Een losbol in Bulgarije

Al enige jaren komen er uit het Oostblok films 'van de plank', die daar meestal al jaren lagen te verstoffen. Films die subversief van onderwerp of van stijl werden geacht, films die rebels van toon werden gevonden, films die om andere, voor ons niet navoelbare redenen door de censoren werden afgekeurd. De meeste kwamen tot nu toe uit de Sovjet Unie, maar inmiddels hebben ook andere landen de deuren van hun kluizen op een kier gezet. Idealisme? Welgemeende herwaardering van kunstenaars die, na de verbanning van hun films, vervolgens meestal zelf op non-actief werden gesteld? Ik betwijfel het. Belangrijk zal ook zijn dat duidelijk werd hoeveel geld er met zulke dissidenten te verdienen valt in het Westen, waar het Oostblok in de mode is.

Het mag intussen een wonder heten dat er tot nu toe zoveel min of meer perfecte films zijn ontdekt. Ze werden immers niet opgeborgen vanwege hun hoge artistieke kwaliteit, en hun contingent kan onmogelijk uit louter meesterwerken bestaan. Dat het Bulgaarse Maandagmorgen geen topfilm is, mag hem dan ook niet worden aangerekend. De film werd in 1965 gemaakt en dat is 'm aan te zien. De Franse nouvelle vague, vooral de films van Francois Truffaut en van de jonge Jean-Luc Godard, trok er zijn sporen over en in de stijl van zwartwit-filmen zijn er ook echo's op te vangen van het werk van Michelangelo Antonioni, van L'avventura en La notte. Het verhaal hinkelt en dartelt en struikelt soms. Er wordt heel mooi in de hoofdrollen gespeeld en soms heel houterig door bijfiguren.

Maandagmorgen is vooral een aardige film en, voor wie meer wil, eentje die inzicht biedt in de manier waarop partij-ambtenaren er ook in de Bulgaarse industrie een zelfgenoegzaam potje van maakten. Hoofdpersoon Toni is op het eerste gezicht een vrolijke meid, eentje die ongeschikt is om zich in een keurslijf te laten dwingen. Uiterlijk onderscheidt ze zich niet van de modieuze Parisienne, Londense of Amsterdamse van die dagen: een helm van bollend blond haar sluit haar gezicht in, lichte lippestift verhult haar mond en zware, zwarte make-up accentueert haar ogen. Maar lijken op een Londense Mary Quant-adept en de ongecompliceerde losbol uithangen betekent in Bulgarije iets anders dan in Parijs. In Sofia wordt zulke originele vitaliteit met grote argwaan, afgunst en afkeer bekeken en wij voelen hoezeer Toni zich, ondanks haar opgelegde oppervlakkigheid, daarvan bewust is. Met haar losse gedrag voert ze een eenmansactie voor een vrijer bestaan die veel weg heeft van een kamikaze-actie.

Wanneer blijkt dat ze zich niet laat bang maken probeert 'Het Systeem' haar in te lijven en te gebruiken. Zo'n meisje aan het werk op de scheepwerf, is dat geen leuk propagandaplaatje in de krant? Maar ze heeft ze een desastreuze invloed op de mannengemeenschap en bovendien heeft ze het misbruik door. Ze krijgt de giechels bij een officiele gelegenheid, ze weigert zich formeel te gedragen. En wanneer de man die ze oprecht liefheeft bang is zich te onderscheiden van zijn collega's en zich gedraagt zoals mannen zich 'nu eenmaal gedragen', stapt ze op. Liever niks dan iets halfs.

Irina Aktasjeva en Christo Piskov, het echtpaar dat Maandagmorgen maakte, weigerden hun werk door de censor te laten inkorten. Hun film werd 23 jaar lang, tot 1988, achter slot en grendel gehouden. Zij maakten na zeven jaar gedwongen werkeloosheid nog vier films. Die zou ik graag willen zien.