Voldoening en ongeloof na uitspraak Guinness-jury

LONDEN, 28 aug. Toen de lange lijst van 'schuldig', 'schuldig', 'schuldig' op de tientallen tenlasteleggingen van de vier Guinness-verdachten gistermiddag in de rechtszaal werd voorgelezen, draaide voormalig Guinness-topman Ernest Saunders, de zelf veronderstelde zondebok, zich berustend om naar zijn kinderen. 'Zie je wel', zei zijn lachje.

Vastgoedtycoon Gerald Ronson staarde strak voor zich uit, effectenmakelaar Anthony 'Het Beest' Parnes streelde neurotisch zijn kin, en financier en maecenas Sir Jack Lyons, in de loop van het proces oud en zwak geworden, hield achter dikke brilleglazen zijn blik op onbestemde verten gericht.

De vertegenwoordigers van het Serious Fraud Office, waakhond en vervolger van wanpraktijken in de City, slaakten een zucht van verlichting. Na alle kritiek op het uitblijven van resultaten, was dit het eerste grote proces dat ze wonnen.

In een grote witte gevangenisauto met hooggeplaatste vensters werden de drie delinquenten aan het eind van de middag afgevoerd naar een cel. Voor het toegestroomde publiek was er geen groter contrast denkbaar. Hier gingen drie mensen die salarissen verdienden van honderdduizenden ponden per jaar, die in huizen in Hampstead en Kensington woonden, die (Ronson) 's ochtends nog voor kwamen rijden in een auto met chauffeur, als ordinaire criminelen achter de tralies. Ongeloof en voldoening streden om de voorrang. Ongeloof dat wie zo hoog zit, zo laag kan vallen. Voldoening dat ook hooggeplaatsten, volgens de aanklager 'zo arrogant dat ze dachten dat ze boven de wet stonden', uiteindelijk hun straf niet ontlopen.

Op de trappen van het gerechtsgebouw stonden de kinderen van Ernest Saunders, James en Joanna, de pers te woord. In een laatste pleidooi had Saunders' advocaat, Mr Richard Ferguson, de rechter gevraagd zijn client niet naar de gevangenis te sturen: 'Wat voor goeds zal dat nog doen?' Drieeneenhalf jaar heeft de voormalige Guinness-topman op berechting gewacht. Zijn carriere, zijn gezondheid, zijn huwelijk zijn in tussentijd vernietigd en hij leeft van een uitkering van sociale zaken van 30 pond per week. Het afschrikkend effect dat het Guinness-proces op de handel en wandel in de City moet hebben, zei Ferguson, 'is vervat in de naam van Ernest Saunders. Het is zijn nemesis en zijn val van een zodanig hoog niveau van succes in deze afgrond, die anderen zal afschrikken'. Zoals Saunders alleen nog zijn kinderen had om voor hem te spreken 'Wij blijven in de onschuld van onze vader geloven. We zullen blijven vechten om hem van blaam te zuiveren' zo kon Ronson zich koesteren in bijval van een verbijsterende serie prominenten, die voor de rechter getuigden hoe hoog ze hem achtten. Sir Angus Ogilvy, de echtgenoot van Princess Alexandra, Sir John Quinton, voorzitter van Barclays Bank en Sir David Plastow, de topman van Vickers, waren onder degenen die Ronson 'een eerbaar en integer man' noemden. Mr Justice Henry heeft die pleidooien af te wegen tegen het feit dat de jury vindt dat Saunders 8 miljoen pond van Guinness heeft gestolen, Ronson bijna 3 miljoen , Parnes bijna 2 miljoen en Sir Jack Lyons 3 miljoen.

Volgens de aanklager was het een combinatie van hebberigheid en arrogantie die de vier ertoe dreef deel te nemen in praktijken die ver uitgingen boven dat wat wettelijk geoorloofd is bij een overnamestrijd. De jury acht bewezen dat Ernest Saunders in zijn functie van topman bij de Guinness-brouwerijen, Parnes en Lyons gebruikt heeft om financiers zoals Ronson te recruteren die hem konden helpen de strijd om het bezit van de Distillersbrouwerijen te winnen.

Wilde Guinness de overname van Distillers tot een succes maken, dan diende het de prijs van aandelen-Guinness , het voornaamste betaalmiddel aan Distillers-aandeelhouders, zo hoog mogelijk op te voeren. Dat gebeurde door een aantal relaties te vragen grote pakketten aandelen te kopen, met de verzekering dat die na de overname van Distillers tegen dezelfde prijs (en op kosten van Distillers) teruggekocht zouden worden. De betrokken financiers konden, net als Lyons en Parnes, daar bovenop nog een succes-bonus krijgen, indien de overname tot stand kwam.

Mr Justice Henry hield de jury voor dat de constructie neerkwam op: diefstal van miljoenen ponden ten nadele van de aandeelhouders van Guinness (die financieel opdraaiden voor al die betalingen); diefstal ten nadele van de aandeelhouders van Distillers (aan wie een kunstmatig hoge prijs voor Guinness-aandelen werd voorgehouden); diefstal ten nadele van gewone investeerders op debeurs, die ten tijde van de overnamestrijd in aandelen Guinness en Distillers hadden gehandeld, zonder daarvoor de schadeloosstelling te krijgen die aan de ingewijden was voorbehouden; diefstal ten nadele van deaandeelhouders van de supermarktgroep Argyll, die uiteindelijk de strijd om de overname van Distillers om oneerlijke redenen verloren aan Guinness.

Zo ingewikkeld was de zaak en zoveel vooronderzoek moest worden verricht, dat het bijna vier jaar heeft geduurd voor het eerste Guinness-proces er volgt nog een tweede en mogelijk een derde zijn beslag heeft gekregen. Het proces zelf heeft vier maanden geduurd.

Vanwege de in het Engelse systeem gebruikelijke berechting door een lekenjury moest elk onderdeel van bedrijfsrecht tot vervelens toe in de rechtszaal worden uitgelegd en in samenhang verklaard. Om die reden en omdat een lekenjury meer geneigd zou zijn hoger geplaatsten uit pure zelfbevrediging ten val te brengen ('Het gevoel bij het zien van een wielklem om een Rolls Royce' aldus de rechter) is er voor gepleit dergelijke fraudezaken voortaan door een rechter plus deskundigen te laten berechten.

De reacties in de City zijn een mengeling van opluchting, zelfingenomenheid en medelijden. Opluchting dat het Serious Fraud Office heeft bewezen dat Londens financiele wereld tot zelfregulering in staat is, zelfingenomenheid omdat praktijken als die bij Guinness 'al lang niet meer voorkomen', en medelijden met de verdachten, die zo lang op berechting hebben moeten wachten.