Koopvaardijvloot uit Irak laat zich controleren; Koeweit nu'Iraakse provincie'

BAGDAD, 28 aug. Irak heeft Koeweit formeel uitgeroepen tot zijn negentiende provincie en een deel van het bezette en geannexeerde land vernoemd naar president Saddam Hussein. Koeweit-Stad heeft een nieuwe naam gekregen en heet nu Kadima.

In een reeks door Saddam Hussein ondertekend presidentiele decreten, vandaag gepubliceerd in het officiele blad Al Goumhouriya, werd een klein deel van Koeweit bij de Iraakse provincie Basra gevoegd; dit district kreeg de naam Saddamiyat al-Mitlaa, waarin de naam van de president voorkomt. Het overgrote deel van Koeweit werd tot een aparte provincie verklaard, onderverdeeld in drie districten. Volgens de Iraakse regeringswoordvoerder heette de stad Koeweit Kadima toen het in de Ottomaanse tijd nog een stoffige handelspost aan de kop van de Golf was.

De Iraakse regering heeft gisteren de kapiteins van alle Iraakse koopvaardijschepen opdracht gegeven conflicten met de buitenlandse oorlogsschepen in de Golf te voorkomen en zich te schikken als ze opdracht krijgen lading en bestemming te controleren en daartoe eventueel buitenlandse militairen aan boord toe te laten.

De maatregel van Bagdad wordt uitgelegd als een aanwijzing dat Saddam Hussein tracht een militaire confrontatie uit de weg te gaan en voorlopig geen pogingen wil doen de economische blokkade te breken.

Daarop lijkt ook een andere maatregel te wijzen: Irak trok gisteren zijn verst opgerukte troepen langs de grens tussen Koeweit en Saoedi-Arabie ten minste zestien kilometer terug. Aan de andere kant van de grens zijn de Amerikaanse troepen 24 kilometer van de grens verwijderd. De Amerikanen zetten inmiddels de versterking van hun troepenmacht onverminderd voort; er zijn in Saoedi-Arabie en de Golf nu 70.000 Amerikanen, er zijn er nog 45.000 onderweg en eind oktober zullen er naar verwachting 150.000 Amerikaanse militairen in het gebied zijn.

De regering van Jemen is gisteren teruggekomen op haar besluit, de Britse consul-generaal in Aden uit te wijzen. De diplomaat, Douglas Gordon, mag in Jemen blijven.

Gordon kreeg zaterdag te horen dat hij wegens activiteiten, die niet in overeenstemming zijn met zijn diplomatieke status, het land binnen 48 uur zou moeten verlaten. Volgens Jemen had hij zich aan spionage schuldig gemaakt door foto's te maken van een olieraffinaderij, van militaire installaties en van de haven van Aden.

Volgens het Britse ministerie van buitenlandse zaken had Gordon in de haven slechts rondgekeken of er schepen waren die het embargo tegen Irak schenden. Jemen is een van de landen die worden verdacht van het doorbreken van die sancties. De Britse regering had tegen de uitwijzing van Gordon geprotesteerd en de Jemenitische regering gevraagd op haar besluit terug te komen. (Reuter, UPI, AP)