Brucan: 'Iliescu is eerlijk, maar hij weet te weinig'

ROTTERDAM, 30 aug. 'Ion Iliescu is een eerlijk man, een man van goede wil. Maar hij begrijpt niet hoe hij de twee belangrijkste problemen van Roemenie de overgang naar de democratie en de overgang naar de markteconomie moet aanpakken. Je kunt zoiets niet uit een boekje leren, en Iliescu heeft de praktijk nooit leren kennen.' Silviu Brucan, ooit een kopstuk van het Roemeense stalinisme, in de laatste jaren van het regime van Nicolae Ceausescu een veelgeplaagd dissident en in de eerste maanden van het nieuwe bewind de chef-ideoloog en tweede man van het Front van Nationale Redding, is niet erg optimistisch over de situatie in Roemenie. Het gebrek aan kader en kennis, zegt hij, staat werkelijke veranderingen in de weg, zowel politiek als economisch. 'Niemand in de leiding heeft verstand van democratie of de markteconomie. Iliescu niet, premier Petre Roman ook niet.'

Het gevolg: het nieuwe bewind stapelt de ene fout op de andere, met als treurig hoogtepunt het ingrijpen van de mijnwerkers tegen opposanten in juni. 'Toen heeft het regime het voor zichzelf verknald.'

Of het oproepen van de ordeherstellende mijnwerkers een paniekreactie van het bewind was of een uiting van een eventuele anti-democratische inborst wil Brucan niet weten 'Ik ben geen priester' maar vast staat dat Roemenie sindsdien internationaal sterk geisoleerd is geraakt en dat dat gevaarlijk is. Vast staat echter ook dat er voor de huidige leider, Ion Iliescu, geen alternatief is: hij is tot president gekozen en de Roemenen moeten het met hem zien te rooien.

Het heeft de afgelopen maanden, sinds de revolutie van december, niet ontbroken aan protestdemonstraties in Boekarest: nog deze week werd avond na avond het centrale plein bij de universiteit bezet door demonstranten die boos riepen dat 'de revolutie is gestolen'.

Brucan vindt de protesten onzin: 'Je kunt niet zeggen dat de revolutie is gestolen als Iliescu en Roman, die de regering in december leidden, dat nog steeds doen. Iliescu heeft op 22 december het manifest van het Front van Nationale Redding voorgelezen, met het programma van de revolutie, dat ikzelf heb geschreven, in het televisiegebouw, liggend op de grond, terwijl de kogels door de kamer vlogen. Wekenlang is het Front de enige politieke kracht in het land geweest, andere partijen kwamen pas toen het op straat weer veilig was.' De betogers, zegt Brucan, zijn ongeduldig. Het is begrijpelijk: 'Veel deelnemers aan de revolutie vinden eigenlijk dat ze zelf direct minister hadden moeten worden, hadden moeten worden beloond. Ze beseffen niet dat het tonen van moed en offervaardigheid iemand nog niet tot staatsman maakt.' Toch ziet Brucan geen nieuwe revolutie komen. 'Ik ben niet erg optimistisch, tenzij de regering meer vastbeslotenheid aan de dag gaat leggen bij het oplossen van de twee belangrijkste problemen. Maar een tweede revolutie zit er niet in, er zijn daarvoor geen krachten beschikbaar. De mensen staan niet op tegen een regering die, ook al slaagt ze daar niet altijd in, haar best doet de bevolking tegemoet te komen. Ceausescu was totaal gevoelloos, maar dit bewind doet zijn best, en men beseft dat.'

Dat is echter nog geen garantie voor de toekomst, zegt Brucan. 'Toen ik zei dat de Roemenen twintig jaar nodig hebben om te leren met de democratie om te gaan viel iedereen boos over me heen, nu geeft iedereen me gelijk.'

De Roemenen vatten die democratie wat te licht op. 'Kijk naar de mentaliteit in de fabriek. Ze zeggen: we hebben de revolutie gehad, we hebben nu democratie, dus we hoeven niet hard te werken. Op de universiteit idem: we hebben de revolutie gemaakt, we hoeven niet te studeren.'

En de regering stimuleert dat nog, die heeft, zegt Brucan, de vijfdaagse werkweek ingevoerd zonder zich te bekommeren om de sociale, economische en culturele gevolgen. 'Dat werd door de arbeiders gezien als een signaal van boven dat ze het rustig aan kunnen doen. En sindsdien doen ze het rustig aan.' Brucan is, zegt hij, 'optimistisch over de toekomst maar pessimistisch over het heden'.

Op lange termijn heeft Roemenie voordelen: er is een lage buitenlandse schuld en er zijn veel natuurlijke hulpbronnen, Roemenie is een rijk land met de beste landbouwgrond in de verre omtrek, kolen, olie en andere delfstoffen. Op kortere termijn is er echter dat gebrek aan kader en kennis: 'Met goed management is Roemenie een groot succes. Maar waar haal je goed management vandaan?' Met meer daadkracht in politiek en economie kan het bewind, zegt hij, het wantrouwen van het buitenland en de lethargie van de Roemenen overwinnen. 'Iliescu en Roman zouden de oppositie moeten overtuigen van de noodzaak uit hun kleine gesloten kringetje te komen om te praten over de miserabele internationale status van Roemenie. We zijn van elk hulpprogramma uitgesloten. Dat is een zaak van nationaal belang. Regering en oppositie moeten hun partijpolitiek en hun persoonlijke ambities even vergeten.' Het Front van Nationale Redding, zegt Brucan, het Front waarvan hij van december tot mei de ideoloog is geweest, moet duidelijkheid scheppen over zijn eigen identiteit. 'Als gevolg van de uitslag van de verkiezingen draagt het Front de volledige verantwoordelijkheid voor wat in Roemenie gebeurt. Het is op die taak niet berekend. Het Front moet een gewone partij worden, een congres bijeenroepen, praten over zijn ideologie, een democratische structuur en zijn politieke leiding, drie zaken die het nu niet heeft. Wie leidt het Front? Dat weet niemand. Ik weet het niet, u ook niet. Het Front lijkt wel een ondergrondse organisatie. Maar we hebben het wel over de enige politieke kracht van het land.' Ook in de economie moeten daden worden gesteld, zegt Brucan. Dat kan, als men begint met de privatisering, een terrein waar tot dusverre 'meer moeilijkheden zijn opgeworpen dan prestaties zijn bereikt'.

'Ik heb de regering voorgesteld de privatisering te beginnen in de meest impopulaire sector, de horeca. Iedereen in Roemenie haat hotels, wegens de slechte service, de sjofelheid, de inefficiency en omdat restaurants weinig meer zijn dan fabriekskantines. Waarom neemt men niet acht hotels aan de kust, twee in Boekarest, een in Sinaia en een in Predeal en verkoopt die op een internationale veiling? Dat zou de privatisering in een klap populair maken. Dat zou het gevaar bezweren dat de privatisering even impopulair wordt als in de Sovjet-Unie.' Reacties heeft Brucan nauwelijks gehad op die voorstellen, behalve de opmerking dat hij niet zo onbescheiden moet zijn en niet zoveel moet praten. 'Als dat gebrek aan actie voortduurt, zet de EG haar huidige beleid ten aanzien van Roemenie voort. En dan zeg ik: er moet iemand verantwoordelijk zijn. Er moet een kop rollen.' Wiens kop? Die van de minister van economische hervormingen, Adrian Severin? 'Misschien. Of die van een hogere leider.'

Premier Roman? Brucan lacht.