Nieuwe industriele archipel tussen Indonesie, Singapore en Maleisie

JAKARTA, 28 aug. Twee oude vrienden, president Soeharto van Indonesie en premier Lee Kuan Yew van Singapore, hebben vandaag de grondslag gelegd voor een nieuwe groeikern in Zuidoost-Azie. Op het Indonesische eiland Batam, een half uurtje varen van Singapore, waren zij getuigen van een historische daad: hun ministers van industrie ondertekenden vanmiddag twee overeenkomsten over de gezamenlijke ontwikkeling van de Riau-archipel. Deze eilandengroep voor de oostkust van Sumatra moet de Indonesische punt gaan vormen van een 'groeidriehoek', waarvan ook Singapore en de Maleisische deelstaat Johor deel zullen uitmaken.

Het idee van een 'groeidriehoek' komt uit Singapore. Vice-premier Goh Chok Tong, die dit najaar Lee Kuan Yew zal opvolgen als eerste minister, opperde in december 1989 dat Indonesie, Maleisie en Singapore hun economische krachten zouden moeten bundelen. Zijn redenering luidde als volgt. Singapore beschikt over een ontwikkelde infrastructuur in de vorm van een moderne diepzeehaven, een internationaal vliegveld en aansluiting op internationale telecommunicatie-netwerken. Zijn industriele en dienstverlenende bedrijven hebben een jarenlange ervaring met marketing en management. Het eilandstaatje heeft echter een schrijnend gebrek aan ruimte en mensen. Indonesie bezit arbeidskrachten in overvloed en is rijk aan allerlei natuuurlijke hulpbronnen, zoals olie en aardgas. De zuidelijke Maleisische deelstaat Johor, ten slotte, het continentale achterland van Singapore, beschikt sinds kort over een goede infrastructuur en weet steeds meer buitenlandse investeerders aan te trekken. Singapore bood aan zijn buren te helpen bij de ontwikkeling van de aangrenzende gebieden. Ondernemers uit Singapore, die hun activiteiten willen uitbreiden, maar in eigen land geen kant meer op kunnen, zouden samen met Indonesische en Maleisische partners toeristische en industriele projecten kunnen beginnen in de Riau-archipel en Johor. Zowel Jakarta als Kuala Lumpur reageerden positief. Proeftuin voor het samenwerkingsproject werd het Indonesische eiland Batam, 20 kilometer van Singapore. Daar is men al jaren georienteerd op het naburige stadstaatje. Totdat Soekarno in 1964 zijn confrontatie met Maleisie begon, was de Singapore-dollar er het gangbare betaalmiddel. Jakarta ambieert al jaren om van Batam een Indonesisch Singapore te maken. Vanuit de hoofdstad werd een speciale commissie gevormd voor de ontwikkeling van het Industriegebied Batam. Voorzitter is minister van onderzoek en ontwikkeling B. J. Habibie.

Het eiland, 415 vierkante kilometer groot, werd tot vrijhandelszone uitgeroepen en opgedeeld in een agrarische, een industriele en een toeristische zone. Een Indonesische en een Singaporese onderneming startten het Industriepark Batam, dat inmiddels geheel is verkaveld, alle grond is al vergeven. Begin volgend jaar zullen de eerste industrieen, waaronder een aantal elektronicabedrijven uit Singapore, hun poorten openen. Het is de bedoeling dat na Batam het naburige, veel grotere eiland Bintan op dezelfde manier wordt opengelegd voor buitenlandse investeerders. Hoewel de regering hoog opgeeft van de perspectieven van het gebied, is niet iedereen in Indonesie even gelukkig met de opmars van Singaporese bedrijven in de Riau-archipel. Majoor-generaal Soekarto, gouverneur van het Nationale Defensie Instituut, de denk-tank van de Indonesische strijdkrachten, wees onlangs op 'het gevaar van een groeiende regionale en etnische kloof'.

Hij waarschuwde dat de ontwikkeling van zulke groeikernen de doelstelling van een evenwichtige regionale ontwikkeling in gevaar kan brengen. Bovendien roerde hij de in Indonesie zeer gevoelige 'Chinese kwestie' aan, toen hij zei dat de schepping van een vrijhandelszone zo dichtbij Singapore 'bepaalde groepen in staat zou kunnen stellen een te overheersende rol te spelen in de economie'.

Vandaag zijn op Batam twee akkoorden ondertekend: een over de gemeenschappelijke ontwikkeling van de provincie Riau en een tweede over de bevordering en bescherming van gezamenlijke investeringen in het gebied. Soeharto en premier Lee hebben daarmee het juridische kader geschapen voor een nieuwe groeikern in Zuidoost-Azie.