Bosbranden op Athos na 15 dagen gedoofd

ATHENE, 29 aug. De langdurigste bosbrand uit de Griekse geschiedenis is gisteren na vijftien dagen tot een eind gekomen. De brand heeft circa 10.000 hectare, een derde van de monnikenrepubliek Athos, een schiereiland in het noordoosten, in de as gelegd, maar van de twintig kloosters is alleen dat van Simonos Petra aangetast. De inschakeling van twee Duitse helikopters, die bij elke weersgesteldheid kunnen opereren, lijkt op deze laatste, ook weer zeer winderige dag reddend te hebben gewerkt. Op Athos, een bosparadijs waar tot voor kort bijna alleen voetpaden liepen, zijn de laatste jaren nogal wat autowegen aangelegd. Volgens sommigen was dit gunstig voor brandbestrijding; anderen vreesden juist een toename van het gevaar doordat de bossen grotendeels dennen en kastanjes kwetsbaarder zouden worden voor sigarettepeuken, weggegooid glas en dergelijke.

De Griekse pers is in ieder geval vol kritiek over de aanpak of het gebrek daaraan, van twee ministeries die langs elkaar heen zouden hebben gewerkt. De gouverneur van Athos was de eerste vijf dagen van de brand afwezig. De Duitse hulp werd pas aanvaard toen heel Athos, inclusief het hoofdplaatsje Karyes en het haventje Daphni, in vlammen dreigde op te gaan.

De monniken, die nog de juliaanse kalender volgen, vierden gisteren, dertien dagen later dan andere kerken, hun grootste feest, Maria-Hemelvaart, maar tevens het behoud van hun kloosters. Volgende maand wordt een bezoek van de oecumenisch patriarch van Constantinopel (Istanbul) verwacht, onder wie Athos bestuurlijk ressorteert. Zulke bezoeken worden van Turkse zijde met wrevel ervaren. De meeste Grieken waren er dan ook zeker van dat de brand door Turken was aangestoken, maar inmiddels worden twee asceten verhoord van wie de een de cel van de ander in brand zou hebben gestoken, nadat hij eruit was gejaagd.

Ook de monniken van Athos namen actief deel aan de bestrijding van de branden. (Foto Reuter)