Vredesplan Cambodja, deja vu van de hoop

ROTTERDAM, 29 aug. Een deja vu van de hoop, zo valt de uitkomst van het vredesplan van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad voor Cambodja te karakteriseren. Zoveel conferenties passeerden de afgelopen jaren de revu, zoveel overeenkomsten werden gesloten en goede voornemens gemaakt, nooit kwam er iets van terecht door de koppigheid van de strijdende partijen en de doorgaande wapenleveranties aan beide kampen. Het nu overeengekomen, doortimmerde plan heeft een kans van slagen, op een moment dat de oorlog in Cambodja zich heeft uitgezaaid als een kankergezwel.

Uit de regio's Stong en Kampong Thom, in het hart van Cambodja, meldde een verslaggever van het Franse persbureau AFP gisteren een bittere strijd tussen het regeringsleger van premier Hun Sen en de drie guerrillagroeperingen: de communistische Rode Khmer, de nationalistische KPNLF en de ANS, het royalistische leger van prins Norodom Sihanouk. Duizenden mensen in de regio zijn op de vlucht geslagen. Behalve de meer dan 300.000 vluchtelingen bij de Thaise grens schatten hulpverleners van de Verenigde Naties het aantal 'displaced persons' in het land op nog eens 150.000. Eergisteren meldde het officiele Cambodjaanse persbureau SPK dat bij gevechten in het westen en noorden van het land tussen 12 en 18 augustus 53 guerrillastrijders waren gedood. Hoeveel slachtoffers aan de zijde van het regeringsleger vielen werd niet genoemd.

De berichten vormen het zoveelste bewijs dat de burgeroorlog in Cambodja, die sinds eind '78 woedt (na vijf jaar militaire dictatuur onder Lon Nol en drie jaar Rode Khmer-terreur), zich heeft uitgebreid over het hele land. Lange tijd beperkten de vijandelijkheden zich tot het westelijk deel, waar het verzet vanuit de vluchtelingenkampen op Thais gebied vrijuit kon opereren. Nu wordt overal gevochten en zijn overal Cambodjanen op de vlucht, zoals Cambodjanen al twintig jaar vluchten. Het maakt het uitvoeren van een vredesplan des te dringender.

Perspectief

Het nu voorliggende plan van de Grote Vijf is het meest alomvattende en best uitgewerkte tot nu toe en biedt perspectief. De belangrijkste geschilpunten tussen de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, China, Groot-Brittannie en Frankrijk zijn op papier opgelost. Volgens het plan wordt een vredesmacht van 10.000 VN-militairen gestationeerd in Cambodja, ondersteund door een gelijk aantal burgerfunctionarissen. Totale kosten: 3 tot 5 miljard dollar over een periode van 1 a 2 jaar. De VN-macht is achtereenvolgens belast met toezicht op een staakt-het-vuren, ontwapening van de vier facties, controle op het vertrek van (de eventueel achtergebleven) Vietnamese troepen en het organiseren van vrije verkiezingen. Indien het plan ten uitvoer wordt gebracht is het de grootste vredesoperatie uit het bestaan van de VN. Het inleveren van de wapens is de achilleshiel van het plan. In Cambodja komt macht al meer dan twintig jaar voornamelijk uit de loop van geweren en een voortijdige ontwapening van de ene groepering zal door de andere zeker worden uitgebuit.

De VN stellen daarom een ontwapening in drie fasen voor: eerst trekken alle facties zich terug in afzonderlijke gebieden en kunnen ze nog over hun eigen wapens beschikken, in de tweede fase krijgt ook de VN-macht de beschikking over de wapens en ten slotte zijn het alleen nog de VN-militairen die de wapens mogen hanteren. Het VN-bestuur zal ook de controle hebben over de belangrijkste ministeries in Cambodja: buitenlandse zaken, defensie, informatie, financien en openbare veiligheid. Een Nationale Raad van Toezicht, waarin de vier facties zitting nemen, moet waken over het goede verloop van de onderlinge samenwerking.

De KPNLF, van ex-premier Son Sann, en Sihanouks partij hebben voorzichtig positief gereageerd op het VN-plan. De twee zwakste verzetsgroepen ruiken hun kans door zo'n vredesregeling hun invloed te vergroten.

Het gaat echter vooral om de Rode Khmer en de regering Hun Sen, die elkaar tot nu toe geen duimbreed hebben willen toegeven. Eerdere vredesregelingen liepen steeds stuk op de onverzoenlijkheid van deze twee partijen. 'De vraag blijft of de Rode Khmer ooit een overeenkomst kan sluiten met de man die hun beweging heeft verlaten', zei een Westerse diplomaat gisteren. Hij refereerde aan Hun Sens verleden als lid van de Rode Khmer. In 1977 liep hij over naar Vietnam toen de factiestrijd binnen de Rode Khmer zijn hoogtepunt bereikte.

Volgende maand overleggen de vier partijen in Jakarta en zal duidelijk worden of de belligerenten eindelijk hun eigen belangen kunnen wegcijferen.

Een andere onzekere factor is China. Hoewel de Chinese delegatie in New York met de mond de vrede beleidt, is Peking tot op de dag van vandaag de belangrijkste ondersteuner gebleven van de Rode Khmer. Woorden van afkeer over de massamoorden die de maoistische Rode Khmer onder leiding van Pol Pot beging tussen 1975 en 1979 zijn uit Chinese mond nog nooit opgetekend. Integendeel, China is steeds een toevluchtsoord geweest voor de door Vietnam verjaagde top van de Rode Khmer. Ook Pol Pot zou zich in de Volksrepubliek bevinden.