Koeweiti in ballingschap dominant in OPEC-overleg

WENEN, 29 aug. Een van de meest geharnaste voorstanders van een hogere olieproduktie door OPEC op de vergadering van olieministers in Wenen is de Koeweitse regering in ballingschap.

Een OPEC-lid zonder het beheer over zijn eigen oliebezit kan slechts een bescheiden rol spelen in de discussie over exportcijfers, maar daar valt weinig van te merken.

Delegatieleider Sheik Ali Khalifa Al-Sabah, minister van financien, laat geen gelegenheid onbenut om te onderstrepen dat het akkoord over produktieverhoging, gisteren gesloten tussen tien ministers, moet worden gezien als een OPEC-besluit. Een woordvoerder van de organisatie bestrijdt dat: 'Het is een informeel akkoord.' De Koeweitse delegatie hult zich in een geheimzinnig stilzwijgen bij vragen over de achtergronden van haar opstelling, die alles te maken moet hebben met de Koeweitse belangen in de olie-industrie en de verkoop van olieprodukten in West-Europa.

Voor de Iraakse invasie in Koeweit overschreed het oliestaatje al geruime tijd zijn quotum, omdat het zoveel mogelijk olie en olieprodukten wilde verkopen. Dat was een van de redenen dat Saddam Hussein hevig in conflict kwam met de emir van Koeweit, omdat het prijsdrukkend effect van de overproduktie hem grote schade deed.

De Koeweitse regering in ballingschap heeft er nu alle belang bij dat Saoedi-Arabie, het bevriende land dat haar gastvrijheid verleent, het tekort aan olie compenseert. Raffinaderijen van Q8 in Rotterdam, Kopenhagen en Napels kunnen nu nog draaien op olie die hoofdzakelijk uit Koeweit kwam en voordelig kon worden aangeschaft. Maar binnenkort zijn de voorraden op en moet ruwe olie op de wereldmarkt worden gekocht.

Koeweit heeft vele miljarden geinvesteerd in het Westen en het Verre Oosten, waarvan de opbrengsten nu extra goed van pas komen. Ze zullen minder dan voorheen terugvloeien naar de emir en zijn familie, want Koeweit heeft aangeboden een deel van de kosten te vergoeden die de Verenigde Staten maken voor de verdediging van Saoedi-Arabie. In het gevolg van Sheik Ali Khalifa bevinden zich vertegenwoordigers van de Kuwait Investment Company in Londen die hun belangen in de oliebranche nauwlettend in de gaten houden. Kuwait Petroleum International heeft bijvoorbeeld op de West-Europese markt voor olieprodukten via Q8 een aandeel van 7,5 procent. Alleen al dat belang was de trip naar Wenen zeker waard.