STORM OM EEN VAT OLIE Bedrijven tamelijk laconiek over dure olie en goedkope dollar

De werkgeversorganisaties reageren bezorgd maar de bedrijven zelf tonen zich nogal loconiek over de dalende dollarkoers en de stijgende olieprijs. 'Zorgelijk, maar niet schokkend', is de overheersende mening. Maar al geven de cijfers geen reden tot paniek, het psychologische element blijft de onbetrouwbare factor.

Hectische financiele markten, wegzakkende aandelenkoersen, extreme olieprijzen, een ongekend lage dollarkoers en een stroom van tegenvallende bedrijfsresultaten. En bovenal een Golfcrisis, met nog altijd moeilijk voorspelbare gevolgen. Voorboden van een ernstige economische crisis? Of een storm in een glas water? De meningen in Nederland lopen in ieder geval uiteen. Economen bij grote banken neigen vooralsnog tot de opvatting dat de Nederlandse economie slechts beperkte averij zal oplopen. Belangenorganisaties van werkgevers tonen zich opmerkelijk bezorgder. Maar wie de grote bedrijven afzonderlijk benadert, stuit in het algemeen op een meer laconieke houding.

Minister Andriessen van economische zaken kan evenmin worden beticht van een paniekreactie. Zo schatte hij vorige week dat het 'hele proces' in Nederland zal leiden tot 0,5 procentpunt minder economische groei en een inflatiestijging van circa 0,25 procentpunt. Hij erkende echter dat het moeilijk is om zaken te voorspellen. 'Ik beschik niet over een glazen bol.' Er is volgens de bewindsman echter ook een psychologische factor: 'Dat we elkaar gaan aanpraten dat er wel degelijk een economische crisis is. Dat burgers minder gaan besteden en dat bedrijven minder gaan investeren.' Het Centraal Planbureau - de 'rekenmeester' van het kabinet - produceerde vorige week een 'rampenscenario', een aanvulling op de zogeheten 'centrale variant' voor de Nederlandse economie die als basis dient voor de rijksbegroting van volgend jaar. In de centrale variant wordt ervan uitgegaan dat de Golfcrisis tijdelijk zal zijn en dat de olieprijs zich zal stabiliseren op zo'n 22 dollar. De economische perspectieven blijven in dat geval rooskleurig. Mocht de Golfcrisis voortduren en blijft de olieprijs volgend jaar op dertig dollar per vat steken - kortom het rampenscenario - dan zou de produktie van bedrijven volgend jaar met 1,4 procentpunt minder groeien en de particuliere consumptie 1,1 procentpunt lager uitvallen. Zorgelijk, maar niet echt schokkend. Want in dat geval groeit onze economie nog altijd met bijna twee procent.

Ook volgens de Rabobank is er vooralsnog geen reden tot grote zorg. R. Dierick, hoofd economisch onderzoek, ziet wel een negatieve invloed van de huidige crisis op de groei van de wereldeconomie, zeker in de Verenigde Staten en in mindere mate ook in Europa. Voor Nederland voorspelt hij een vertraging van de economische groei met 0,5 procentpunt 'mits er geen echte oorlog in de Golf uitbreekt'.

Een zekere afkoeling van de Nederlandse economie kan, volgens Dierick, zelfs positief uitpakken omdat de inflatie door de olieprijsstijging toch wat zal oplopen. De crisis zal op de Rabobank zelf niet veel invloed hebben. Dierick: 'Misschien nemen de spaartegoeden bij ons toe, omdat aandelenbezit zoveel riskanter is geworden.'

Dempend effect

De Amrobank stelt in haar laatste 'special report' dat de olieprijsstijgingen zullen leiden tot een wat hogere inflatie die de koopkrachtstijging beperkt, de groei van de binnenlandse bestedingen vertraagt en de kans op rentestijgingen vergroot. Dat zal, volgens het rapport, 'een dempend effect hebben op de bedrijfsinvesteringen en, zij het zeer beperkt, op de economische groei die per saldo licht zal vertragen'.

Door een sterke verbetering van de solvabiliteit en liquiditeit staan de Nederlandse bedrijven er in vergelijking met vorige oliecrises nu beter voor, meent de Amro, al komen hun winsten onder meer neerwaartse druk te staan. Dat geldt met name voor 'energie-intensieve' bedrijfstakken als chemie, tuinbouw en transport. Een Amro-zegsman knoopt daar aan vast: 'Bij deze raming is uitgegaan van een olieprijs van 25 dollar per vat. Maar dit weekeinde was hij nog dertig dollar en over een maand kan hij weer 25 bedragen of 35. Het heeft allemaal weinig meer met economische factoren te maken.'

Ook over de dollarkoers valt zijn inziens weinig zinnigs te zeggen. 'Die kan wegzakken tot 1,50 gulden. Maar als er in de Golf echt oorlog uitbreekt, kunnen de mensen toch weer in de 'greenback' vluchten en kan de koers snel stijgen.' Werkgeversorganisaties als het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) en het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW) slaan een wat zorgelijker toon aan. Een VNO-zegsman wijst op de problemen van bedrijven die in dollars afrekenen en bij een blijvend lage koers 'honderden miljoenen' zullen verliezen. Behalve een lage dollarkoers kunnen ook mondiale vraaguitval en vertraging van de wereldhandel slecht uitpakken voor de Nederlandse exporteurs. 'Terwijl de bedrijfswinsten afnemen is de overheid de lachende derde met extra aardgasbaten', oordeelt de VNO-zegsman. Hij laat er op volgen: 'Alleen als die baten worden gebruikt voor vermindering van de staatsschuld zijn de olieprijsstijgingen macro-economisch goed te dragen.' Dat gebeurt dus niet, want eind vorige week besloot het kabinet met de aardgasbaten begrotingsgaten te dekken. In werkgeverskringen wordt in dit verband wel gesproken over 'de weg van de minste weerstand' dan wel een opleving van de aloude 'Dutch disease'. Directeur dr. F. B. Lempers van de christelijke werkgeversorganisatie vindt het voorbarig nu al over een economische crisis te spreken maar meent niettemin dat er alle reden tot bezorgdheid is. Het risico van een recessie, in de zin dat de economische groei enige jaren lager uitvalt dan de verwachte lange termijn trend en lager dan in het regeringsakkoord is aangenomen, acht Lempers 'heel reeel'.

Hij ziet de economische groei al gauw 0,5 a 0,75 procentpunt lager uitvallen. 'Ik ben daarmee nog aan de voorzichtige kant', aldus Lempers.

Een woordvoerder van Shell vindt de huidige situatie nog moeilijk te overzien al is hij bereid toe te geven dat zijn bedrijf in augustus goed heeft geboerd. 'Wij zijn, zoals bekend, een bedrijf van de put tot de pomp', zegt hij. 'Aan de put hebben wij wat meer verdiend, maar onze chemische industrieen en raffinaderijen moesten duurder inkopen. Wij blijven zeggen dat een grote olie-industrie vooral gebaat is met stabiliteit en dat scherpe fluctuaties, zoals die van de laatste weken, voor ons niet gunstig zijn.'

Hij voegt daar op troostrijke toon aan toe dat het huidige in dollars genoteerde 'oliegeweld' ten dele wordt geneutraliseerd door de lage dollarkoers.

Bij Philips laat persvoorlichter B. Geerts weten dat het bedrijf relatief niet erg gevoelig is voor de olieprijsstijgingen. 'Wel is de lage dollarkoers ongunstig voor ons omdat wij nogal wat zaken doen in dollars en aan de dollar gekoppelde valuta's.'

Dat geldt vooral in Noord- en Zuid-Amerika, waar Philips ruim dertig procent van zijn omzet haalt, en ook voor verschillende Aziatische landen. 'De resultaten die daar worden behaald vallen nu in guldens omgerekend lager uit', aldus de zegsman. De voornaamste kopzorg van de elektronica-gigant betreft echter de psychologie van de consument. Geerts: 'Als de huidige crisis en de daarmee gepaard gaande gevoelens van onzekerheid langere tijd voortduren, zal de klant immers eerder geneigd zijn de knip op de beurs te houden.'

Stress-bestendig

Unilever straalt een opvallend zelfvertrouwen uit en acht zichzelf blijkbaar zeer stress-bestendig. 'De lagere dollar heeft geen invloed op de directe bedrijfsvoering', meent voorlichter C. de Keizer. 'De omzet van Unilever bestaat overwegend uit consumentenartikelen voor dagelijks gebruik in meer dan zeventig landen. Er wordt overwegend geproduceerd voor lokale markten en de afzonderlijke bedrijven doen hun zaken in lokale valuta's.'

Tegelijkertijd trekt het concern slechts twee procent van zijn totale kosten uit voor energie.

Toch zijn de huidige internationale onzekerheden voor Unilever 'aanleiding tot enige mate van voorzichtigheid in de tweede helft van dit jaar'.

Die onzekerheden betreffen, volgens voorlichter De Keizer, de mogelijke invloed van de Golfcrisis op de besteedbare inkomens van olie-importerende naties als India en Brazilie, en de al eerder waargenomen recessieve tendenzen in de Verenigde Staten en Engeland. 'Dit kan leiden tot een consumptieverschuiving van duurdere naar meer goedkope produkten.'

Voor een concern als Akzo zijn olieprijsstijging en dollarkoersdaling uiteraard negatief, al handhaaft voorlichter M. Overdiep een relativerende toon. Hij zegt: 'Onze energiekosten beliepen 700 miljoen gulden in 1988 en 740 miljoen vorig jaar. Voor dit jaar gingen we uit van 18 dollar per vat olie, maar de werkelijke raming van de kosten hebben we nog niet. Op korte termijn behalen wij nog winst op onze voorraden grondstoffen en we verwachten tot in het najaar geen ingrijpend gevolg van de olieprijsstijgingen.'

Rekening houdend met Akzo's voortdurende campagne tot vermindering van energiegebruik, verwacht hij dat het bedrijf op termijn vijf a acht procent meer voor energie moet uittrekken, mits het olieprijsniveau zich stabiliseert op zo'n 25 dollar per vat. De lage dollarkoers stemt evenmin vrolijk. Overdiep: 'Op de globale exportmarkten, waar veel van onze produkten in dollars zijn genoteerd, wordt onze concurrentiepositie moeilijker. En onze in Amerika behaalde resultaten - 20 a 25 procent van het totaal - vallen na omrekening in guldens lager uit.'

Voor een petrochemische industrie als DSM die jaarlijks drie miljoen ton van het olieprodukt nafta gebruikt en grote hoeveelheden stroom en gas consumeert, zal de olieprijsexplosie pas over enkele maanden doorwerken. Dat komt, volgens analisten, omdat leveranties en aankopen op contract plaatsvinden. DSM-woordvoerder A. Spiers vindt het dan ook moeilijk om in huidige situatie exact te peilen. 'Geleidelijke prijsverhogingen komen minder hard aan, want die krijgt iedereen en zijn gemakkelijker door te berekenen', vertelt hij. 'Als het sprongsgewijs gaat, treft ons dat veel harder.'

Verder is hij bezorgd over de Amerikaanse concurrentie die nu profiteert van de goedkopere dollar. 'Maar laten wij ons zelf geen crisis aanpraten', beveelt de DSM-woordvoerder aan. 'De situatie is uiterst onzeker en wij wagen ons nog niet aan prognoses.' Dat de huidige dollar- en olietroebelen fors huishouden in de cosmopolitische en energie-intensieve transportsector ligt voor de hand. Bedrijven als de KLM en Nedlloyd zagen hun winsten dit jaar al met driekwart kelderen. En de naaste toekomst ziet er niet vrolijk uit. Iedere cent daling van de dollar scheelt Nedlloyd nu op jaarbasis 2,5 miljoen gulden aan inkomsten. Moest dit bedrijf vorig jaar 170 miljoen gulden voor zijn benodigde brandstof betalen, dit jaar wordt dat mogelijk tientallen procenten meer. Een soortgelijke problematiek plaagt de KLM, voor wie elke olieprijsstijging met een dollar per vat een jaarlijkse strop van 30 miljoen gulden betekent. Het bedrijf zal al binnen enkele weken een toeslag heffen op haar passagiers- en vrachtvoer naar het Midden-Oosten. Daarnaast bespreken de luchtvaartmaatschappijen vandaag en morgen in Geneve tijdens een vergadering van de internationale luchtvaartorganisatie IATA een algemene tariefverhoging voor alle vluchten.