Visser: valse passen bekend bij Justitie

Door een onzer redacteuren ROTTERDAM, 28 aug. Dominee J. Visser van de Pauluskerk in Rotterdam heeft het ministerie van justitie al op 13 februari dit jaar ingelicht over financiele hulp aan uitgeprocedeerde asielzoekers voor onder meer de aanschaf van valse papieren. Ook de vaste Kamercommissie voor justitie werd door hem geinformeerd over zijn manier van hulpverlening.

De rijksrecherche is een onderzoek begonnen naar Vissers handelwijze en de mogelijke betrokkenheid van het hoofd van de Rotterdamse vreemdelingendienst. Aanleiding was een vraaggesprek eind juli in het CNV-blad Anders Actief. Eind juli gaf Visser in een brief aan de burgemeester van Rotterdam en aan de politie een nadere toelichting op de wijze van hulpverlening aan vluchtelingen vanuit de Pauluskerk. Van een excuusbrief en het intrekken van uitlatingen over de mede-wetenschap van de Rotterdamse vreemdelingenpolitie, zoals wij zaterdag meldden, was geen sprake, aldus Visser. Hij heeft daarom besloten de brief, die voor intern gebruik was, openbaar te maken. Met nadruk stelt Visser dat de Pauluskerk zich niet rechtstreeks inlaat met de aanschaf van valse papieren. Vluchtelingen die in Nederland kansloos zijn, krijgen een bedrag van vijf- tot vijftienhonderd gulden om korte tijd te kunnen overleven. Het is Visser bekend dat sommigen het geld gebruiken om illegaal aan nieuwe papieren te komen en daarmee elders in de wereld hun geluk te beproeven. Enkelen is het gelukt met valse papieren in een ander land erkenning als vluchteling te krijgen. Anderen vielen door de mand. De Pauluskerk, aldus Visser, moedigt niemand aan 'deze uiterste noodoplossing' te kiezen, 'wegens het onwettige karakter, maar ook wegens te hoge risico's.'Met de vreemdelingendienst van de politie, die aanvankelijk als 'tegenpartij' werd gezien, kwam in de afgelopen jaren overleg op gang over de moeilijkste gevallen. De politie krijgt inzicht in de persoonsgegevens en komt daardoor soms 'echte criminelen' op het spoor, 'zodat wij', aldus Visser, 'niet betrokken raakten in oeverloze avonturen'. In het overleg met de politie werd nooit om instemming gevraagd voor de werkwijze. Visser: 'Wij realiseren ons al te goed dat wij met de hulpverlening aan kansloze mensen in de marge van onze mogelijkheden terechtkomen.'

Eenmaal heeft iemand van de vreemdelingendienst hem gewaarschuwd dat de manier waarop een vluchteling in Zwitserland was 'gedropt', strafbaar was en daarom moest worden ontraden.