Opera, circus, Shakespeare; het is allemaal theater

Vrijdag begint in Veenendaal de tournee van Richard II, het eerste van drie koningsdrama's van Shakespeare die het komend seizoen als vrije produktie worden gespeeld. Na een aantal inspeelvoorstellingen volgt op 5 september de premiere in de Stadsschouwburg in Amsterdam. De onderneming, opgezet door de Rotterdamse impresario Martin Hanson, omvat in totaal 210 voorstellingen in zeventig steden.

ROTTERDAM, 29 aug.

De drie door William Shakespeare onsterfelijk gemaakte koningen bevinden zich ten kantore van Martin Hanson Theaterprodukties te Rotterdam in frivool gezelschap. De affiches aan de muren maken voornamelijk melding van de door Hanson georganiseerde circusvoorstellingen, braderieen (onder meer bij de opening van een nieuw rijkswegtrace), populair-klassieke zondagochtendconcerten in De Doelen en de diverse activiteiten van Gerard Cox en Joke Bruijs wier management hier wordt behartigd. Het is een omgeving die afwijkt van de sfeer waarin doorgaans aan klassiek toneel wordt gewerkt.

Zelf wijst de impresario elke gedachte aan een tegenstelling echter resoluut van de hand. 'Ik heb mijn leven lang een grote liefde voor het theater gehad, ' stelt hij vast. 'En daaronder versta ik alles: Shakespeare, cabaret, musical, opera of circus het is allemaal theater. Ik doe al twaalf jaar het Nederlands Wintercircus, daar krijg je tijgers, leeuwen en acrobaten in de lijst van een schouwburg. Als ik in Londen ben, ga ik net zo lief naar Dame Edna als naar een Richard II kijken. Ik ben nu op een leeftijd gekomen ik ben 52 dat ik zeg: nu moet ik ook zo'n Shakespeare-project maar eens proberen. Of ik verder ga op die weg weet ik nog niet. Ik wil eerst eens kijken hoe het hiermee afloopt.' Hij werkte zelf ooit als goochelaar; uit die periode stamt de naam Martin Hanson die, naar hij toegeeft, een artiestennaam is. 'Maar ik ben snel tot de conclusie gekomen dat dat vak voor mij niet het juiste was. Ik heb 27 jaar geleden al een vergunning aangevraagd om als theaterbureau te werken, ik was een van de eersten in Nederland die toestemming kregen voor zulke arbeidsbemiddeling. In 1973 heb ik voor het laatst op een podium staan goochelen, nu zou ik het voor geen prijs meer doen.'

Zijn bedrijf heeft sindsdien een veelzijdig werkterrein ontgonnen, waartoe bij voorbeeld ook de organisatie behoorde van de succesvolle Rotterdam-Pittsburgh Regatta, het waterspektakel dat zich dit weekeinde voltrok op de Nieuwe Maas. De meeste omzet komt uit de produktie van feesten en andere evenementen in opdracht van het bedrijfsleven.

De koningsdrama's als vrije produktie, met Ton Lutz, Pierre Bokma en Gijs Scholten van Aschat in de hoofdrollen en Adrian Brine als regisseur, was het idee van een voormalig employe van Hanson. 'Hij wilde dat graag, maar mijn onmiddellijke reactie was: nee. Ik ben een jaar lang nee blijven zeggen, omdat ik niet inzag hoe dat financieel en organisatorisch zou moeten. Tot ik op een gegeven moment aan het idee ben gaan wennen, tja, zo gaan die dingen. Ik ben uiteindelijk een weekend naar de Ardennen gegaan met Adrian Brine, die daar al die stukken heeft voorgedragen. Toen was ik verkocht.' Het was, zegt hij, vrij snel duidelijk dat de hele onderneming ruim vier miljoen gulden zou gaan kosten. De subsidie, die minister Brinkman tijdens de laatste week van zijn verblijf op WVC als persoonlijke geste beschikbaar stelde, bedraagt drie ton op zichzelf een novum voor een vrije produktie, maar verhoudingsgewijs een bescheiden bedrag. Ook de uitkoopsommen die de theaters op tafel zouden leggen, waren niet voldoende. Hanson meende aanvankelijk dat het hem niet veel moeite zou behoeven te kosten om de rest van het budget los te krijgen bij drie a vier grote sponsors. Dat bleek niet te lukken. 'Men denkt tegenwoordig dat elk probleem met sponsoring valt op te lossen. Alsof die mogelijkheden onuitputtelijk zijn. Maar het zijn telkens dezelfde grote bedrijven die worden benaderd, en het wordt steeds moeilijker die mee te krijgen.'

Mecenas

Daarop onstond het idee de individuele rollen te laten sponsoren. Elke rol vergt een mecenas die goed is voor enkele duizenden guldens. 'Het bedrag voor een koning is natuurlijk iets hoger dan dat van een tuinman of een lansknecht. Ik ben aan de telefoon gaan zitten en binnen 48 uur had ik de helft van de rollen in Richard II gesponsord gekregen. Na een week waren alle rollen onder dak. Nu ben ik op de helft van Hendrik IV en ik weet zeker dat ook Hendrik V me gaat lukken. De sponsors komen overal vandaan, van collega-producenten tot een wegenbouwer, van een cateringbedrijf tot een krant. Een zakenman heeft gezegd: mijn bedrijf heeft een aanvraag afgewezen, maar prive wil ik graag een rol sponsoren. We hebben een adviesraad van schouwburgdirecteuren, die eenmaal in de zes weken bij elkaar komt en uit die kring komen veel suggesties voor mogelijke sponsors. Er zijn nu zelfs acteurs die zeggen: als je die of die belt, wil die mij vast sponsoren. Zolang maar duidelijk blijft dat het om rollen gaat en niet om acteurs. Er is geen enkele band tussen de sponsor en de acteur.' De sponsors krijgen er alleen een vermelding voor terug in het programmaboekje en op het bord met de rolverdeling, dat Hanson 'naar Amerikaans voorbeeld' in alle theaters bij de entree wil laten plaatsen. 'Het bedrag dat op deze manier van een paar honderd mensen binnen komt, is even hoog als dat wat ik eerst hoopte te krijgen van een paar sponsors. Dan heb ik dus toch nog een sluitende begroting. Nee, niet meer dan dat. Je kunt hier niets aan verdienen. Onze boterham moeten we natuurlijk met de andere activiteiten van het bureau verdienen.'

Daarbij geldt naar zijn zeggen een groot verschil: 'Als producent kun je op bepaalde voorstellingen je stempel drukken. In de musicalsfeer geldt dat heel sterk. Dan speel je een belangrijke rol bij de keuze van de acteurs en bij het ontwerp van de decors en kostuums. Dat heb ik hier uiteraard niet kunnen doen; de voorstellingen worden gemaakt door Adrian Brine en Yan Tax. Frank Raven zorgt voor de kostuums en decors, ik ben alleen de man op de achtergrond die het organiseert. Maar ik hoop wel vaak aanwezig te kunnen zijn en liefst voor aanvang en na afloop bij de uitgang te staan om de reacties te horen. Dat doe ik ook bij de zondagochtendconcerten. Wat dat betreft ben ik een ouderwetse impresario, net zo iemand als Rene Sleeswijk. Ik vind dat dat zo hoort.' Bovendien is hij altijd al een gretig theaterbezoeker geweest. 'Ik geniet van die kroonluchters en van dat goud. Ik raak ook gauw geemotioneerd. Als iets op het toneel succes heeft en het publiek springt op om te applaudisseren, dan schiet ik vol. Dat vind ik prachtig. Aan de ene kant ben je in dit vak uiteraard vaak met keiharde handel bezig, maar aan de andere kant denk ik regelmatig, als ik weer in het theater ben: oh, wat mooi dat dit bestaat!'