'Ze wijzen ons op dingen die wij niet meer zien'; Boeren uitontwikkelingslanden bij Zuidhollandse collega's

Met acht Latijnsamerikaanse organische boeren uit zeven landen ben ik te gast bij Sjaak Hoogendoorn en Lidwien Martens in Waarder, bij Woerden. Voor Hollandse begrippen hebben ze een klein bedrijf met hun 13,5 hectare weiland, 25 koeien en 80 varkens. De Latijnsamerikanen stellen vragen aan de lopende band: hoeveel melk geven zijn koeien? Hoe lang melkt hij ze? Hoe vaak krijgen ze een kalf? Enzovoorts. Buiten in het veld zijn ze geinteresseerd in de grond, want voor organische landbouwers is een gezonde bodem de basis voor een gezonde landbouw. Die nemen ze in hun handen, wrijven hem fijn, ruiken er aan, onderzoeken het gehalte organische stof en het bodemleven. Vreemde grond is het. In hun eigen land proberen zij alsmaar het gehalte organische stof te verhogen en hier heb je grond die uitsluitend uit organisch materiaal bestaat (bosveengrond) en dan nog wel een pakket van twaalf meter dik!Deze week houdt IFOAM, de internationale federatie van organisaties voor organische landbouw, haar tweejaarlijkse conferentie in de Hongaarse hoofdstad Boedapest. Een groep deelnemers uit de Derde wereld reisde over land vorige week naar Hongarije en deed daarbij ook Nederland aan. Oorspronkelijk stond er een Dutch Horror Show op het programma, met een bezoek aan een moderne veehouderij (factory volgens de folder). Blijkbaar om te laten zien tot welke uitwassen de moderne westerse landbouw kan leiden. Maar ILEIA, het Information Centre for Low External Input Agriculture in Leusden, dat gevraagd werd de Nederlandse dag te organiseren, koos voor een minder afschrikwekkende invulling: een bezoek aan Zuidhollandse boeren, die streven naar een milieuvriendelijker wijze van produceren.

De belangstelling voor organische landbouw neemt ook in ontwikkelingslanden toe. Zoals bij ons de moderne landbouw het milieu aantast, zo doet de Groene Revolutielandbouw het daar. Bovendien kunnen veel boeren de hoge investeringen voor Groene Revolutie-ingredienten als hybride zaden, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en irrigatie niet opbrengen. Organische landbouw, die het milieu niet aantast en goedkoop is, is een aantrekkelijk alternatief.

Spontaan opgekomen

Iemand ziet witte klaver staan. ' Heeft Sjaak die gezaaid en wil hij daarmee stikstof uit de lucht binden?' Klaver is een leguminose. Planten van die soort worden gebruikt om stikstof uit de lucht te binden. Dat is milieuvriendelijker en goedkoper dan kunstmest. Maar Sjaak heeft de klaver niet gezaaid. Hij is spontaan opgekomen sinds hij veel minder kunstmest is gaan strooien. Dat is mogelijk doordat hij zijn organische mest effectiever is gaan gebruiken. Zijn drijfmest rijdt hij 's winters niet meer uit, maar slaat die op in een put en een mestzak tot het groeiseizoen aanbreekt. Dan heeft het gras behoefte aan meststoffen en spoelen deze niet weg, zoals in de winter. Verder heeft hij een moderne potstal gebouwd. De koeien lopen daar 's winters los rond. Om ze comfortabel te kunnen laten liggen, krijgen ze telkens een laag vers stro. De mest wordt 's winters niet weggehaald, maar opgepot; in de lente staan de koeien anderhalve meter hoger. Het stro in de mest bindt de meststoffen, zodat ze eenmaal over het land verspreid minder snel wegspoelen. Bovendien kan Sjaak zijn stalmest goed verkopen aan tuinders, terwijl voor drijfmest niemand belangstelling heeft.' Hoeveel krachtvoer gebruik je ?', wil Manoel Baltasar da Costa weten. Hij is in Brazilie al twaalf jaar bezig met ecologische landbouw. In krachtvoer is soja verwerkt en zijn land is daarvan een belangrijk exporteur. Bij de lucratieve teelt worden veel bestrijdingsmiddelen gebruikt, er treedt veel erosie op en veel kleine boeren worden door de oprukkende grootschalige sojateelt van hun land verdreven. Op zoek naar landbouwgrond kappen ze stukken Amazone-oerwoud. Sjaak: ' Zonder krachtvoer kan ik niet. Wel heb ik het percentage krachtvoer kunnen terugbrengen van dertig naar twintig procent. Tien procent heb ik vervangen door voer van een kringloopbedrijf dat schillen en groenteresten ophaalt.'

' Waarom verbouwt hij zelf geen veevoer?', wil de Braziliaan nog weten. ' Dat is op veengrond onmogelijk', antwoordt Sjaak. ' De bodem is te slap voor akkerbouw.'

Als illustratie stampt hij op de grond, iedereen begint te springen en de grond dreunt. ' Waarom wordt er dan elders in Nederland of Europa geen veevoer verbouwd?' ' De granen in het krachtvoer komen al uit Nederland of de EG, maar soja wordt hier nauwelijks verbouwd: het klimaat is minder geschikt en Brazilie is waarschijnlijk goedkoper.' ' Hoe lang blijft een koe in produktie?', wil iemand weten. Sjaak: ' Dat varieert. De gemiddelde melkkoe in Nederland is vier jaar oud. Ik zit op een gemiddelde van zes jaar en heb een koe van twaalf jaar. Lang met een melkkoe doen is ook een aspect van duurzame landbouw en milieuvriendelijkheid. Het opfokken van een melkkoe kost geld en grondstoffen. Hoe langer je er dan mee doet, hoe beter. Ik melk mijn koeien drie keer per dag in plaats van twee keer. Ze zetten hun voer dan efficienter om in melk, krijgen minder spanning op hun uiers, produceren meer melk en gaan langer mee.'

Molenaarsgraaf

Op het eind van de middag komt de hele groep samen op de boerderij van Piet Brouwer in Molenaarsgraaf. Tussen de balen hooi en stro heeft Piet een ontmoetingsruimte ingericht voor informeel contact en een plenaire afsluiting. Piet is net als de andere boeren die vandaag bezoek uit de Derde Wereld kregen, lid van de WAV: de Werkgroep Alblasserwaard/Vijfherenland. De meesten zijn vorig jaar drie weken in Colombia geweest in het kader van een uitwisselingsprogramma van COZAC, een organisatie die diepgaande en langdurige contacten met Latijnsamerikaanse boeren wil bevorderen. Piet Brouwer:' In 1984 kwamen de boeren uit deze streek op Wereldvoedseldag bij elkaar voor een discussie over het zuivelbeleid. De directeur van de Melkunie hield een verhaal over onze hoge melkproduktie die binnen de EG niet meer afgezet kon worden. Daarom zochten ze naar nieuwe afzetmarkten buiten Europa. De agrarische jongeren en iemand uit de Derde Wereld hielden een kritisch verhaal over de nadelen van de zuivelexport naar ontwikkelingslanden. Uit die dag is de WAV ontstaan. Wij vonden dat we iets moesten doen. We zijn begonnen met geld inzamelen voor waterpompen, maar nu kijken we hoe we onze eigen manier van produceren kunnen veranderen en proberen we het landbouwbeleid te beinvloeden via onze standsorganisaties. We vinden bijvoorbeeld dat de liberalisering van de wereldhandel, waarover nu in de GATT druk onderhandeld wordt, niet ten koste mag gaan van de Derde Wereld.'

Piet vindt de contacten met mensen uit de Derde Wereld zeer waardevol. ' Zij wijzen ons op dingen die wij niet meer zien. Wij zaten zo vast in dat groeidenken van alsmaar meer produceren. De superheffing heb ik als een zegen ervaren, als een doorbreking van de vicieuze circel van het groeidenken. Ik ben teruggegaan van 100 naar 70 koeien en heb nu meer tijd en oog voor andere dingen. In de WAV bepraten we hoe we anders kunnen produceren met minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen. We stimuleren elkaar. Vroeger reed ik mest uit als de put vol was, ook 's winters. Nu sla ik de mest op en rij die alleen in het groeiseizoen uit als de planten om stikstof vragen en alleen als het regent, zodat de mest sneller de grond in trekt. Ik heb zaterdagsavonds wel eens een afspraak afgezegd omdat het goed weer was om mest uit te rijden. Dat zeggen we als WAV-ers tegen elkaar en daar krijg je dan een kick van. Zo heb ik mijn kunstmestgebruik teruggebracht van 400 naar 200 kilo per hectare.' Piet is vorig jaar met andere WAV- ers drie weken naar Colombia geweest. Behalve dat het voor hemzelf een belangrijke ervaring was, hebben ook de Colombianen veel gehad aan het soms pittige commentaar dat de WAV-ers op de situatie daar gaven. Piet: ' Misschien zeg ik wel gevaarlijke dingen, maar ik vond dat ze zich te afhankelijk en te apathisch opstelden. Ze moeten zelf meer initiatieven nemen, geld van buiten is vaak slecht voor het eigen initiatief. Kritiek geven is moeilijk, maar nodig, en als je een goede, langdurige relatie hebt, kan het.' De uitwisseling wordt georganiseerd door COZAC. Eric Hees van die organisatie: ' Ontwikkelingssamenwerking is meer dan geld geven voor een project. Vriendschap en vertrouwen zijn zeker zo fundamenteel. We willen langdurige contacten waarin mensen kritisch leren kijken naar de eigen en andermans ontwikkeling en elkaar de waarheid durven te zeggen. Bij kortstondige contacten blijf je te veel steken in informatieve en technische zaken. Je moet over die fase van beleefdheid en elkaar vriendelijk toelachen heen komen.'

De jarenlange directe contacten die de WAV onder de paraplu van COZAC heeft met boeren in Zuid-Amerika en de Cariben heeft bij de boeren hier geleid tot een kritische kijk op de eigen bedrijfsvoering. Daar gingen voor sommige boeren een ontnuchterende ervaring aan vooraf. Hees: ' Ze wilden trots aan iemand uit de Derde Wereld laten zien hoe goed hun bedrijf in elkaar zat en kregen dan kritische vragen van eigenwijze, niet-onderdanige figuren uit de Derde Wereld. Dat had een shock-effect. Sommigen haakten af, anderen zeiden: laten we ophouden met geld inzamelen en eerst eens naar ons eigen bedrijf kijken en omgekeerd is er in Colombia hetzelfde gebeurd.'