Waldheims missie schaadt Oostenrijk

ROTTERDAM, 28 aug. Het bezoek dat de Oostenrijkse president, Kurt Waldheim, heeft gebracht aan zijn Iraakse collega, Saddam Hussein, mag in de Westerse wereld uitsluitend negatieve reacties hebben opgeroepen, in eigen land leverde het hem alleen lovende woorden op. Bij aankomst op het vliegveld in Wenen werd Waldheim luid toegejuicht, uiteraard niet het minst door de familieleden van de 96 Oostenrijkers die hij uit Bagdad mee terugbracht. 'President Waldheim heeft een groot risico gelopen, waarschijnlijk het grootste van zijn hele carriere en hij heeft gewonnen', schreef het Weense dagblad Kurier. Die Kronenzeitung: 'De moed van president Waldheim om de reis naar Bagdad te maken is, ondanks alle risico's, rijkelijk beloond.'

De krant haalde uit naar de Westerse critici van Waldheims reis. Het Westen moet eerst maar eens nadenken over de wapenleveranties die het de afgelopen jaren aan Irak heeft gedaan, aldus het commentaar.

Ook de Oostenrijkse bondskanselier, Franz Vranitzky, die zich aanvankelijk sceptisch over het plan van Waldheim had uitgelaten, erkende het succes van de missie. Hij sprak van 'een heel groot succes voor de president', al voegde hij er direct aan toe, dat de Oostenrijkse regering geen millimeter zal afwijken van de sancties die door de Veiligheidsraad van de Verenigde naties tegen Irak zijn afgekondigd.

Sinds Kurt Waldheim in 1986 tot president werd gekozen, zit hij in een internationaal diplomatiek en politiek isolement. De prominentste gevangene van Wenen, zo kwalificeerde het Amerikaanse weekblad Time hem enkele jaren geleden. Dat isolement is veroorzaakt door het oorlogsverleden van de Oostenrijkse president. Hoewel nooit is bewezen dat Waldheim zich heeft schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden, bestaan nog altijd twijfels over zijn rol in het Duitse leger in Joegoslavie en Griekenland. De president zou in ieder geval hebben geprobeerd dat deel van zijn leven te verdoezelen. Het leidde ertoe dat de Amerikaanse regering Waldheim op de zogeheten 'watch list' zette van mensen die de Verenigde Staten niet binnen mogen komen, en dat Westerse staatshoofden en regeringsleiders een ontmoeting met Waldheim uit de weg gaan.

Hussein

Het eerste staatshoofd, even afgezien van de paus, dat Waldheims isolement doorbrak was de Jordaanse koning Hussein. In de Arabische wereld heeft de Oostenrijkse president nog altijd een goede naam wegens zijn opstelling als secretaris-generaal van de Verenigde Naties (1972-1982) in het Arabisch-Israelische conflict. Maar wat Europa betreft moest hij het tot voor kort doen met president Vassiliou van Cyprus, de Italiaan Andreotti en Sovjet-minister Sjevardnadze geen indrukwekkende lijst voor een staatshoofd dat al meer dat vier jaar in functie is.

Een doorbraak leek het bezoek van de Tsjechoslowaakse president Havel te brengen, toen hij begin deze maand als eregast aanwezig was bij het festival in Salzburg. Havel, die werd vergezeld door de Westduitse president Richard von Weizsacker een man die een overtuigende bijdrage heeft geleverd aan de verwerking van het Duitse oorlogsverleden door publiekelijk de verantwoordelijkheid voor de nazi-misdaden voor zijn rekening te nemen maakte in een ongezouten toespraak duidelijk weinig respect te hebben voor de manier waarop Waldheim met zijn verleden omgaat. 'De veronderstelling dat men straffeloos met de geschiedenis kan schipperen en dat men zijn eigen biografie kan herschrijven, behoort tot de traditionele waanvoostellingen van Midden-Europa. Als iemand dat probeert te doen, dan brengt hij zichzelf en zijn medeburgers schade toe (...) want er is geen volledige vrijheid, wanneer er geen vrijheid is voor de volle waarheid', aldus Havel. Toen de Oostenrijkse televisie na afloop aan Waldheim vroeg of hij zich door deze woorden persoonlijk voelde aangesproken, zei hij: 'Zeker niet, ik heb mijn biografie niet herschreven.'

Cliche

Hoewel Waldheim geen krimp gaf, leek het informele bezoek van Havel toch het begin in te luiden van een nieuwe opstelling tegenover de Oostenrijkse president. In een vraaggesprek met de Salzburger Nachrichten zei Havel namelijk over de internationale boycot van Waldheim: 'Ik wil niet zeggen dat dit standpunt oorspronkelijk geen ethische basis had, maar door er een ritueel van te maken, wordt het loos en verliest het zijn oorspronkelijke inhoud en wordt het een cliche.'

Daarmee maakte de Tsjechoslowaakse president een voorzichtige opening naar een iets positievere bejegening van zijn Oostenrijkse collega.

Het bezoek dat Kurt Waldheim nu aan Bagdad heeft gebracht, lijkt deze voorzichtig geopende deur weer helemaal dicht te hebben geslagen. Het bezoek heeft de internationale verontwaardiging over de president een nieuwe impuls gegeven. De uitspraken van onder meer de Belgische minister van buitenlandse zaken Marc Eyskens en diens Italiaanse collega, Gianni de Michelis, over Waldheims missie logen er niet om: Waldheim heeft met de osterreichische Alleingang de internationale solidariteit tegen Irak doorbroken.

Brian Urquhart, die bij de Verenigde Naties tien jaar nauw samenwerkte met Waldheim, noemde hem een stugge werker, maar ook iemand die buitengewoon gevoelig is voor zijn publieke imago. In eigen land heeft Waldheim door zijn missie naar Irak zijn imago behoorlijk opgepoetst, maar of de reis hemzelf en Oostenrijk internationaal veel goed heeft gedaan, kan worden betwijfeld.