De balans van vier weken crisis: positief

Vier weken duurt nu de drole de guerre van het Midden-Oosten. De fase van de hachelijke gok voor de Verenigde Staten loopt op een einde nu het grootste deel van de Amerikaanse troepenmacht zijn posities in Saoedi-Arabie heeft ingenomen en het venster van kwetsbaarheid, waarvoor de Amerikaanse chefs van staven hun president in de eerste week van augustus hadden gewaarschuwd, langzaam maar zeker sluit.

De spannendste vraag blijft overeind: Vecht Saddam Hussein het uit of gokt hij op verdamping van het ongenoegen? Het antwoord daarop weet niemand buiten de Bagdadse machtskliek en ook die waarschijnlijk niet eens, en voor elke speculatie is gemakkelijk een aantal argumenten te bedenken. Aan tips en suggesties ontbreekt het evenmin, varierend van de oproep om met een Blitzkrieg aan de bende van Bagdad een einde te maken tot de aanbeveling om het al die Arabieren in die grote zandbak daarginds maar zelf te laten uitzoeken.

De balans van vier weken crisis is alles bij elkaar positief, zelfs als aan het slot van de episode een oorlog zou staan. Het volkenrechtelijke escalatie-scenario uit het Handvest van de Verenigde Naties wordt tot nu toe tamelijk stipt gevolgd. Weliswaar hebben de Amerikanen enkele keren daarop een voorschot genomen, maar zij halen ook de kastanjes uit het vuur. Amerikaanse druk op de leden van de Veiligheidsraad heeft het gevoel van urgentie in elk geval verscherpt en een verademing is het zeker om een helder geval van agressie niet langer in de VN te zien worden vermalen in dialectisch getoonzette prietpraat. Alleen Cuba probeerde nog te bewijzen dat niet Irak maar Amerika eigenlijk Koeweit was binnengevallen ('zionistisch-imperialistisch'), maar nu de Koude Oorlog voorbij is, heeft zoiets voornamelijk folkloristische waarde.

Nieuwe rol

De Verenigde Staten hebben zich in een fenomenaal project gestort, waarvan de omvang en de gevolgen nog amper vallen te overzien. Het gaat hier om het eerste grote conflict in de periode na de Koude Oorlog. In die voorbije periode plachten zulke botsingen in een Oost-West-tegenstelling, met kernwapens op de achtergrond, te worden bevroren. De denktanks en het buitenlands-politieke establishment van de Verenigde Staten waren tot 7 augustus nog hoofdzakelijk in het circuit van de seminars op zoek naar een nieuwe rol voor de VS in de wereld. Niet langer dient het communisme als prikkel tot internationaal optreden. In eigen land raasde het neo-conservatisme onder president Reagan uit. De twee nationale en ideologische extremen het doctrinaire internationalisme van Carter en het America First van Reagan kwamen achtereenvolgens aan bod en aan het eind ervan leken de vernedering van Vietnam en de frustratie over de Iraanse gijzelaars goeddeels verwerkt. Een nationale consensus die in het midden van de jaren zestig verloren was geraakt en zonder welke een land geen nationaal belang kan definieren, leek voor het eerst weer denkbaar. Tot zover de pluskant. Aan de minkant stond en staat uit Amerikaans perspectief dat het land de status van onbetwiste supermogendheid heeft verloren. Economische prestaties van andere regio's Europa en Japan en de schuldenpositie hebben de laatste jaren de Verenigde Staten al herhaaldelijk naar het tweede plan gedrukt, onlangs nog in het wederopbouwproject voor Oost-Europa. Zelfs nu is de vraag acuut wie de militaire operatie zal betalen en het pijnlijke risico bestaat dat sjeiks en emirs dat zullen zijn, die onder de pursuit of happiness iets heel anders verstaan dan de Amerikaanse staatsburgers.

President Bush heeft tot nu toe voortvarend en ingetogen gehandeld, maar corresponderen de presidentiele impulsen met de werkelijkheid? Is Amerika opgewassen tegen een langdurige presentie in de Arabische woestijn? Komen na het eerste hoera-patriottisme ook niet de vragen naar de prijs? De president heeft in zijn toespraak van 8 augustus de soevereiniteit van Saoedi-Arabie een 'vitaal belang voor de Verenigde Staten' genoemd en de Iraakse invasie van Koeweit een schending waartegen Amerika zich volgens zijn traditionele beginselen dient te verzetten.

Deze beide uitgangspunten zijn juist, maar er zitten ook twee levensgrote gevaren aan. Ten eerste kunnen zij elkaar voor de voeten lopen en in eigen land verdeeldheid zaaien. De idealistische impuls voor Amerikaans optreden in de wereld is een aloude, serieuze factor in de Amerikaanse publieke opinie en die kan gemakkelijk worden gefrustreerd als Amerika tegelijkertijd beschermheer wordt van een feodaal, hypocriet en autocratisch gezelschap sjeiks. Tot een klinische scheiding tussen economisch belang en moraliteit is Amerika nooit in staat geweest; het druist tegen Amerikaanse traditie en denkwereld in en daarmee zit Amerika nu al in een gecompliceerd wespennest van islam, fundamentalisme en Arabische eigenaardigheden, die met de beginselen van de Founding Fathers niet te rijmen vallen.

Zelfbeeld

Het tweede gevaar ligt in het zelfbeeld van Amerika en de perceptie ervan elders. In eerste aanleg leek het erop dat president Bush handelde in de traditie van zijn land als klassieke supermogendheid. De Europese bondgenoten reageerden navenant volgens de klassieke lijnen: Londen enthousiast, Parijs geprikkeld, Bonn aarzelend en een paar anderen niet thuis.

Van de Verenigde Staten kan echter niet worden verwacht dat zij in de Golf de kastanjes als een supermogendheid uit het vuur blijven halen. Zij hebben er de financiele middelen niet voor en bovendien is bij nadere betrachting de vrije olie-uitvoer uit de Golf een veel vitaler belang voor Europa en Japan dan voor de Verenigde Staten.

Ook met geopolitieke Oost-West-redeneringen a la Kissinger valt Amerika niet meer voor langere tijd voor de kar van de andere economische supermogendheden te spannen. Met andere woorden: De Amerikaanse reflex was die van een militaire supermogendheid, maar zonder aanzienlijke en aanhoudende politieke, militaire en economische deelneming van Europese en Aziatische partners is de kans op een Amerikaans fiasco levensgroot. Het gevolg van zo'n fiasco zou zijn dat de Verenigde Staten afscheid nemen van de buiten-Amerikaanse wereld en dat op een abrupte manier, waarmee het bewijs van het imperial overstretch op ongelukkige manier zou zijn geleverd.

Dat wordt in enkele Europese hoofdsteden intussen begrepen en successievelijk neemt men er afscheid van de toeschouwerstribune. De Britten waren het eerst en dat is amper verrassend te noemen. Frankrijk doet schoorvoetend mee. Binnen de socialistische elite daar bestaat weliswaar nog een oud Ba'ath-sentiment en is het ook overigens moeilijk om een wapenklant als Irak zo bruut te schofferen de Franse defensie bestaat slechts bij de gratie van wapenexporten , maar minister van defensie Chevenement is inmiddels, naar het schijnt morrend, akkoord gegaan met het hogere belang om Amerika in de Golf niet in de steek te laten. De Bondsrepubliek daarentegen laat het afweten. Kanselier Kohl neigt naar deelneming, de liberalen en de sociaal-democraten daarentegen hameren op zelfbeperking. Natuurlijk heeft de Duitse politiek andere dingen aan het hoofd en bovendien zou de grondwet de inzet van Duitse militairen buiten het NAVO-gebied verbieden.

Met gepast pieteit wijzen Duitse politici en passant ook nog op het Duitse nazi-verleden. Het zou toch genant zijn om de wereld opnieuw op schietende staalhelmen in de aanval te tracteren. Hoe kies dit excuus ook klinkt, het is bij nader inzien nogal voos. De grondwet is minder eenduidig dan wordt gesuggereerd staatsrechtsgeleerden verschillen erover van mening en een land dat zich zelfverzekerd genoeg voelt om voor eind van dit jaar formeel een economische reus van wereldformaat te worden, kan zich maar moeilijk achter Hitler-schaamte verbergen als het gaat om internationale verantwoordelijkheid.

De kleinere landen in Europa hebben vooralsnog geen kans gezien een consensus te bewerkstelligen. De Nederlandse regering onderschatte aanvankelijk de ernst van de situatie of dat is ook mogelijk meende dat het voldoende was om af te wachten hoe de wind zou gaan waaien, om dan te volgen. De fregatten zijn er bijna en inmiddels wordt er ook in WEU-verband gecoordineerd. De politiek stottert weliswaar nog enigszins wanneer de noodzaak van geweld publiekelijk moet worden uitgesproken en termen als diplomatie en compromis klinken naarstig en redelijk, maar in grote lijnen is ons land nu toch mee van de partij.

Nieuwe stabiliteiten

Over de doelstellingen van de Westerse troepen in de Golf en de beste strategie daar is veel sofisterij bedreven, maar een paar belangen blijven toch uitgangspunt voor verder handelen.

Om te beginnen moet, zoals gezegd, Amerika worden geholpen. Een wijkagent heeft geen schijn van kans wanneer iedereen de andere kant opkijkt. Paradoxaal genoeg lenen crisissituaties zich bij uitstek om nieuwe stabiliteiten te creeren. De Amerikaanse eeuw loopt waarschijnlijk ondanks de getoonde kordaatheid toch wel op een eind, maar hoeveel beter is het dan niet om zoiets geordend en met gedeelde verantwoordelijkheid te laten geschieden. Het Westen mag de Koude Oorlog hebben gewonnen, maar daarmee komt een nieuwe wereldorde niet vanzelf. Nieuwe hegemonieen dienen zich niet aan.

Bovendien, als veiligheid en vrije oliestroom vlot kunnen worden gewaarborgd, dan is het risico van een recessie het geringst en de kans op nieuw zelfvertrouwen het grootst. Dat is aan het begin van de grootscheepse Oost-Europa-operatie van essentieel belang voor het grootste deel van de beschaafde wereld.

Voorts dient Irak Koeweit te verlaten. Natuurlijk was Koeweit allesbehalve een democratische maagd, maar ook van Polen kon in 1939 worden gezegd dat het door een autoritaire leider, vijf grootgrondbezitters en een introverte clerus werd bestierd. Saddam Hussein is een gevaarlijk dictator, met te veel wapens en te veel kwade bedoelingen; zo iemand moet 'Halt' horen en een prijs betalen, wanneer hij zo maar een land annexeert. Dat is een simpele norm en de Westerse wereld bevindt zich in de gelukkige omstandigheid dat zij in staat is deze aan Irak en zijn sympathisanten dwingend op te leggen. Althans, tot nu toe.