Grijze zones

DE BETROKKEN DIENSTEN bewaren uiteraard enige radiostilte, maar toch zijn er redenen aan te nemen dat de verhouding tussen de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en de Centrale Recherche-Informatiedienst (CRI) verstoord is.

Ze hebben in elk geval hun afkomst niet mee: de eerste ressorteert onder Binnenlandse Zaken en de tweede onder Justitie. Deze twee departementen hebben de nodige ervaring met ambtelijke bloedvete opgedaan in de strijd om het politiebestel, die na honderd jaar nu bezig is te worden beslecht in de vorm van een regionale politie in dit land. Of vormt deze, zoals senator Tjeenk Willink in juni opperde, alleen de opmaat tot nieuwe moeilijkheden? De CRI lijkt voorshands aardig uit de stammenstrijd om het politiebestel te voorschijn te komen. Het politieke accent in de criminaliteitsbestrijding op de georganiseerde misdaad, met bijkomende aandacht voor het criminele inlichtingenwerk, belooft de dienst geen windeieren te leggen. Nog afgezien van het Schengen-akkoord. Het werk aan de CRI-winkel contrasteert met de windstilte waarin de BVD dreigt te belanden nu het rode gevaar aan de oosteinder verbleekt. Deze dubbele ontwikkeling drijft de beide diensten dichter op elkaar. Ze zijn kennelijk al zozeer in elkaars vaarwater beland dat een commissie is ingesteld om de taakafbakening te bekijken.

'EEN GROOT grijs gebied' heet de overlap naar verluidt bij de bemiddelaars. Het zal inderdaad niet eenvoudig zijn de twee partijen behoorlijk uit elkaar te halen. Terreurbestrijding is bijvoorbeeld een voorname BVD-taak, maar ook de CRI is op dit gebied actief aangezien het daarbij veelal om strafbare handelingen gaat die onder de politietaak vallen. Een veelbelovend nieuw werkterrein als de bestrijding van ambtelijke corruptie, waarnaar de BVD een hengeltje zou hebben uitgeworpen, is door minister Dales meteen in niet mis te verstane bewoordingen afgegrendeld. De minister ziet wel iets in BVD-bemoeienis met 'bepaalde delen van de informatiebeveiliging: vroeger stonden staatsgeheimen alleen op papier, tegenwoordig zijn wij in toenemende mate afhankelijk geworden van elektronische informatiedragers'.

Computercriminaliteit is ook al CRI-territoir. Dat de minister hier toch een BVD-taak ziet heeft in ieder geval Amerikaanse precedenten. De Secret Service lanceerde eerder dit jaar de operatie Sun Devil tegen computerfraude en de National Security Agency (NSA) kreeg al van president Reagan een speciale opdracht te waken voor de veiligheid van de digitale gegevensstromen.

Dit laatste voorbeeld maant overigens tegelijk tot oplettendheid. De NSA is zo ongeveer de grootste afluistercentrale ter wereld zodat het toekennen van bemoeienis met veiligheidscodes en dergelijke de vraag opriep of hier de kat niet op het spek werd gebonden. Ook voor onze BVD geldt dat de informatiebeveiligingstaak niet behoort uit te pakken als alibi voor nieuwe vormen van onderschepping. WAAKZAAMHEID verdient wat dit betreft overigens evenzeer het werkterrein van de criminele inlichtingen waarop de CRI bezig is vaart te ontwikkelen. De regering geeft eerlijk toe dat er een 'grijs veld' is ontstaan. Erger is dat het Besluit Politieregisters dat zij in de maak heeft dit normatieve schemergebied erkent in plaats van het in te dammen. En het betreft hier uit de aard der zaak toch al vaak betrekkelijk 'zachte' gegevens, waarmee men niet voorzichtig genoeg kan zijn. Bij (zeldzame) controles van inlichtingenmateriaal in de VS (FBI) en onlangs weer in de Duitse deelstaat Hessen komen hoge slordigheidspercentages uit de bus in het laatste geval zelfs tweederde van de steekproef. De ambtelijke verdeling van de grijze zone is niet los te maken van de kwaliteit van de spelregels.