HET GOUDSCHAALTJE VAN KOK

President Willem Duisenberg van De Nederlandsche Bank en de Iraakse leider Saddam Hussein hebben het kabinetsberaad over de rijksbegroting voor 1991 ongewild uit het slop gehaald. Het huishoudboekje van de Staat sluit volgend jaar met een door het regeerakkoord voorgeschreven financieringstekort van 4,75 procent van het nationale inkomen, dank zij een vervroegde winstafdracht van de centrale bank en door een hogere aardgaswinst voor de schatkist. Eens te meer was het devies bij het begrotingsoverleg in de ministerraad dit keer: reken je rijk! Het naar voren halen van dividendbetalingen door De Nederlandsche Bank is een operatie die slechts eenmalig soelaas biedt. Meevallende gasopbrengsten zouden bij voorkeur moeten worden gebruikt voor een versnelde reductie van het financieringstekort. Bij een kleiner tekort loopt de staatsschuld minder snel op en zouden de rentelasten de komende jaren op een lager peil liggen. Zo blijft meer geld over voor andere rijkstaken, zoals het onderhoud van de zeeweringen en het onderwijs. Maar dat is nakaarten. Het kabinet heeft besloten de stijgende gaswinsten te verjubelen.

Nadat de begroting op papier rond was gemaakt, zat het kabinet nog met een inkomenspolitieke twistappel in de maag. Volgens de geijkte koopkrachtplaatjes kregen de minima er volgend jaar niets bij, terwijl de middengroepen (85.000 gulden bruto per jaar) er een procent in koopkracht op vooruit zouden gaan. Dat komt overeen met een reele inkomensverbetering van circa 45 gulden per maand. Deze uitkomst was voor de PvdA volstrekt onverteerbaar.

Begin van dit jaar kregen de vaderlandse belastingbetalers samen vijf miljard gulden belastingverlaging (door Oort). De hogere inkomens hebben van deze operatie verreweg het meeste geprofiteerd. De vijf procent rijkste huishoudens streken meer dan twintig procent van de totale lastenverlichting op. De sociaal-democraten hebben zich tijdens de formatie knarsetandend bij de denivellerende belastingherziening neergelegd. Op straffe van verlies van politieke geloofwaardigheid kon de PvdA thans geen verdere vergroting van de inkomensverschillen accepteren.

V oor de rekenmeesters op So ciale Zaken en Financien braken drukke dagen aan. Door te prutsen aan tarieven van inkomstenbelasting en sociale premies kan de verhouding tussen bruto en netto inkomens worden gemanipuleerd. Voorstellen om de inkomstenbelasting voor de middengroepen en de hoogste inkomensklassen op te schroeven, stuitten op een veto van het CDA. Dus haalden de ambtenaren talloze premievarianten door hun personal computers. Op het ogenblik betalen werknemers pas 12,15 procent premie voor de WAO (de verzekering tegen arbeidsongeschiktheid), voor zover hun loon meer bedraagt dan 23.912 gulden. Door de premievrije voet voor de WAO te verhogen, en alle hoger betaalde werknemers te laten opdraaien voor de resulterende premiederving, worden de lagere inkomens in verhouding ontlast. Ziekenfondsverzekerden betalen 3,05 procent premie over hun inkomen, en daarnaast een vast bedrag per maand. Uiteraard drukt deze nominale premie het zwaarste op de laagst betaalden. Een verschuiving van nominale naar procentuele premies fleurt het koopkrachtbeeld voor de minst betaalden verder op. Sleutelendeweg bogen de departementale cijferaars de afgelopen twee weken de inkomensveranderingen naar elkaar toe.

Het eindresultaat lijkt te worden dat de minima er volgend jaar krap een half procent bijkrijgen (dat is netto acht gulden per maand), terwijl de middengroepen er iets meer dan een half procent op vooruit zullen gaan (netto 25 gulden per maand). Kok en de PvdA hebben de eerste ronde van het verdelingsgevecht op punten gewonnen. De gebruikelijke koopkrachtoverzichten van het Centraal Planbureau suggereren dat de inkomensverschillen zich door het belasting- en premiebeleid in 1991 ongeveer stabiliseren. Maar die cijferopstellingen zijn bedrieglijk. Zij hebben weinig van doen met de portemonnee van de kiezers die in maart van het volgend jaar zullen oordelen over de kwaliteit van het 'vernieuwde' beleid van het derde kabinet-Lubbers.

H et plaatje deugt om drie re denen niet. De inkomens van een half miljoen zelfstandigen zitten er niet in. Juist deze groep, die geen WAO-premie betaalt en particulier tegen ziektekosten is verzekerd, gaat het geweldig voor de wind. Het kabinet berust in de uitbundige inkomensverdeling van deze sociaal-economische groep.

Ten tweede houdt het koopkrachtoverzicht geen rekening met de inkomensdynamiek, bij voorbeeld doordat mensen werk vinden, promotie maken, van baan veranderen, trouwen of met pensioen gaan. Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat slechts eenvijfde van de in werkelijkheid optredende inkomensveranderingen wordt veroorzaakt door wijzigingen van tarieven en uitkeringen, welke in het koopkrachtoverzicht zijn begrepen. Anders gezegd, viervijfde van de werkelijke inkomensveranderingen blijft buiten beeld. Het gaat vooral om fikse salarisverbeteringen in het bedrijfsleven voor werknemers die niet onder een CAO vallen. Beleidsmakers varen dus op een verkeerd kompas.

Ten slotte is het plaatje gebaseerd op gemiddelden. Zo wordt aangenomen dat de kosten van levensonderhoud voor iedereen met hetzelfde percentage stijgen. Veel mensen zullen door hun persoonlijke omstandigheden in 1991 echter worden geconfronteerd met extra lastenverzwaringen, waardoor plaatjes en politieke praatjes niet langer kloppen. Al die kiezers hebben straks het gevoel bedrogen uit te komen. Kok en zijn partij wegen onze inkomens op een goudschaaltje. Maar de gewichten zijn onvoldoende deugdelijk. Linkse kiezers voelen zich straks met reden bekocht.