Rechter: bordelen Katendrecht niet ontruimen

ROTTERDAM, 29 aug. De gemeente Rotterdam mag acht bordelen in de Atjehstraat op Katendrecht niet ontruimen. De president van de rechtbank in Rotterdam, mr. A. Van Zelm van Eldik, heeft dat vanmorgen bepaald in een kort geding dat de acht bordeelhouders hadden aangespannen tegen de gemeente.

De gemeente moet de bordeelhouders eerst vervangende woonruimte aanbieden in de wijk, oordeelde de president, en mag geen beperkingen stellen aan het gebruik daarvan, bijvoorbeeld voor prostitutie. Wel mag worden opgetreden tegen overlast als gevolg van prostitutie.

Bordeelhouders en prostituees moeten verdwijnen in verband met de renovatie van hun woningen. De gemeente, die op grond van een oude belofte Katendrecht vrij moet maken van prostitutie, bood de bordeelhouders woonruimte aan in andere wijken. De bordeelhouders willen echter liever bij elkaar in Katendrecht hun kamers verhuren.

Hun advocaat mr. W. C. Bothof beriep zich op een brief die de gemeente in september 1986 aan een van de bordeelhouders heeft gestuurd. Daarin staat dat 'het ontwikkelen van een alternatief (...) bepalend is voor het aangeven van de termijn waarbinnen de overlastgevende prostitutie kan worden verwijderd' uit de Atjehstraat.

Bothof is van mening dat de gemeente hiermee heeft toegezegd dat de bordeelhouders hun panden wegens renovatie pas hoeven te verlaten als er een andere lokatie voor de zogenaamde 'overlastgevende' prostitutie raamprostitutie en tippelen wordt gevonden. Mr. H. Vrolijk verklaarde namens de gemeente dat zij schriftelijk noch mondeling iets heeft toegezegd, maar volgens de rechtbankpresident heeft de gemeente inderdaad verwachtingen gewekt en moeten die worden gehonoreerd.

Bewonersorganisaties uit de wijk Charlois hadden de gemeente ook in kort geding gedaagd, omdat de bordeelhouders woonruimte was aangeboden in hun wijk. Nu daarvan geen sprake meer is, vervalt de noodzaak van het kort geding. De bewoners werden niet ontvankelijk verklaard in hun eis en veroordeeld tot de kosten van het geding.

De bordeelhouders willen doorgaan met gelegenheid geven tot raamprostitutie op Katendrecht. 'Ik woon er al mijn hele leven', aldus een van hen. Zij weigerden ook verspreiding over verschillende straten, zoals de gemeente van plan was. 'We willen bij elkaar blijven in een straat, waar de klanten doorheen kunnen rijden', zegt een collega. De bordeelhouders hadden woningen in Charlois aangeboden gekregen die niet op de begane grond liggen, waardoor raamprostitutie zou worden bemoeilijkt.

De gemeente is al sinds 1975 bezig de raamprostitutie te verwijderen uit de Maasstad, die zich sinds de jaren zestig had geconcentreerd in Katendrecht. Na hevige protesten van de bewoners en verscheidene rellen tussen bewoners en prostituees, zegde het college van B en W de bewoners in 1975 toe dat de 'hoerenbuurt' zou veranderen in een woonwijk. Katendrecht telde in die dagen 360 prostituees, 24 seksclubs en meer dan honderd bordelen.

In 1986 was de stadsvernieuwing zover gevorderd, dat de bedrijvers van prostitie werden samengebracht in de Atjehstraat. Zo bleven in totaal vijftien 'huizen van vertier' over in deze straat. In de jaren daarna heeft de gemeente gezocht naar alternatieven om de raam- en tippelprostitutie te verplaatsen: seksboten in de Waalhaven en bij de Euromast, het Poortgebouw in Rotterdam en 'eroscontainers' in Katendrecht.

Het ene plan strandde door protesten van omwonenden, het andere ging niet door op grond van artikel 250 bis uit het Wetboek van Strafrecht, dat het gelegenheid geven tot prostitutie verbiedt. Een eroscentrum aan de Keileweg in Rotterdam, dat plaats zou kunnen bieden aan ongeveer vijftig vrouwen, is nog als enige plan overgebleven. Daarvoor moet artikel 250 bis op de helling, wat op dit moment wordt tegengehouden door de Eerste Kamer.

In juli kregen de bordeelhouders uit de Atjehstraat te horen dat ze hun panden begin september zouden moeten verlaten. Zes van de oorspronkelijke vijftien zijn inmiddels verhuisd binnen de wijk Katendrecht, waar zij geen overlast mogen veroorzaken. De overigen hadden een tijdelijk huurcontract, dat op dit moment is verlopen. Twee bordeelhouders hebben geen andere woning gekregen, omdat zij slechts hun bordelen in de Atjehstraat exploiteerden maar er niet woonden.