PROBLEMEN VOOR MENEER GREENSPAN

Wat doe je met een economie waar de fut een beetje uit is en die dan ook nog even een opdonder krijgt van stijgende energieprijzen? Naast al die andere problemen ligt ook dit vraagstuk levensgroot op tafel bij de Amerikaanse regering. En met name Alan Greenspan, president van het centrale banksysteem van de Verenigde Staten, zit met een hete aardappel op zijn bord. Moet hij de rente verhogen of juist verlagen? De geleerden zijn het er niet over eens en dat valt best te begrijpen als je ziet welke factoren er allemaal door elkaar spelen.

Een reeks van jaren hebben de Verenigde Staten boven hun stand geleefd. Burgers kochten liever een derde bankstel op krediet dan hun dollars in een spaarvarkentje te steken. Ondernemers stonden elkaar naar het leven bij overnamegevechten die werden gefinancierd met peperdure kredieten. De overheid gaf veel meer uit dan er binnenkwam, wat tot niet geringe begrotingstekorten leidde. En de overbesteding richtte zich ook op buitenlandse goederen. Uit het buitenland werd zoveel ingevoerd, dat de invoer groter was dan de uitvoer. Het gevolg was een fors tekort in het handelsverkeer met het buitenland. Buitenlanders (Japan, Europa) waren intussen best bereid de VS het geld te lenen dat nodig was om de tekorten te financieren.

Al een tijdje proberen de VS wat aan die grote tekorten te doen. Laat je zoiets immers doorzieken, dan komt er een dag waarop de wereld de boel niet meer vertrouwt. Mensen die tot dusver bereid waren de tekorten te financieren, worden kopschuw. Ze stoppen met geld uitlenen en trekken zelfs hun kredieten terug. Dan heb je de poppetjes aan het dansen.

Om zo'n harde landing van de economie ('crash') te voorkomen, werd behoedzaam geprobeerd de economie een zachte landing te laten maken. Via renteverhoging en een krap-geldbeleid werd het groeitempo van de onstuimige economie voorzichtig afgeknepen. De spaardrift van de burgers herstelde zich. De beide tekorten liepen inderdaad terug, zeker als je ze meet in procenten van het nationaal inkomen. De overheid verheugde zich al op de mogelijkheid in het defensiebudget te snijden, nu de Koude Oorlog voorbij was. Ja, er werd zelfs over belastingverhoging nagedacht. De landing verliep redelijk, al was er een beetje zorg over het feit dat de prijsinflatie nog wat doorsteeg, terwijl de produktiegroei wel terugliep. In de grafiek is dit duidelijk te zien. Als zo'n ontwikkeling doorzet, beland je in de situatie waarin de economie stagneert, terwijl de prijsinflatie blijft oplopen: stagflatie.

Twijfelaars

Terwijl zo'n economie aan het afremmen is, steken hier en daar twijfelaars de kop op. Mensen krijgen het benauwd. Meneer Greenspan, doet u alstublieft voorzichtig. Wilt u niet teveel remmen? Komt onze economie niet in een duikvlucht terecht? De angst voor een recessie is heel goed te begrijpen. Gezinnen zitten met forse schulden door al hun aankopen. Ondernemers hebben hetzelfde probleem. Bij de overheid van hetzelfde laken een pak. Bij een recessie heb je kans dat het inkomen waaruit je de rente en aflossing over je schulden moet betalen, gaat teruglopen. Dan kom je in de problemen.

Een remmend beleid kan inderdaad betekenen dat je het doel voorbij schiet en in een laagconjunctuur belandt. Vooral ook omdat een economie niet onmiddellijk reageert op de navigatie-instrumenten, maar met vertraging. Dat maakt het moeilijk op het juiste ogenblik het goede te doen. Meneer Greenspan zat aan zijn bureau over dit alles juist diep na te denken toen de wereld door een zware klap werd getroffen. Een olieprijs die in enkele dagen naar 27 dollar en vervolgens naar meer dan dertig dollar per vat opliep en oorlogsdreiging in het Midden-Oosten. Als hij al even de neiging had om de rente voorzichtig wat te verlagen om een inzinking te voorkomen, dan moest hij zich nog eens driedubbel bedenken.

Zowel de energieprijsverhoging als de extra inspanningen op defensiegebied duwt het prijspeil omhoog. De eerste schrikreactie is dan vaak: remmen. Afremmen via een verkrappend monetair beleid en dus verhoging van de rente. Zo deed men het dan ook bij de vorige twee olieprijsschokken (1973 en 1979-1980). Beide keren raakten Amerika en de rest van de wereld in een diepe recessie. Intussen hebben we geleerd dat je zo'n energieprijsverhoging als een stukje 'inleveren-aan-de-olieproducenten' moet accepteren en wegslikken. Er moeten vooral geen looneisen ter compensatie worden gesteld, want dan komt er een loon-prijsspiraal op gang. Wat zeker niet helpt, is het verhogen van de rente. Daarmee kun je wel overbestedingsinflatie bestrijden, maar niet deze kosteninflatie.

Ja, maar verlagen van de rente is toch ook niet zonder problemen. Bij een lagere rente lopen de beleggers weg van de toch al zwakke dollar naar de Japanse yen en de Duitse mark. Dat verzwakt de dollar nog verder en dan moet je ook daardoor meer dollars neertellen voor een vat geimporteerde olie. Op die manier wordt er prijsinflatie ingevoerd. Dit laatste geldt inderdaad voor Nederland met z'n open economie. Daar betekent een zwakkere gulden de invoer van prijsstijgingen. Maar bij de VS betreft de hele buitenlandse handel niet meer dan een tiende deel van die hele kolossale economie. Van het duurder worden van de (olie)import liggen regering en Greenspan ongetwijfeld minder wakker dan van die recessiedreiging.

Het zou mij dan ook niet verbazen als ze in de VS voorrang geven aan het ontwijken van die neergang. Wat wil zeggen dat Greenspan een voorzichtig geldverruimend beleid voert, waarbij hij probeert de rente wat te matigen.