Incident weerhoudt wielrensters niet van succes op het WK; Met knikkende knieen naar goud

UTSUNOMIYA, 29 aug. Het Nederlandse wielerkwartet stond vanochtend juichend te dansen op het erepodium in Utsunomiya. De gouden medailles op de vijftig kilometer tijdrit bij het wereldkampioenschap in Japan waren binnen voor Leontien van Moorsel, Monique Knol, Cora Westland en Astrid Schop. Maar aan de gezichten van de vier was te zien dat zij nog niet helemaal waren bekomen van de schrik als gevolg van een uiterst vervelend incident kort voor de start.

Nog slechts 25 minuten scheidden de nationale vrouwen van hun vertrek op de fraaie Japanse autopiste toen zij bij de warming up in botsing kwamen met een plotseling afslaand jongetje op de fiets. Van Moorsel en Olympisch kampioene Knol konden het slingerende ventje nog ontwijken, Westland en Schop raakten het kind en sloegen gillend tegen het wegdek. De eerste had een lichte bilblessure, Schop was er met een hoofdwond ernstiger aan toe. Terwijl de snel aanwezige verzorger Raymond de Meester zich over de Amsterdamse boog, maakten enkele Japanners in witte jassen al aanstalten Schop in een ambulance te dragen. 'Wacht daar nu maar even mee', riep De Meester in zijn beste Engels. Want hoewel hij al zijn tweede handdoek gebruikte om het bloeden te stoppen, begreep de soigneur dat het letsel van de rijdster minder ernstig was dan het zich liet aanzien. Schop, studente inspanningsfysiologie, liet intussen ook kreunend blijken dat zij kostte wat kost wilde meefietsen. De Meester: 'Ze is een stabiel type, daarom gaf ik haar de toestemming. Was dit een van de andere drie meiden overkomen, dan had ik die vast en zeker geweigerd.'

Horloge

Vanzelfsprekend was de paniek in het Oranje-kamp meteen groot. 'Shit', reageerde Van Moorsel direct na het ongeluk, 'we kunnen al onze mooie plannen nu wel vergeten.'

Westland klaagde bij de boxen over een verwrongen wiel, reserve Manon de Rooy hees zich op dezelfde plek in recordtempo in een aerodynamisch tenue en bondscoach Piet Hoekstra banjerde vloekend in het rond, voortdurend kijkend op zijn horloge, want de tijd begon hevig te dringen. Twee minuten voor de start snelden de vier Nederlandse vrouwen, Schop getooid met een groot wit verband rondom het hoofd, naar de witte streep. 'Met knikkende knieen' gaven zij na afloop eensgezind toe.

Van Moorsel zei tijdens het chaotische half uur te hebben gebeden. 'Het moest tenslotte wel goed aflopen'.

erzekerde de jonge Brabantse, die vorige week zaterdag al wereldkampioene op de achtervolging werd, 'want ons moeder heeft gisteren weer twee kaarsen opgestoken in het kapelleke van Boekel.'

Het liep na een minder snel begin ook voortreffelijk. Na 12,5 kilometer had Nederland de beste tijd en die winst hielden de rijdsters tot het einde vast. 'Fantastisch', juichten de vier achter de eindstreep, waar vooral pechvogel Schop werd bejubeld en waar ook Hoekstra veel lof kreeg toegezwaaid.

Onder trainer Hoekstra is het Nederlandse vrouwenwielrennen in een ware stroomversneling gekomen. De Friese vakman, oud-renner en ex-cipier van een gevangenis, pakt de vrouwen dan ook professioneel aan. Hij let vooral op hun gewicht ('aan dikke konten heb ik niks') en in tegenstelling tot zijn voorgangers toont hij nooit medelijden met zijn pupillen. 'Dikke poten, zere benen en afzien, die dingen horen bij het koersen. Dat weten onze meiden heel goed', herhaalde Hoekstra, wiens leerlingen voor het WK een zwaar trainingskamp in Nederland afwerkten, in Japan tegenover de internationale pers.

Revanche

De vijftig kilometerploegentijdrit, die bij Hoekstra's oefenschema's centraal stond, verscheen in 1987 voor het eerst op het WK-programma. Oranje stelde destijds in Villach teleur. Een jaar later kwam het gedemotiveerde kwartet in Ronsse niet uit de verf, als gevolg van het plotselinge overlijden van toprijdster Conny Meyer. In 1989 miste de groep van Hoekstra de bronzen medaille op twee seconden. Vandaar dat er in Utsunomiya sprake was van een soort revanche.

De zilveren medailles waren in Japan voor de Amerikaansen, onder leiding van de Zeeuw Rinus Verboom, de ex-bondscoach van Nederland. Brons ging naar de Sovjet-Unie. Opvallend was de magere achtste plaats van de Italiaanse ploeg, die in de voorgaande drie jaar steeds in de prijzen viel. De Azzurri verschenen op het toneel met een jong kwartet. Het land heeft een aantal veel sterkere rijdsters achter de hand: de routiniers Galli, Canins en Bonanomi, bijvoorbeeld. Maar dit drietal stelde zich niet beschikbaar wegens een slepend conflict over het te gebruiken materiaal. De nationale bond eiste dat de tijdrijdsters zouden fietsen met frames van sponsor Colnago, het trio wilde alleen starten met rijwielen uit de fabriek van Francesco Moser.