Westerse steun voor Hongaars milieubureau

DEN HAAG, 29 aug. In Boedapest wordt volgende week een milieucentrum voor Midden- en Oost-Europa geopend. Initiatiefnemers hiertoe zijn de Verenigde Staten, de EG, Hongarije en Nederland.

De kosten van het centrum (negen miljoen dollar voor drie jaar) komen voor rekening van het Westen. De Amerikaanse president Bush heeft vijf miljoen dollar uitgetrokken, de EG 2,5 miljoen en Nederland 1,5 miljoen dollar.

De oprichting van het milieucentrum is het gevolg van het bezoek dat Bush vorig jaar juli bracht aan Hongarije en Polen. Samen met zijn milieu-adviseur W. Reilly sprak hij daar onder meer over de bijzonder slechte milieusituatie in Oost-Europa. Daarop volgden financiele toezeggingen voor diverse milieuprojecten in Polen en het milieucentrum in Hongarije.

Het centrum zal onder Hongaarse directie staan en zal zich volgens attache J. Ecsodi van de Amerikaanse ambassade in Boedapest vooral bezighouden met coordinatie van projecten die milieugevolgen van landbouw en industrie betreffen.

Dat ook Nederland bij het centrum is betrokken, komt door het Programma Samenwerking Oost-Europa (1990) waarvoor het kabinet vorig jaar 87 miljoen heeft uitgetrokken. Van dit bedrag wordt vijftig procent multilateraal gefinancierd; via de EG (25 miljoen), de Europese bank voor de ontwikkeling van Oost-Europa (17 miljoen) en de OESO. Met de andere helft worden Nederlandse projecten voor Polen en Hongarije betaald, op economisch, agrarisch, onderwijskundig en cultureel gebied. Aan milieuhulp wordt circa vier miljoen gulden besteed, waarvan 1,5 miljoen voor rekening komt van de begroting van VROM. Voor 1991 is het hulpbedrag voor Oosteuropese landen die volgens het kabinet voldoende op weg zijn naar een democratisch parlementaire samenleving met een vrije markteconomie, verhoogd tot 225 miljoen gulden. Daarvan gaat tien miljoen naar uitbreiding van Nederlandse ambassades in Oost-Europa. De financiering van Oosteuropese projecten in ontwikkelingslanden neemt Nederland voor 25 miljoen gulden over.

Van het resterende bedrag hoopt minister Alders (milieubeheer) ruim dertig miljoen te kunnen besteden aan milieuprojecten in Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije.

Volgens Amerikaanse berekeningen zou Oost-Europa zo'n honderd miljard dollar nodig hebben om zijn milieuproblemen enigszins de baas te worden. Voor milieuhulp aan Polen heeft de Wereldbank 18 miljoen dollar uitgetrokken, terwjl de EG Polen en Hongarije elk met 120 miljoen gulden steunt voor milieuprojecten. Ook Zweden draagt bij aan de financiering van milieuprojecten in Oost-Europa en stelt daarvoor 136 miljoen gulden beschikbaar, waarvan 84 miljoen voor waterzuivering en milieumetingen in Polen. West-Duitsland neemt straks de zorg voor en de kosten van milieumaatregelen in de DDR over. De milieu-overeenkomst die Nederland dit jaar met de DDR had willen sluiten, gaat daarom niet door. Om dezelfde reden hebben ook de VS milieusamenwerkingsprojecten met de DDR stopgezet.

Wel wil Nederland bijdragen in de kosten van het onlangs opgerichte Tsjechoslowaakse milieuministerie in Praag, omdat dat gebrek heeft aan de meest elementaire kantoorbenodigdheden, zoals microcomputers. Nederland zal zijn milieuhulp aan Oost-Europa, waarmee in 1987 werd begonnen, dit jaar waarschijnlijk uitbreiden met enige steun aan Sovjet-Unie, die hierom heeft gevraagd.

Volgens prof. drs. W. J. Kakebeeke, directeur internationale milieusamenwerking van het ministerie van VROM, is de Nederlandse hulp aan Oosteuropese milieuprogramma's bescheiden. De steun moet naar zijn zeggen vooral duidelijk maken dat ook Nederland zich bewust is van 'de werkelijk zeer slechte milieusituatie in Oost- en Midden-Europa'.

Nederland wil vooral technische milieukennis en kennis van milieumanagement naar Oost-Europa exporteren. Had het Oostblok na de Tweede Wereldoorlog evenveel Amerikaanse hulp gekregen als West-Europa, dan zou het, aldus Kakebeeke, nu niet twintig tot dertig jaar achterliggen in economische ontwikkeling en de aanpak van milieuproblemen.