Zwalkende Opec

OPEC, de organisatie van olie exporterende landen, is na bijna vier dagen informeel beraad in Wenen niet in staat gebleken tot een duidelijk en eensgezind antwoord op de Golf-crisis. Slechts tien van de dertien landen van het oliekartel werden het eens over een verhoging van de olieproduktie om de olie-export van Irak en Koeweit, die door het internationaal embargo tegen Irak is weggevallen, te compenseren. Individuele leden van OPEC, onder aanvoering van Saoedi-Arabie, hebben het initiatief en de macht in handen genomen. Zij trotseren de tegenstand van Irak, Iran en Libie die van geen produktieverhoging willen weten.

Saoedi-Arabie, de Verenigde Arabische Emiraten, Venezuela en Nigeria vangen op korte termijn de helft van het dreigende tekort op. Verhoging van de produktie elders in de wereld en hernieuwde aandacht voor energiebesparing moeten vraag en aanbod weer in evenwicht brengen.

HET BESLUIT over produktieverhoging van de tien OPEC-leden om van een echt OPEC-besluit te spreken dient sprake te zijn van unanimiteit is van groot belang voor de Westerse landen en de ontwikkelingslanden die sterk afhankelijk zijn van olie uit het Midden-Oosten. De olieprijs, die door de eerste paniekreacties op de Golf-crisis sterk was opgedreven, wordt tot reele proporties teruggebracht. President Bush, die een dringend beroep had gedaan op Saoedi-Arabie en andere OPEC-landen om de olieproduktie op te voeren, krijgt met dit besluit een extra steun in de rug.

Niet een tekort aan olie op de korte termijn was aanleiding voor dat verzoek de olievoorraden van het Westen zijn zelden zo groot geweest als thans. Onzekerheid bestond evenwel over de olie-aanvoer in het geval de crisis lang zou gaan duren.

OPEC toonde zich, ondanks het bereikte 'akkoord', de afgelopen dagen niet in staat de interne tegenstellingen over het conflict in de Golf en over de prijspolitiek voor olie de baas te worden. Het is zeer de vraag of het kartel die verlamming ooit nog tebovenkomt. Voor de tweede keer in de recente geschiedenis heeft Irak een mede-OPEC-land aangevallen. Daardoor is de solidariteit van de olieproducenten wel tot het uiterste op de proef gesteld.

OF DIT HET definitieve einde van het oliekartel betekent hangt niet alleen af van de afloop van de huidige crisis maar wordt ook bepaald door de reactie van olie importerende landen. Voor de Iraakse overrompeling van Koeweit vertoonde de vraag naar olie in de wereld weer een stijgende tendens. Het had niet lang geduurd of het Westen was opnieuw in de tang van een te beperkt aanbod en stijgende vraag terechtgekomen. En daarmee was de macht op de wereldoliemarkt automatisch verschoven naar de landen om de Golf die nu eenmaal over de grootste bewezen oliereserves beschikken. Door de relatief lage olieprijzen zelfs nu zijn die prijzen in reele termen nog niet half zo hoog als tijdens de vorige oliecrisis lieten de olieverbruikers, de VS voorop, zich in slaap sussen.

HET ENIGE juiste antwoord onder de huidige omstandigheden is het met hernieuwde kracht nastreven van energiebesparing en het stimuleren van alternatieve energiebronnen. Voor het Internationale Energie Agentschap in Parijs, dat zich vrijdag weer over de olieproblemen op korte termijn buigt, lijkt vooral een taak weggelegd dit streven te ondersteunen. Het vermijden van een acute crisis is een ding, het voorkomen van een volgende crisissituatie over een aantal jaren daarentegen is nog veel belangrijker.