Goodbye Connors

Het is gebeurd met Connors. De grote ster, de internationale vedette, overhandigt de pijp aan een zekere Maarten, onafhankelijk van het antwoord op de vraag of Maarten die pijp wel wil hebben. Connors houdt met de grote toernooien op en is eindelijk en zeer laat tot de conclusie gekomen dat zijn conditie het tempogeweld van de jeugd niet meer pareren kan. Hij heeft nog niet gezegd dat het racket voorgoed in de hoes gaat, maar wie Jimmy Connors heet en niet inschrijft voor de US Open zonder van een blessure te reppen, die moet worden afgeschreven. Twintig jaar achtereen nam hij deel, vijf keer won hij, in '74 voor het eerst, in '83 voor het laatst. Maar in '87 stond hij nog in de halve eindstrijd.

In totaal won hij 107 grote toernooien waaronder acht grand-slamtitels. Een formidabele speler en een interessante man zodra het om tennis in het bijzonder en presteren in het algemeen ging. Waar Borg veel van een robot in zich leek te hebben was Conors een en al uiterlijke agressiviteit, aanvalslust en spontaniteit. Wie hem niet heeft gekend en nooit heeft zien spelen, noch iets over hem gehoord of gelezen zou hebben, die zou vreemd opkijken nu te vernemen dat hij weinig geweldige slagen op zijn repertoire had. Een matige service en dito forehand en geen uitzonderlijke volley of smash. Vergeleken met de subtiele gracieuze Edberg was hij een zeer eenzijdige tennisser. John McEroe had een 'touch' waarbij de slagen van 'Jimbo' verbleekten. Hoe heeft de kwajongen uit Belleville Illinois het in vredesnaam voor elkaar gekregen omstreeks 20 jaar lang de schrik van de wereldtoernooien te zijn? Door een zeldzame gretigheid tentoon te spreiden, gepaard aan een zeer fit lichaam en het vermogen vanaf de baseline in duizelingwekkend tempoaanvalsslagen te produceren. Connors in zijn beste tijd placht als een stoomwals over zijn tegenstanders heen te daveren.

Zijn vermogen tot vechten, desnoods vijf sets lang, was fascinerend om te zien. Maar (zou je geneigd zijn te denken) menige andere speler kan dat toch ook. Maar die anderen blijven in de grijze middelmaat hangen, terwijl Connors, opgestuwd door een even eerzuchtige als bedillerige moeder, vijf jaar lang 's werelds nummer een was. Ik geloof dat niemand van de concurrentie zoveel fanatisme uistraalde als Connors, die als extra attractie het geduchte vermogen bezat met zijn publiek te kunnen spelen. In zijn jonge jaren gedroeg hij zich menigmaal bijzonder kwalijk. Een verwend moedersjongetje, dat absoluut niet tegen zijn verlies kon en de hele wereld vervloekte als hij het onderspit moest delven. Chris Evert, die met hem verloofd is geweest, deelde over Jimmy's kortsluitingen achteraf pikante feiten mee. Maar met het klimmen der jaren werd de vechtjas meer en meer showman, die hier en daar met vleugjes humor strooide. Niet elke opponent reageerde daar positief op, want veel spelers willen door niets worden afgeleid en verfoeien dus elke clownerie aan de andere kant van het net. Maar het publiek sloot de nieuwe Connors nog nadrukkelijker in de armen dan de vroegere straatvechter. Hij kon nu ook beter tegen zijn verlies. Ik herinner mij een Wimbledonfinale welke hij van Arthur Ashe verloor (Connors won Wimbledon in '74 en '82 en was vier maal verliezend finalist) waarbij hij in de vijfde set van 0-4 tot 4-4 terugkwam en daarmee het publiek weer volledig in zijn ban kreeg. Daarop serveerde hij dermate zwak dat Ashe alsnog kon winnen. Gevraagd naar die inzinking op het moment dat de victorie binnen handbereik scheen, antwoordde hij: 'Ik speelde daar als een stakker.'

Het lag dus niet aan Ashe, niet aan pech, niet aan de baan, het racket of de ballen, maar aan hemzelf. Connors was een realist geworden. Een grootverdiener eveneens. Aan het eind van '88 stond hij geregistreerd voor het leuke bedragje van bijna acht miljoen dollar aan prijzengeld. Tel daar de afgeleide inkomsten bij op en vermoedelijk kom je op het driedubbele uit. Eens verlangde hij van de NOS een bedrag van $100.000 voor een interview, waarvoor hij geen stap had behoeven te zetten. Maar misschien wilde hij Hilversum alleen maar afschrikken hetgeen gebeurd is. Zijn prestige was op een gegeven moment zo groot dat hij als enige zelfs de vuurspuwende McEnroe in minder dan geen tijd stil kreeg. McEnroe was weer eens luidkeels in de slag met de hele wereld, toen Connors aan het net verscheen en zei: 'Hou nou eindelijk je grote smoel eens en ga tennissen'.

McEnroe deed van schrik drie stappen achteruit, draaide zich mokkend om, zweeg en serveerde. Een ace, dank zij Jimmy Connors.