'Kansloze' asielzoekers uit O-Europa trekken aanvraag vaak weer in

DEN HAAG, 28 aug. Asielzoekers uit Oost-Europa wier aanvraag na een eerste gesprek al kansloos wordt genoemd, zien daarin vaak aanleiding hun verzoek in te trekken, zo blijkt uit het antwoord op vragen van het Tweede-Kamerlid Wiebenga (VVD). In de week van 13 tot 21 augustus werden 67 aanvragen in een versnelde procedure behandeld, omdat die kansloos werden geacht. In 31 gevallen werd de aanvraag ingetrokken na de mededeling dat het verzoek ongegrond was. Acht asielzoekers trokken zich terug nadat zij een afwijzende beschikking hadden ontvangen. Zestien aanvragers, die ook een afwijzing kregen, zijn in de gelegenheid gesteld binnen dertig dagen een herziening te vragen, waarna zal worden beslist of zij de behandeling daarvan mogen afwachten. Elf anderen die een afwijzing kregen, mogen in verband met de duidelijke ongegrondheid van hun asielverzoek niet in Nederland blijven om een eventuele herziening af te wachten. Wel kunnen zij een kort geding aanspannen en tot het vonnis hier blijven. Van hen zijn er acht in bewarig gesteld om te voorkomen dat zij onderduiken. Drie asielaanvragers kregen eveneens een afwijzing, maar zij mogen op medische gronden voorlopig in Nederland blijven. De versnelde procedure voor asielzoekers uit Oosteuropese landen, waarover rechters tot dusver verschillend hebben geoordeeld, wordt voortgezet omdat er onvoldoende mogelijkheden zijn voor opvang. Volgens Justitie gaat het in het algemeen om duidelijk ongegronde verzoeken.

In de eerste zeven maanden van 1990 steeg het aantal asielzoekers in vergelijking met vorig jaar met zeventig procent, van 6.336 tot 10.697. De toename betreft vooral Roemenen en Polen. In juli dit jaar had een op de vijf asielzoekers de Roemeense nationaliteit. In opvangcentra verblijven nu 4.100 aselzoekers, in pensions, caravans en tenten 1.600. In de eerste helft van 1990 kregen duizend aanvragers de vluchtelingenstatus en 700 een verblijfsvergunning.