Grote schoonmaak van Rijn ligt vanaf 1985 vrijwel stil

BAZEL, 29 aug. Het blijft tobben en modderen met de Rijn als ecologisch systeem en bron van drinkwater voor twintig miljoen Westeuropese burgers. In de vroege jaren zeventig was de rivier door industriele, gemeentelijke en andere lozingen op sterven na dood. Daarna trad aanzienlijk herstel op dank zij een reeks saneringsmaatregelen, maar sinds 1985 stagneert de grote schoonmaak, zodat algehele genezing voorlopig een vrome wens blijft.

Althans, zegt dr. J. Dogterom, directeur van het International Centre of Water Studies (ICWS) in Amsterdam, die gisteren in Bazel een niet al te vrolijke boodschap bracht: 'Verbeteringen konden destijds met relatief eenvoudige middelen worden bereikt. Nu staan we voor een heel wat moeilijker opgave. De vervuiling moet, afhankelijk van de stof, met nog eens 50 tot 80 procent verminderen voor we van een gezonde rivier kunnen spreken.' Hij trad op tijdens een varend symposium met het motorschip 'Stadt Basel', waarbij men de oevers van drie Rijnstaten Duitsland, Frankrijk en Zwitserland, aan zich voorbij zag trekken. Landen die stuk voor stuk, de een meer, de ander minder, verantwoording dragen voor de vervuiling, terwijl Nederland in het hoge noorden er nog een schep bovenop doet.

Als gastheer fungeerde de directie van Sandoz, het Zwitsersechemisch-farmaceutische concern, dat eind 1986 in opspraak kwam door een rampzalige brand die tot gevolg had dat een grote gifgolf de Rijn afstroomde. Betrekkelijk kort na die gebeurtenis, voorjaar 1987, trok Sandoz veertien miljoen gulden uit om wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot het riviermilieu te ondersteunen en tegelijk haar geschonden imago te herstellen.

Tot de instellingen die uit dit zogeheten Sandoz Rijnfonds werden betaald behoort het ICWS van Dogterom, een aan de milieubeweging gelieerd bureau dat voortkwam uit het Internationaal Watertribunaal van 1983. Dank zij die financiele steun kon een vergelijkend onderzoek worden ingesteld naar de mate waarin elf Europese rivieren het Noordzeewater belasten. Wat Dogterom gisteren naar voren bracht, was een nadere uitwerking en actualisering van die studie op het punt van de Rijn.

Daarbij viel menige gunstige ontwikkeling te melden. De vracht aan cadmium bijvoorbeeld liep terug van 170 ton in 1978 tot negen ton in 1988, de hoeveelheid polycyclische aromaten verminderde in diezelfde periode van 12,5 tot vier ton per jaar en de organische chloorverbindingen werden teruggebracht van 200 naar 53 ton. Deze trend geldt echter niet voor diverse andere stoffen, waaronder chloride ofwel puur keukenzout, nitraten en pcb's (polychloorbifenylen). Terwijl zware metalen nu duidelijk op hun retour zijn, wordt er bij het terugdringen van fosfaten en stikstofverbindingen, die leiden tot uitbundige algenbloei en daarmee tot zuurstofgebrek en vissterfte, veel minder voortgang geboekt.

Daarbij doet zich een merkwaardige discrepantie voor. De Rijn is relatief als naar concentraties schadelijke of giftige stoffen wordt gekeken de schoonste rivier van West-Europa. Tegelijk is de Rijn in absolute zin, dus gelet op de totale vracht aan milieu-onvriendelijke elementen, de grootste vervuiler van de Noordzee en dat komt omdat het verreweg de grootste van de onderzochte rivieren is.

Een verdere en krachtige sanering is daarom nadrukkelijk geboden, ook en vooral, aldus Dogterom, waar het gaat om diffuse lozingen. In dit verband noemde hij in het bijzonder de landbouw, die zoveel meststoffen en residuen van bestrijdingsmiddelen aan het water toevoegt. Hij was niet bepaald optimistisch gestemd over een snelle oplossing van dit soort problemen en ging er daarom van uit 'dat een algeheel herstel van de Rijn pas in de volgende eeuw bereikbaar is'. Toch was hij iets minder somber dan de stichting Reinwater een paar maanden geleden op een congres in Arnhem, dat handelde over de mogelijkheden voor een ecologisch herstel van de Rijn. Daar luidde het adagium: 'Goede berichten ten spijt hangt er nog steeds een zware bui boven het water'. Zojuist waren vierbedrijven in Duitsland, Frankrijk en Nederland genoemd, die blijkens onderzoek van de stichting dioxinen en furanen in de rivier lozen, dezelfde stoffen die berucht werden door onder meer de vuilverbranding. Bovendien had men ontdekt dat het afvalwater van alle bemonsterde papierfabrieken langs de Rijn sterk met chloroform was besmet.

Om deze en al die andere lozingen te stoppen dan wel tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, zal aan de hele Rijn en haar zijstromen om en nabij de dertig miljard gulden aan investeringen nodig zijn. Althans volgens het Rijnactieprogramma, waarmee de betrokken landen de vervuiling te lijf gaan. Dit programma, eind 1987 aangenomen op een ministersconferentie in Straatsburg, was een rechtstreeks gevolg van de brand bij Sandoz en behelsde een versnelde schoonmaak na enkele jaren van trage vorderingen of stilstand. Maar hoe snel gaat het in de praktijk? Volgens Dogterom en zijn ICWS nog even traag, want anders valt de term 'stagnatie' die hij in Bazel gebruikte, niet te verklaren.