Separatisme wint terrein in Slowakije

ROTTERDAM, 28 aug. Als op 3 oktober de DDR opgaat in de Bondsrepubliek telt Europa een staat minder. Als het aan een flinke maar groeiende minderheid van de Slowaken ligt, kan men evenwel in Europa binnen afzienbare tijd een nieuwe staat noteren: Slowakije. Zij, de Slowaakse nationalisten, ijveren steeds luider en steeds duidelijker voor een soeverein Slowakije binnen, of zelfs een geheel onafhankelijk Slowakije buiten de Tsjechoslowaakse grenzen.

Het rommelt in Slowakije: de fluwelen revolutie van eind 1989 heeft diegenen ruim baan gegeven die wijzen op de vooral economische en culturele achterstelling van Slowakije in vergelijking met de Tsjechische landen, Bohemen en Moravie. Begin dit jaar rebelleerden ze tegen de nieuwe naam van het land, want dat dat geen Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek meer mocht heten was duidelijk, maar van de Slowaken mocht ook Tsjechoslowaakse Republiek niet. Het moest op zijn minst Tsjecho-Slowaakse Republiek zijn en liever nog en dat werd het uiteindelijk Tsjechische en Slowaakse Republiek.

Later kwam het touwtrekken om de herdenkingen, want hoe nationalistisch, hoe Slowaaks, hoe fascistisch, hoe pro-Duits, kortom: hoe positief of hoe negatief zijn Andrej Hlinka, de leider van de Slowaakse nationalisten in het interbellum, en Josef Tiso, president van de pro-Duitse marionettenstaat Slowakije in de oorlog, eigenlijk geweest? Decennia zijn de namen Hlinka en Tiso synoniemen van fascisme en hoogverraad geweest. Tot dit jaar. Want voor de Slowaakse nationalisten was Hlinka de belichaming van het verzet tegen de achterstelling van de Slowaken in de eerste Tsjechoslowaakse republiek en heeft Tiso Slowakije in 1939 gevrijwaard voor Hongaarse annexatie. En zo liepen de herdenkingen van dit Slowaakse duo de eerste in vrijheid in veertig jaar uit op fikse ruzies: het aanbrengen van plaquettes voor vermeende fascisten is buiten Slowakije menigeen in het verkeerde keelgat geschoten.

Herhaling

De Slowaken zijn bang dat zich anno 1990 herhaalt wat ze in 1918 al eens hebben meegemaakt. Toen werden twee volkeren in een nieuwe staat samengevoegd die door de geschiedenis meer dan duizend jaar gescheiden waren gehouden: waar Bohemen en Moravie sinds 1620 door de Habsburgers vanuit Wenen waren bestuurd, was Slowakije al in 896 onder Hongaars bestuur gekomen, een overheersing die pas in 1918 met de algehele onttakeling van het Hongaarse koninkrijk werd beeindigd. Twee ongelijkwaardige partners: naast het onderontwikkelde, gemagyariseerde landbouwland Slowakije lagen de geindustrialiseerde, hoog ontwikkelde Tsjechische landen; naast de culturele armoe van Slowakije, een land dat niet eens een universiteit had en dat in zijn streven naar vrijheid altijd eerder naar het Oosten, naar Rusland, dan naar het Westen had gekeken, lag Bohemen met zijn vijfhonderd jaar oude Karelsuniversiteit en zijn blik naar het Westen.

Van de autonomie die de Slowaken voor 1918 was beloofd, door Tomas Masaryk en Edvard Benes, ging in de jaren twintig het meeste verloren: Bratislava kreeg zijn universiteit, Slowakije zijn scholen, zijn bescheiden industrie, zijn hervormingen, maar gelijke vertegenwoordiging kreeg het niet en de eerste republiek was geen federatie maar een centralistische, vanuit Praag bestuurde staat, die stilletjes al in 1921 de naam Tsjecho-Slowakije verving door de naam Tsjechoslowakije. De Slowaken voelden zich er tweederangsburgers en dat waren ze ook, en ze bleven het, ook na de oorlog, toen de communisten het Slowaakse nationalisme in de vroege jaren vijftig als instrument misbruikten tijdens de stalinistische processen, en zelfs na 1968, toen Tsjechoslowakije eindelijk een federatie werd: Slowakije had zijn eigen partij, parlement en staatsinstellingen, maar economisch en cultureel bleven de achterstand op Bohemen en Moravie en daarmee het gevoel van ongelijkheid groot. Waar de hele wereld schrijvers als Hrabal, Kundera, Skvorecky, Klima en Vaculik leest, kent niemand de belangrijkste Slowaakse schrijvers, Dominik Tatarka, Pavel Vilikovsky en Ladislav Ballek. Waar de Tsjechische literatuur kosmopolitisch en op de stad gericht is, en daarmee internationaal toegankelijk, is de Slowaakse een plattelandsliteratuur en daarmee internationaal minder aansprekend. En als de Slowaken ten tijde van het socialisme van zich lieten horen, dan hooguit door hun religieuze activiteiten: waar de Tsjechen politiek verzet pleegden, pleegden de katholieke Slowaken, met hun massale bedevaarten van de laatste jaren, vooral religieus verzet.

Sinds de fluwelen revolutie hebben de Slowaken geijverd voor een nieuwe verdeling van de bevoegdheden van de federale overheid en de twee componenten van de federatie: de deelregeringen zouden meer autonomie moeten krijgen, ten koste van de federale regering. Op 8 en 9 augustus praatten vertegenwoordigers van de drie regeringen in Trencianske Teplice, op verzoek van de Slowaken. De belangrijkste eisen: de beeindiging van elke federale bemoeienis met de Slowaakse economie en de overheveling vanbevoegdheden van Praag naar Bratislava, en wel per 1 januari 1991 en niet, zoals voorzien, pas in 1993, na de vaststelling van een nieuwe grondwet.

Het overleg in Trenciaske Teplice was geheim niet omdat het besprokene zo penibel was, maar omdat men aldus achteraf de Slowaakse premier Vladimir Meciar 'rustig, in vrede en ongestoord' wilde werken. Het mocht niet zo zijn. Zoals Meciar met enige spijt moest concluderen: 'De pers is erop vooruit gegaan: we zijn ontdekt'. Met vervelende gevolgen, want zelfs nog voor de resultaten openbaar werden gemaakt dat zijn ze in afwachting van de bevindingen van negen werkgroepen nog steeds niet stond vooral Slowakije van verontwaardiging op zijn kop.

Op 14 augustus kwamen in Bratislava vertegenwoordigers van tien Slowaakse nationalistische partijen bijeen voor een boze bijeenkomst, waarop bij voorbaat de resultaten van Trencianske Teplice werden afgewezen en een 'soeverein en onafhankelijk' Slowakije werd bepleit, met zijn eigen nationale identiteit, zijn eigen grondwet en zijn eigen officiele taal. En hoewel de belangrijkste Slowaakse partijen, Publiek tegen Geweld en de christen-democraten, die verklaring veroordeelden, ging de belangrijkste nationalistische leider, Vitazoslav Moric van de Slowaakse Nationale Partij (SNS), later nog wat verder door te suggereren dat Slowakije het verder liever zonder de Tsjechen zou rooien. 'De ontwikkelingen sinds 1918 hebben onze republiek aan de rand van de economische ineenstorting gebracht, en we gaan akkoord met de lezing dat sprake is van een logisch proces van het scheppen van twee republieken. Ik zou het willen vergelijken met het opbreken van het Britse wereldrijk in de jaren zestig.' Dat het streven naar onafhankelijkheid inderaad leidt tot het opbreken van Tsjechoslowakije is onwaarschijnlijk, in elk geval op korte termijn. Voorlopig wil slechts een kleine minderheid van de Slowaken onafhankelijkheid, waarschijnlijk niet meer dan tien procent. Bovendien bestaat in Praag genoeg realiteitszin om te beseffen dat de Slowaken recht van spreken hebben als ze meer willen dan ze tot nu toe hebben gekregen. Maar de separatisten en autonomisten winnen wel snel terrein, en dat is een ontwikkeling die zowel Praag als Bratislava zorgen baart.