'Boycot Irak meest effectieve sinds 1967'

DEN HAAG, 29 aug. De economische boycot van Irak is de meest effectieve sinds 1967 wat betreft potentiele schade. Dat zegt de econoom P. A. G. van Bergeijk (31), die in maart van dit jaar promoveerde op Handel en Diplomatie, een proefschrift over boycots en handelsembargo's.

Op Van Bergeijks ranglijst van boycots die sinds 1945 de meeste schade hebben aangericht, staat de boycot van Iran door Groot-Brittannie in 1950 bovenaan. De boycot van Biafra door Nigeria in 1967 komt op de tweede plaats. De huidige boycot van Irak staat voorlopig derde. De Financial Times schatte deze week dat Irak sinds het begin van de boycot 2,6 miljard gulden heeft verspeeld door de gestagneerde olie-export.

Van Bergeijk noemt de snelheid waarmee de economische boycot van Irak van de grond kwam 'uniek'.

'Saddam Hussein heeft er nooit rekening mee gehouden dat de sancties zo snel, krachtig en unaniem tot stand zouden komen', veronderstelt hij. 'Anders begin je zo'n conflict niet met ten hoogste voor een half jaar eten in huis.' De econoom bestrijdt de veel gehoorde mening dat sancties weinig effect sorteren. Als recent voorbeeld van geslaagde sancties noemt hij de economische boycot van Litouwen door de Sovjet-Unie. Verder hebben de sancties tegen Chili, begin jaren zeventig, volgens hem een geslaagde bijdrage geleverd tot de val van de regering-Allende.

Van de ruim honderd gevallen van economische sancties sinds de Tweede Wereldoorlog leverde eenderde het beoogde resultaat op, zegt Bergeijk. De mislukkingen zijn volgens hem te wijten aan ontoereikende controle, traagheid bij het tot stand komen van een boycot en een te gering aantal deelnemende landen. Het voorbeeld bij uitstek van zo'n mislukking is het graanembargo dat de Amerikaanse president Carter in 1980 instelde tegen de Sovjet-Unie als sanctie op de inval in Afghanistan. Argentinie, dat toen juist een goede graanoogst had, stond meteen klaar om de leveranties over te nemen.

Het Amerikaanse Institute for International Economics zegt dat het voor een succesvolle boycot nodig is om ten minste 25 procent van de handel van het betrokken land lam te leggen. Omdat het Amerikaanse aandeel in de handel met Irak nog geen tien procent is, had een economische boycot van de VS alleen weinig uitgericht.

Het Shipping Research Bureau in Amsterdam in 1980 opgericht door het Komitee Zuidelijk Afrika samen met de geestverwante Werkgroep Kairos uit Utrecht is verrast over de snelheid waarmee de VS, Frankrijk en Engeland de sancties tegen Irak hebben geeffectueerd. 'Dat zijn drie landen die in de Veiligheidsraad verscherping van de olieboycot tegen Zuid-Afrika tegengaan', zegt directeur J. J. Woldendorp. 'De politieke wil om eensgezind op te treden tegen Irak was kennelijk groter dan bij Zuid-Afrika.' Daarbij had Zuid-Afrika alleen al door de lange kustlijn extra mogelijkheden om de boycot te omzeilen. Irak heeft zo'n vluchtweg niet, zegt Van Bergeijk. 'Van Iran en Syrie hoeft Saddam niet veel te verwachten. Bovendien is het voor hem veel te pijnlijk om afhankelijk te zijn van die landen.' Verder zijn de nadelige economische gevolgen voor de landen die Irak nu isoleren volgens Van Bergeijk te overzien. 'Ook al suggereren de stijgingen van de olieprijzen het tegendeel. Alleen al binnen de OPEC is voldoende overcapaciteit om het wegvallen van de olieleveranties uit Irak en Koeweit op te vangen.' Verder is Irak, met een buitenlandse schuld van 80 miljard dollar en opdrogende inkomsten uit de export, voor een zakenman die de boycot zou willen ontduiken geen betrouwbare debiteur. 'In dit geval kun je de handelsboycot best overlaten aan het gezonde economische verstand van de exporteurs', zegt Van Bergeijk. 'Zij lopen ook nog het risico dat hun goederen worden tegengehouden en dat zijzelf oplopen tegen strenge straffen voor het overtreden van de sanctiewetgeving.' Enige import van goederen uit bevriende Arabische landen met vliegtuigen zal vermoedelijk wel doorgaan. Maar volgens Van Bergeijk gaat het bij vervoer door de lucht altijd om relatief geringe hoeveelheden. 'Er is wel wat te regelen, maar nooit van voldoende omvang', zegt hij. Door de ongewone snelheid waarmee de sancties tegen Irak zijn ingevoerd, heeft het land volgens hem ook geen enkele kans gekregen zich te richten op invoervervangende produktie. Volgens cijfers van de Food and Agriculture Organisation van de Verenigde Naties produceerde Irak in 1988 slechts een derde gedeelte van de binnenlande consumptie van graan en rijst. 'Het is opmerkelijk dat ze er nooit in geslaagd zijn beter te voorzien in de eigen behoeften', aldus Van Bergeijk. 'Het gebied bij de Eufraat en de Tigris is zeer vruchtbaar. Maar het is een oorlogseconomie, waarbij een miljoen mensen aan de grenzen staan. De prioriteit ligt bij tanks en niet bij tractoren.'