Akkoord over teruglevering elektriciteit

ROTTERDAM, 29 aug. De VEEN, de elektriciteits-distributiebedrijven, heeft met het bedrijfsleven overeenstemming bereikt over een standaardregeling voor de teruglevering van elektriciteit aan het openbare net. Het bedrijfsleven wordt vertegenwoordigd door de SIGE en de Vereniging Krachtwerktuigen, bedrijven die veel warmte/kracht installaties exploiteren, en de VEABRIN, de verenigde afvalverbrandingsbedrijven.

Volgens een Besluit van 27 juli van de Elektriciteitswet zijn de distributie-bedrijven verplicht alle aangeboden elektriciteit af te nemen. De aanbieders mogen toepassing van de 'standaardregeling' eisen.

Die regeling komt ruwweg overeen met het 'advies' dat de VEEN al hanteerde voor teruglevering. Er zijn technische eisen en eisen betreffende de meetinrichting en de aansprakelijkheid. Het teruglevertarief bestaat uit een vermogens/energie component en een brandstofvergoeding.

De vermogenscomponent laat de keus uit drie tarieven: een voor het opgewekte vermogen (kilowatt) tijdens piekuren, en twee voor geleverde energie (kilowattuur) tijdens enige welomschreven perioden van het jaar.

Wie kiest voor een vergoeding voor kilowatturen, geleverd op winterse werkdagen tussen 7 en 23 uur ontvangt per kWh 8,6 cent. Met de brandstofvergoeding van circa 5 cent komt dat ruim boven de prijs waarvoor de VEEN de kWh's van de centrales koopt.

Met de particuliere windmolen-exploitanten, de PAWEX, is geen overeenstemming bereikt. Provinciale subsidies aan de windmolen-eigenaars doorkruiste een sluitende regeling. Ook vindt de PAWEX de terugleververgoeding te laag.