Grootvorst Boebka heeft eigen talent geexploiteerd

SPLIT, 29 aug. De tribunes van het Poljud-stadion in Split zijn nog verlaten. Het is ochtend en er staat een toelatingsexamen op het programma: kwalificatie polsstokhoogspringen. De Joegoslaven, die niet eens warm lopen voor het hoofdprogramma van de Europese atletiekkampioenschappen, komen voor zo'n triviaal programma helemaal niet in beweging. Toch zijn dat de momenten van de onverwachte sensaties. Dan namelijk struikelen kanshebbers over de drempel, die hen scheidt van het toernooiveld.

Sergei Boebka, de grootvorst van het polststokhoogspringen, vindt het niet eens nodig zich echt te concentreren. Met de nonchalance van de ware kampioen heeft hij de jury laten weten dat hij pas zou springen wanneer de lat op 5,50 meter is gelegd. Al zijn concurrenten gingen er vanuit dat 5,40 wel voldoende zou zijn voor kwalificatie, maar Boebka oordeelde die hoogte te kinderachtig om over te praten. Het dreigt hem noodlottig te worden. Tot tweemaal toe springt de torenhoge favoriet de lat er af. Omdat een derde foutsprong onherroepelijk uitschakeling inhoudt, beseft hij dat het menens is. En vervolgens haalt hij toch nog royaal de finale. Als morele winnaar.

Het was van groot belang voor het toernooi dat bij de mannen vooral op heel wat loopnummers een bezetting van wereldklasse ontbeert, omdat die veelal worden gedomineerd door Amerikanen en Afrikanen. Bij de technische onderdelen ligt dat anders en zeker bij het polsstokhoogspringen, dat vanaf 1984 een 'one man show' is van Boebka. Een atleet die rijk is gezegend met talent en dat de inmiddels prijsgegeven principes van de geleide markteconomie ten spijt geheel ten eigen bate heeft geexploiteerd.

Tijdens de Grand Prix in Zurich sprak de organisatie haar bezorgdheid uit over de enorme prijzen die er voor atleten uit Oost-Europa werden gevraagd. Tussenpersonen eisten steeds krankzinniger startgelden en geen enkele rechtgeaarde organisator wist nog wie hij nu moest vertrouwen. Dus werd het plan gelanceerd het contracteren van atleten via de bonden te laten lopen en als commissie voor die diensten een afdracht te doen om de atletieksport in die landen op peil te houden.

Openbaarheid

Boebka, toch al een solist met een staat van heiligheid en bijna onbegrensde priviliges, stond er al om bekend zijn eigen zaakjes te regelen. En sinds juni gebeuren die activeiten in de openbaarheid. Hij liet weten in het vervolg af te zien van zijn maandelijkse salaris van het ministerie van sport en in dienst te treden van het wetenschappelijk technisch centrum Troedl. In feite kwam het er op neer dat hij de uitbating van het talent Boebka vanaf dat ogenblik helemaal in eigen hand nam en het in een bureau onderbracht. Hij wil geld zien voor zijn diensten. In maart organiseerde hij in zijn woonplaats Donetsk al een gala, waarvan de staat geen cent ontving. Al lang geleden heeft hij zich voorgenomen tot en met de Olympische Spelen van Barcelona door te gaan, maar gezien het gemak waarmee hij nog altijd zijn doelen bereikt kan het eindpunt van zijn carriere best eens verder weg liggen.

Sinds 1984 is hij, met een onderbreking van een uurtje op de avond van 31 augustus in Rome, houder van het wereldrecord. Toen zwiepte de Fransman Thierry Vigneron over 5,91 meter. Dezelfde avond zorgde Boebka er voor dat hij over 5,94 kwam. Stuntwerk dat zijn loopbaan nog meer glans gaf. Op 9 juni 1988 verbeterde hij in een minimum aan tijd en met een minimaal aantal sprongen het wereldrecord. Binnen 25 minuten sprong hij, steeds bij de eerste poging goed, over 5,70, 5,90 en 6,05 meter. 'Er komt nog een dag dat ik over de 6,20 ga', zei hij ooit. Lichamelijk kan hij dat mogelijk wel aan, maar Boebka's probleem is dat de stokken op dit moment nog te slap zijn, waardoor een enorme snelheid en kracht worden geeist om de stok recht te zetten.

Uitschieters

Een bijkomend probleem voor Boebka is de enorme geestelijke druk die er op hem rust. Op elk gala is hij de grote publiekstrekker van wie een prestatie op wereldniveau wordt verwacht. Die uitschieters lijken bij hem uit voorraad leverbaar, maar uitsluitend als het werkelijk moet. Zoals destijds in Rome tegen Vigneron en twee jaar geleden op de Olympische Spelen in Seoul. Hij stond gereed voor zijn derde poging op 5,90 meter. Als hij faalde werd hij vierde, wanneer hij het haalde zou hij de enige nog ontbrekende titel aan zijn indrukwekkende lijst toevoegen. Natuurlijk slaagde zijn ultieme poging.

Inmiddels last Boebka steeds lange rustperioden in en springt hij vaak op halve kracht. Dit jaar werd er echter getwijfeld of hij alleen maar wat gas had teruggenomen. Hij kwam in Nice tot 5,62, in Lausanne tot 5,60 en in Barcelona slechts tot 5,53 en hij meldde zich af voor de Goodwill Games. Maar anderhalve week geleden in Zurich stond hij ineens weer uitermate geconcentreerd op de baan. Na een sprong van 5,60 en 5,80 ging hij bij een tweede poging over de 5,90. Klaar voor de Europese titelstrijd, waar morgenmiddag de finale van het polsstokhoogspringen wordt afgewerkt.