DE WAARDE VAN NIETS

Het Westduitse bedrijfsleven heeft sinds dit voorjaar de mond vol over zijn verantwoordelijkheid jegens de DDR, maar waar blijven de daden in de vorm van investeringen? Het Duitse weekblad Die Zeit besprak deze vraag met de topman van AEG, Heinrich Durr. Deze heeft intussen ervaring opgedaan met het Oostduitse bedrijfsleven, bij voorbeeld de locomotiefproducent Henningsdorf.

Op verzoek van Die Zeit schetst hij de problemen zo concreet mogelijk. Het becijferen van de activa van een Oostduits bedrijf is volgens Durr nog het minst moeilijk. Dat betekent dus de waardebepaling van grond, gebouwen, machines en voorraden. Moeilijker is al de berekening van de vorderingen op klanten die voor een deel binnenkort in het geheel niet meer zullen bestaan. Weliswaar zijn de verplichtingen tegenover de toeleveranciers glashelder, maar het is bijna onmogelijk om de hoogte van de reserveringen, bij voorbeeld voor pensioenen, vast te stellen.

Een groot probleem is ook de begroting van reserveringen voor verliesgevende opdrachten. Voorbeeld: een firma heeft een contract lopen dat onder de vorige regering in roebels is afgesloten met de Sovjet-Unie. Omdat de omrekenkoers tussen roebel en mark per 1 juli is veranderd, zal die firma nog maar de helft van de prijs in D-mark gerekend ontvangen. Daar komt bij dat een onderneming als AEG gewoon een heel andere infrastructuur nodig heeft voor bij voorbeeld vervoer, telecommunicatie en woningbouw. Na enig aandringen van Die Zeit geeft Durr toe dat het bedrijfsleven de overheid daarvoor alleen verantwoordelijk kan stellen als de belastingen worden verhoogd, in strijd met het bestaande voornemen de ondernemingsbelasting te verlagen.

Far Eastern Economic Review

Ondanks het feit dat de Chinese staatsbedrijven het meest profiteerden van de recente verruiming van kredietmogelijkheden bleef hun groei beperkt tot 1,6 procent. De groei van de Chinese economie met 4,1 procent is volgens het weekblad Far Eastern Economic Review dan ook vooral te danken aan de agrarische sector, die met 6,6 procent groeide. In de sector particuliere bedrijven en joint ventures, in de officiele statistiek geboekstaafd als 'overige', bedroeg de groei zelfs vijftig procent. Deze categorie bevat nu zes procent van de Chinese economie. De staatsbedrijven omvatten nu minder dan zestig procent van het totaal. Dat is minder dan ooit sinds de nationalisaties in de jaren vijftig.

Die vermindering in omvang en groei betekent dat de centrale overheid, afhankelijk van de inkomsten uit staatsbedrijven, steeds meer geld tekort komt. Om deze ontwikkeling tegen te gaan, verleende de overheid de staatsbedrijven subsidie om hun belasting te kunnen betalen. Het zal, constateert het blad, veel moeilijker zo niet onmogelijk zijn om met zulke kunstgrepen de budgettaire verliezen op te nemen in het banksysteem. Het eigenlijke probleem ligt volgens de Far Eastern Economic Review natuurlijk in de structurele vervormingen van China's markt. Met veel staatsbedrijven bij voorbeeld gaat het zo slecht omdat de markt voor duurzame consumptiegoederen verzadigd is na de koopwoede, geinduceerd door de inflatie van de jaren tachtig. Het lijkt onmogelijk de vraag opnieuw kunstmatig te stimuleren en tegelijkertijd de inflatie te beheersen.

Fortune

Het valt niet mee om een miljardairskind te zijn. Je mag dan, zoals Howard Buffett, al negen jaar met succes een eigen boerderij runnen, de pacht die hij zijn vader betaalt is afhankelijk van zijn gewicht. Weegt hij minder dan tachtig kilo, dan is de pacht 22 procent. Is het meer, dan moet hij 26 procent betalen. Deze anecdote staat in het Amerikaanse blad Fortune ter illustratie van de stelling dat de zeer rijken echt anders zijn. Zoals elk jaar heeft het blad ook nu weer een ranglijstje gemaakt van de rijkste mensen ter wereld. Haji Hassanal Bolkiah Mu'izzadin Waddaulah, de sultan van Brunei, is als koploper goed voor 25 miljard dollar. Koningin Elizabeth staat, na de familie Mars (12,5 miljard) op de vierde plaats met 11,7 miljard dollar, terwijl Koningin Beatrix met 4,4 miljard dollar nummer 19 is in het rijtje rijksten. De verdreven emir van Koeweit bezit volgens het blad 4,8 miljard dollar, grotendeels verdeeld over buitenlandse investeringen. Junkbond-koning Michael Milken verdween uit Fortune's miljardairslijstje, evenals Donald Trump, die door zijn schuldenlast is gedegradeerd tot het voetvolk der miljonairs.