Arabische verdeeldheid: 'Een Palestijn is geen Arabier'

KAIRO, 29 aug. 'Dit is de week van de diplomatie', zegt een diplomaat uit Qatar in het restaurant van een van de luxe hotels aan de Nijl. 'Saddam Hussein ziet in dat hij geen kant meer op kan en een oorlog verliest hij, dus is hij concessies aan het doen.'

Na die woorden verlaat hij de tafel om naar zijn suite te gaan om het laatste nieuws uit Washington, Bagdad en de Verenigde Emiraten te horen. Bij terugkeer weet hij dat de Iraakse leider de door hem gegijzelde vrouwen en kinderen wil laten gaan. 'Zie je wel', zegt hij tevreden. 'Hij krabbelt terug.'

De tekenen lijken hem op het eerste gezicht gelijk te geven. Sinds het begin van de crisis in het Midden-Oosten is er niet zoveel gepraat als op dit moment. In Kairo arriveert de ene na de andere hoogwaardigheidsbekleder om overleg te voeren met Hosni Mubarak, de Egyptische president. Koning Hussein van Jordanie is al sinds vorige week bezig aan een bemiddelingstoernee langs hoofdsteden in het Midden-Oosten en Europa. Morgen praat de Iraakse minister van buitenlandse zaken Tareq Aziz in Amman met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Perez de Cuellar. Intussen heeft Saddam Hussein aan Iraakse schepen in de Golf opdracht gegeven confrontatie met oorlogsbodems uit het Westen te vermijden en laat hij gijzelaars vrij.

Tijdwinst

Maar is de Iraakse leider werkelijk bereid om concessies te doen of is hij alleen op tijdwinst uit? Terwijl hij vredelievende gebaren maakte, verhoogde hij tegelijkertijd de inzet op het punt waar het hele conflict om is begonnen: zijn bezetting van Koeweit. Gisteren gaf hij de kuststreek van Koeweit zijn eigen naam. Daarmee leek hij het behoud van het bezette gebied onverbrekelijk met zijn persoonlijk aanzien te willen verbinden. Hoe kan hij zich daarna nog zonder gezichtsverlies terugtrekken? 'Op dezelfde manier als hij zich uit het grensgebied met Iran heeft teruggetrokken na acht jaar oorlog en honderdduizenden slachtoffers onder zijn eigen bevolking', meent de man uit Qatar. 'Ook in die oorlog was een hoop retoriek geinvesteerd. Saddam Hussein heeft al eerder gefaald.' President Mubarak zei gisteren hetzelfde, maar iets diplomatieker. 'Als Saddam Hussein zich uit Koeweit terugtrekt, zullen wij, de Arabieren, allen tezamen de buitenlandse troepen vragen om de regio te verlaten. Egypte wil geen oorlog. Maar wij kunnen de bezetting van Koeweit niet accepteren.'

Later op de dag confereerde Mubarak vijf uur lang met zijn Syrische ambtgenoot Assad. De twee staatshoofden hebben 'identieke opvattingen' over de huidige problemen, luidde de conclusie na afloop van dat gesprek. Terugtrekking van de Iraakse troepen is trouwens ook de ononderhandelbare eis die Perez de Quellar morgen zal moeten stellen, gebonden als hij is aan de VN-resoluties op dit punt. Ook als Saddam Hussein inderdaad voor de druk bezwijkt en de grenzen van voor 1 augustus herstelt, zullen de politieke verhoudingen in het Midden-Oosten als gevolg van de crisis echter blijvend zijn gewijzigd. 'We hebben nu gezien hoe sommige Arabieren over hun broeders in de Golfstaten denken', zegt de diplomaat uit Qatar. 'Dat zullen we nooit meer vergeten. De Arabische eenheid? Die bestaat niet meer.' Hij haalt herinneringen op aan de inspanningen die hij als vertegenwoordiger van zijn land bij de Verenigde Naties in New York ten behoeve van de Palestijnse zaak heeft geleverd. Ook toen al stoorde hij zich aan laatdunkende opmerkingen van Palestijnen over de rijkdom van de landen aan de Golf, maar de vreugde van Irakezen, Jordaniers en Palestijnen over de bezetting van Koeweit heeft hem toch nog diep geschokt. 'Ik was in Jordanie toen het gebeurde. Normaal draag ik geen witte hoofddoek, maar toen heb ik hem omgedaan om als Arabier uit de Golfstaten herkend te worden. Ik ben geschrokken van de haat die Jordaniers en Palestijnen lieten merken. Het moet zelfhaat zijn, die ze al die jaren hebben gekoesterd. In de grond hebben ze geen respect voor zichzelf.'

Blauwe ogen

Ook in de Golfstaten heeft men echter kennelijk jarenlang opvattingen over de Arabische broedervolkeren voor zich gehouden, die nu geuit kunnen worden. Vooral de Palestijnen moeten het ontgelden. 'Alleen wij zijn de echte Arabieren', vindt de sjeik uit Qatar. 'De Palestijnen hebben vaak blauwe ogen. Ze stammen van de kruisvaarders af. Ieder kind kent bij ons de geschiedenis van zijn familie en die gaat eeuwen terug. De Palestijnen hebben geen historie en geen eergevoel. Ze zijn niet uit Palestina verdreven, ze hebben eerst zelf hun land aan de joden verkocht. Dat moet nu maar eens worden gezegd.' Volgens deze zegsman hebben de regeringen van de landen die samenwerken in de Gulf Corporation Council (Saoedi-Arabie, Qatar, Oman, Bahrein, de Verenigde Emiraten en Koeweit), eenmaal bekomen van de schok, al besloten hun sinds 1981 bestaande militaire bondgenootschap nu uiterst serieus te gaan nemen. Er zullen permanent meer troepen onder de wapenen komen en er zal meer in militair materieel worden geinvesteerd. De GCC zal bovendien Egypte financieel gaan steunen en nauw willen samenwerken met deze volkrijkste natie van het Midden-Oosten. De diplomaat betwijfelt of de landen die zich rondom Irak scharen zeer standvastig en trouw zullen zijn. 'Wat hebben Jemen, Jordanie of Soedan van Saddam Hussein te verwachten? Geld heeft hij niet. Dat hebben wij altijd gegeven, al werd het vaak door hun corrupte leiders ingepikt. Saddam Hussein blijft voorlopig internationaal geisoleerd. Bovendien is het maar de vraag of zijn eigen bevolking hem nog lang zal dulden. Hij heeft alleen maar rampspoed over zijn land gebracht.' Dat verdeeldheid onder de Arabieren vooral in het voordeel is van de gezamenlijke vijand Israel, lijkt de vertegenwoordiger van de Golfstaten nog het minst te deren. 'Egypte heeft al een vredesverdrag met Israel. Aan de Golf kunnen we daar best mee leven. Tot nu toe hebben we ons solidair getoond met de zaak van de Palestijnen. Maar uiteindelijk hebben we er niets mee te maken. Israel is ons buurland niet.'