ECONOMEN NIET BANG VOOR RECESSIE

Na ruim zeven jaar groei wordt de Nederlandse economie op dit moment op de proef gesteld: de gestegen olieprijzen en de gedaalde dollarkoers scheppen een klimaat van onzekerheid. Het Centraal Planbureau heeft berekend wat de gevolgen zijn wanneer de olieprijs zich stabiliseert op een niveau van dertig dollar per vat bij een dollarkoers van 1,75 gulden. Volgens het Planbureau hebben deze twee factoren een 'sterk negatief' effect op de Nederlandse economie.

Maar wat zijn de gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven als de dollar bij voorbeeld daalt naar 1,50 gulden en/of de olieprijs stijgt tot veertig dollar per vat? De computers van het Centraal Planbureau hebben deze varianten niet doorgerekend - vandaar dat NRC Handelsblad drie scenario's heeft voorgelegd aan deskundigen. De volkswijsheid 'wie voorspellingen doet, maakt de duivel aan het lachen' heeft vijf economie-hoogleraren niet verhinderd om mee te werken aan deze mini-enquete. Een wilde niet: professor Van Muiswinkel van de Vrije Universiteit. 'Alleen het Centraal Planbureau en misschien Groningen kunnen dergelijke moeilijke exercities uitvoeren', is zijn mening.

Ook de hoogleraren die wel meededen, toonden zich uiterst terughoudend. 'Wij zijn nu eenmaal beter om het verleden te verklaren dan de toekomst te voorspellen' en 'Wij zijn geen kunstenaars en voorspellen is een Kunst', zijn twee van de reacties. En als de voorspellingen te langen leste zijn afgegeven, dan moeten ze wel 'met een Rode Zee vol met zout worden genomen'. Professor Muysken van de Rijksuniversiteit Limburg wil geen kwantitieve prognose geven, alleen een 'minnen/plussen-voorspelling'. 'Het gaat niet zozeer om de kwantificering, als wel om de ordening', is zijn argumentatie.

Zelfs bij het meest sombere scenario (een dollarkoers van 1,50 gulden en een olieprijs van 40 dollar) geloven de hoogleraren niet dat de Nederlandse economie in 1991 afglijdt naar een recessie. De flexibiteit van de economie en de financiele positie van het bedrijfsleven zijn sterk verbeterd en zijn 'recession-proof'. Een recessie in de Verenigde Staten wordt niet uitgesloten - ook daarover zijn de hoogleraren het eens. De Tilburgse hoogleraar Van der Ploeg wijst erop dat de directe invloed van een Amerikaanse recessie op de Nederlandse economie beperkt is. Slechts zeven procent van de Nederlandse export wordt in de VS afgezet. Een daling van de dollarkoers is volgens hem een grotere bedreiging omdat ongeveer dertig procent van de Nederlandse export moet concureren met in dollars geprijsde goederen en diensten.

De voorspelling van de investeringen voor volgend jaar levert de grootste verschillen op tussen de hoogleraren. Opvallend is dat de Groningse hoogleraar Kuipers bij een dollarkoers van 1,50 gulden en een olieprijs van 40 dollar per vat slechts een terugval in de bedrijfsinvesteringen van 0,2 procent verwacht; zijn collega's verwachten een daling van gemiddeld 5,2 procent. Kuipers: 'Ik heb afgezien van psychologische effecten en ben ervan uitgegaan dat de effecten pas na 1991 zullen optreden.'

Net zoals bij de oliecrises van 1973 en 1979-1980 worden de gevolgen van de olieprijsstijging voor de investeringen pas zichtbaar met een 'time-lag' van ongeveer twee jaar, stelt Kuipers.

Zijn collega's verdisconteren psychologische effecten wel in hun prognoses. Het psychologisch effect is niet in te bouwen in modelberekeningen. Modeluitkomsten worden in het geval de gebruikers verwachten dat die effecten zullen optreden 'handmatig' bijgesteld, legt Van der Ploeg uit.

Zijn Rotterdamse collega Siebrand geeft een voorbeeld van de 'macht der psyche'. 'Een dollar van 1,50 gulden ligt dichter bij de werkelijke waarde dan de 1,70 gulden die vandaag de dag voor de Amerikaanse munt moet worden betaald', meent Siebrand. Maar als valutahandelaren 1,50 gulden interpreteren als een 'recessie-waarde' dan verliest de dollar bij die waarde het vertrouwen. Zuiver economische argumenten verliezen het van emoties, filosofeert Siebrand.