indonesische minister van arbeid, Cosmas Batubara, haalde eerder deze week de landelijke en internationale pers met zijn aankondiging dat president Soeharto een stakingsverbod uit 1963 had ingetrokken. Sindsdien is de positie van Indonesische werknemers echter niet duidelijker geworden, want het stakingsrecht is nog steeds niet wettelijk geregeld. Intussen neemt het aantal demonstratieve werkonderbrekingen toe.

Bij de feestelijke opening van een fabriek in Tangerang, een voorstad van Jakarta, kondigde minister Batubara maandag aan dat de president een stakingsverbod uit 1963 had ingetrokken. Het gaat om een decreet, ondertekend door wijlen president Soekarno, dat stakingen verbiedt bij een aantal grote bedrijven en 'vitale projecten'. In een aanhangsel bij dat decreet staan de namen van 27 ondernemingen, waaronder de Staatsspoorwegen en Shell Indonesia, veertien overheidsinstellingen, zowel de staatsomroep en de Nationale Bank en negentien 'ontwikkelingsprojecten', waaronder een aantal energiecentrales in aanbouw en autowegen in aanleg, als ook de bouw van het Nationale Monument en de Istiqlal-moskee in Jakarta, Soekarno's lievelingsprojecten.

De genoemde projecten zijn allang voltooid en de lijst is sedertdien niet uitgebreid, maar het verouderde besluit is tot voor kort nooit formeel herroepen.

De minister van arbeid waarschuwde dat intrekking van het decreet niet mocht worden uitgelegd als een vrijbrief voor stakingen. De arbeidsverhoudingen in Indonesie dienen in overeenstemming te zijn met de beginselen van de staatsideologie Pancasila, aldus de bewindsman. Die filosofie beklemtoont sociale harmonie. Besluiten in staat en maatschappij dienen tot stand te komen door middel van overleg, waarbij gestreefd moet worden naar consensus.

Hoewel niet helemaal duidelijk is wat Pancasila Arbeidsverhoudingen in het Indonesisch afgekort tot HIP in de praktijk moeten voorstellen, lijkt het beginsel van de consensus in strijd te zijn met openlijke arbeidsconflicten.

Hoewel werkonderbrekingen in het Indonesische arbeidsrecht niet formeel zijn verboden, zijn stakingen nog steeds niet wettelijk geregeld. Dat werpt in de praktijk een drempel op voor werknemers om hun grieven te uiten over salarissen en arbeidsomstandigheden. Dit temeer omdat er nogal wat onvrede bestaat over het functioneren van de landelijke vakcentrale SPSI. In een recent interview met het dagblad Kompas uitte een parlementslid van de islamitische partij Partai Persatuan Pembangunan (PPP) kritiek op de SPSI. De oprichting van bedrijfsafdelingen zou al te vaak een kwestie zijn van 'gekonkel' en vakbondsvertegenwoordigers zouden de neiging hebben partij te kiezen voor de werkgever.

In weerwil van het ontbreken van wettelijke garanties neemt het aantal stakingen in Indonesie toe. In 1989 registreerde het ministerie van arbeid 29 'demonstratieve werkonderbrekingen'. In de eerste helft van dit jaar zou al een zelfde aantal zijn gehaald.

Bij de opening van een recent vakbondscongres ging minister Batubara hierop in. Aan stakingen zag hij een positieve en een negatieve kant. 'Aan de ene kant weerspiegelen zij een bewustwording onder werknemers van hun rechten en plichten, aan de andere kant zou men er uit kunnen concluderen dat de vakbond en het ministerie van arbeid te traag reageren op grieven van werknemers.' Een parlementslid van de regeringspartij Golkar, drs. H. Bomer Pasaribu, wijt de toename van het aantal stakingen aan het feit dat 'de werkgevers de Pancasila Arbeidsverhoudingen nog steeds niet consequent in praktijk brengen'.

Hij sprak zelfs van 'een neiging tot uitbuiting van de factor arbeid'.

De parlementarier acht dit in strijd met het HIP-beginsel dat werkgevers en werknemers 'partners' moeten zijn in de produktie en zowel de verantwoordelijkheden als opbrengsten moeten delen.