Het mysterie van de Urker elpee

Bij Tower Records in New York volgens ons reisgidsje de grootste platen- en cd-winkel ter wereld ligt voor drie dollar per stuk een curiosum in de uitverkoop. Het betreft een langspeelplaat die het geluid van de legendarische tenorsaxofonist Coleman Hawkins in samenspel met trompettist Roy Eldridge laat horen, begeleid door een onbekende ritmesectie. De hoes is gemaakt van een vlekkerige fotokopie, die met een karikaturaal tekeningetje en scheve plakletters de relevante informatie verschaft. De opnamen zouden zijn gemaakt 'at Gottmann studios, Harbour of Urk (Lake Ijssel), Island of Urk on Zuider Zee'.

Een grammofoonplatenstudio in Urk, die de grootste jazzmusici van hun tijd zou hebben vastgelegd? Het lijkt stug, maar onmogelijk is het niet.

Coleman Hawkins woonde in de jaren dertig korte tijd in Nederland en soleerde samen met The Ramblers, maar voor zover bekend trad hij hier toen niet op met Roy Eldridge. De mysterieuze plaat is uitgebracht op het onbekende label De Muziekinstruments, maar misschien heet het label ook wel Royal Klompfott, want dat staat boven een plechtig wapen in de rechterbovenkant van de hoes. De titels van de songs zijn in het Nederlands vertaald: Disorder at the Border werd Rommel bij de Grens en Blue Room werd De Blauwe Kamer. Om het raadsel te vergroten vermeldt de hoes nog dat de 'famed Dutch jazzdiscographer Ronald van Heeswijk' bij het horen van deze muziek zou hebben uitgeroepen: 'This is ultimate Hawk!' Dat zal best, maar wie is die beroemde Van Heeswijk? Waar de platenmaatschappij De Muziekinstruments (of Royal Klompfott) kantoor houdt blijft onduidelijk, evenals een datum waarop deze muziek werd opgenomen of uitgebracht. De verkopers die bij Tower Records achter de toonbank staan weten het ook niet.

Zoiets intrigeert. Na twee dagen rondbellen een moedeloze bezigheid omdat elk aanknopingspunt ontbreekt valt in een telefoongesprek opeens de naam Boris Rose. Die man zou iets met Royal Klompfott en De Muziekinstruments te maken kunnen hebben, gezien zijn passie voor jazzmuziek, zijn archief met oude radio-opnamen en zijn naar wordt beweerd bemoeienis met het persen van illegale grammofoonplaten.

Hoestbui

Rose woont in de Lower Eastside van New York. Hij neemt prompt de telefoon op, maar beantwoordt de vraag of hij de geheime kracht is achter 'The Netherlands Salute Coleman Hawkins and Roy Eldridge' met een hoestbui en anderhalve minuut stilte. Dan het hoge woord eruit: 'Ja, ik heb die plaat uitgebracht, maar voor de inhoud ben ik niet verantwoordelijk. Ik heb de band en de informatie van Ronald van Heeswijk gekregen.'

Aha, dat moet de 'famed Dutch jazz discographer' zijn, die naar nu blijkt zo wordt genoemd omdat hij ooit meewerkte aan een discografie van Charlie Parker.

In 1967 vestigde de uit Amsterdam afkomstige Van Heeswijk zich in New York, waar hij in het dierenhospitaal kwam te werken en bevriend raakte met Boris Rose. Een paar keer per week gingen ze stappen in de Chinatown van New York, waar de restaurants goed en goedkoop zijn. Tijdens een van de etentjes kwam Rose een jaar geleden met het idee die plaat uit te brengen.

Rookgordijnen

Van Heeswijk die nu in Camden woont, een kleine stad in de staat Maine vertaalde de titels van de nummers in het Nederlands. 'Het is een grote grap', laat hij telefonisch weten. 'Het is een opname van een concert dat in de jaren vijftig op een Newyorks station werd uitgezonden. Om geen gezeur met rechthebbenden te krijgen werd er maar wat onzin op de hoes gezet. De herkomst mocht niet te achterhalen zijn. Boris Rose is een aardige man, maar hij is een fantast die er behagen in schept om rond alles wat hij onderneemt rookgordijnen op te trekken. Geloof geen woord van wat hij zegt.' De tekening op de hoes van de onderhavige langspeelplaat laat behalve de twee musici een blik op het Amsterdamse Waaggebouw zien, zegt Van Heeswijk. Tekenaar Fred Romery baseerde zich op een ansichtkaart met een foto van het monument aan de Nieuwmarkt.

Een bezoek aan de 72-jarige Rose ontpopt zich 's anderendaags tot een merkwaardige ervaring. Hij woont riant, in een huis dat is gemeubileerd met antiek en gestoffeerd met imposante doeken van zeventiende-eeuwse meesters der schilderkunst. Maar achter de woonkamer is zijn 'studio', waar hij tot 1975 alle jazzconcerten opnam die rechtstreeks via de radio werden uitgezonden. De vloer ligt bezaaid met losse en halfverpakte geluidsbanden. Tegen de muur van het vertrek staat een ouderwetse buizenradio bedekt onder een dikke laag stof. Er staat een knots van een incourant geraakte recorder naast. Hier werkte Rose aan zijn verzameling: in totaal legde hij ruim vijfduizend radio-uitzendingen vast. Hij heeft materiaal dat niemand anders heeft. In 1971 deed een bevriende zakenman hem het voorstel een aantal van die jazzconcerten op de plaat uit te brengen. Vooral in Japan waar verzamelen van rariteiten als een slimme belegging wordt gezien bestond veel belangstelling voor het materiaal. Volgens Rose waren de persingen niet illegaal: 'Alles dat over de radio wordt uitgezonden is publiek domein, dus vrij van rechten. De uitvoerende artiesten zouden eventueel bezwaar kunnen maken, maar dat hebben ze nooit gedaan. Count Basie zei zelfs dat hij het prachtig vond dat ik zijn oude nummers opnieuw in roulatie bracht.'

Hohoho

Maar om het zekere voor het onzekere te nemen bracht Rose zijn vierhonderddertien platen bij even zovele eenmalige labels onder. Sommige labels verwijzen naar het frivole karakter van de onderneming: Hohoho 1088, Wimp 194850 andere namen hebben betrekking op zijn vrienden, familie of bekenden.

In de kelders onder het huis rusten de restanten van een ooit bloeiende negotie: vijfenveertigduizend grammofoonplaten die vrijwel onverkoopbaar zijn geworden, nu de moderne consument meer in cd's is geinteresseerd. Rose zegt dat hij zich te oud voelt om de handel voort te zetten. Hij wil ervan af. De grote maatschappijen tonen tot zijn verdriet geen belangstelling voor de duizenden opnamen die hij van radiojazz maakte. Het meest bijzonder zijn de concerten die tussen 1948 en 1963 elke vrijdagnacht tussen drie en vier uur rechtstreeks vanuit de legendarische jazzclub Birdland in New York werden uitgezonden. Rose zette vijftien jaar lang trouw de wekker om de programma's op te nemen; hij zag zelfs af van vakantie omdat hij anders iets zou missen en zijn verzameling Birdland-opnamen incompleet zou raken. Nu heeft hij ze allemaal.

Psychiater

Wat moet hij er nog meer over zeggen? Rose houdt er niet van om over zichzelf te praten. Daarom grijpt hij de telefoon en draait het nummer van zijn psychiater, de man die hem het beste kent. Toevallig is deze dokter Bill Myners een bezeten jazzfanaat, dus dat treft. Op verzoek van Rose wil de zenuwarts best even zeggen wat hij van Rose vindt. 'Ik vind het verwerpelijk wat hij doet', zegt Myners. 'Deze prachtige muziek verdient een betere behandeling dan hij ze geeft. Duizenden verzamelaars in de wereld zijn welbewust door Rose misleid doordat hij bij die platen informatie geeft die nergens op slaat.' De psychiater kent, omdat het hem interesseert, van veel platen die Rose uitbracht de juiste bezetting en opnamedata uit het blote hoofd. De Klompfott-elpee kan hij onmiddellijk thuis brengen: 'Dat is een concert van 6 september 1952 in Birdland geweest, met Coleman Hawkins op tenor, Roy Eldridge trompet, Horace Silver piano, Art Blakey drums en Curley Russell bas.' Rose geeft geen krimp. Hij zegt dat een grapje op zijn tijd moet kunnen. Het probleem met verzamelaars is dat ze vaak serieus zijn. Te serieus, wat hem betreft. Heeft hij geen last van. Hij barst in schaterlachen uit en vraagt dan, als de tranen zijn opgedroogd: 'Even in ernst. Bestaat er in Nederland echt een eiland dat Urk heet?'