Britten vinden rest Europa hypocriet

LONDEN, 28 aug. In de ogen van het Britse volk heeft Margaret Thatcher sinds het begin van de crisis in de Golf in haar beleid nog geen stap fout gezet. Haar beslissing om direct pal achter de Amerikaanse president George Bush te gaan staan en gevechtsschepen en vliegtuigen naar het door Irak bedreigde gebied te sturen kwam snel, zo snel dat president Bush later prijzend zou zeggen dat er tenminste een regeringsleider in Europa is op wie hij blindelings kan rekenen: Margaret. Voor een buitenstaander in Engeland was die hele besluitvorming van de Britse premier trouwens een verbijsterende vertoning. In Nederlandse verhoudingen is het ondenkbaar dat de premier van een spreekbeurt uit de VS terugkeert, op het vliegveld aankondigt dat hij heeft besloten militaire steun aan Saoedi-Arabie te verlenen en vervolgens meer dan twee weken geen mond open doet, daarbij gesteund door een oppositieleider die het evenmin nodig vindt het parlement terug te roepen omdat hij geheel achter het beleid van de regering staat. Dat is nog eens nationale eenheid, dat is nog eens democratie.

Loomheid

In wat voor Engeland de warmste augustusmaand van de eeuw dreigt te worden, leek er meer dan twee weken een deken van loomheid over politiek Londen te liggen. Thatcher ging nadrukkelijk een week met vakantie en meed welbewust de publiciteit in het besef dat president Bush het tempo bepaalde en zij zich ver diende te houden van het verwijt dat ze alweer (zie de aanval op Libie) blindelings naar het pijpen van de Verenigde Staten danst. In een situatie die steeds benarder werd voor de circa 4.000 Britse onderdanen in Koeweit en Irak werd het verwoorden van het standpunt van de Britse regering doelbewust en uitsluitend overgelaten aan een staatssecretaris van buitenlandse zaken ook Douglas Hurd was met vakantie.

De Europese partners intussen draalden. Iedereen had een excuus om met de mond zijn afkeer van de Iraakse invasie van Koeweit te belijden maar in de praktijk weinig tot niets te doen. Wie geen uitvlucht kon bedenken liet, zoals volgens de Britten vooral in Frankrijk gebeurde, het woord 'Amerikaans imperialisme' vallen. Pas op 21 augustus besloten de Twaalf tot een eensgezind Europees antwoord aan Saddam Hussein, met de garantie van bijbehorende actie indien het zover moest komen. Op dezelfde dag doorbrak Thatcher haar zelfopgelegd stilzwijgen met een persconferentie waarin ze de wereld (en om te beginnen de Europese partners) tot eensgezind verzet tegen Irak opriep. De Britten smulden: zo kenden ze de oude Maggie weer. Nieuwe haarkleur, nieuwe bril, de toon van de stem die van satijn over staal zo zei de premier het zelf laatst nog in een vraaggesprek, toen haar gevraagd werd naar haar agressieve stijl van leiding geven: 'Sometimes they (het Britse publiek in brieven aan de premier) say to me: Sock it to them Maggie! And I do! I go and sock it to them.' De kennelijke onwil van de Europese partners om snel en doeltreffend de consequenties van Iraks inval in Koeweit onder ogen te zien, heeft hier geen aanleiding gegeven tot twijfel en kritiek. Nog afgezien van de rabiate sentimenten in de tabloid-pers, die bol staan van woorden als 'vernietigen', 'uitroeien', 'onze jongens' en 'hel' is er geen hoofdartikelschrijver te vinden die niet vindt dat er voor de voeten van Saddam inderdaad een streep in het zand moet worden getrokken, zelfs al betekent dat uiteindelijk oorlog.

Hypocrisie

Het geaarzel bij de partners in Europa wordt hier om die reden in verschillende gradaties als hypocrisie beoordeeld: wel stilzwijgend rekenen op de bescherming van het Amerikaanse schild, maar praten in termen van een Europees antwoord. Is dat de Europese Politieke Eenheid, waarover men in zijn kritiek op de afstandelijke opstelling van premier Thatcher de mond zo volheeft? En zo ja, ligt de toekomst van Groot-Brittannie dan wel zo uitsluitend binnen dat Europa of heeft Thatcher gelijk wanneer ze de speciale relatie met de Verenigde Staten wenst te handhaven en te cultiveren? Waarom, vraagt de regeringsgezinde Sunday Telegraph van gisteren zich bijvoorbeeld af, zou Londen niet en EG-Europees en tegelijkertijd op historische en praktische gronden de speciale partner van de VS kunnen zijn? Staat Duitsland niet aan de vooravond van een soortgelijke speciale relatie met de Sovjet-Unie? En zou het Europa als geheel niet ten goede komen wanneer dergelijke speciale relaties van EG-partners kunnen worden ontwikkeld zonder dat ze worden bestempeld als anti-Europees, maar worden gezien als ten voordele van Europa als geheel? In de kwestie van de Golf-crisis: omdat het Europa ten goede komt dat Thatchers trait-d'union-functie Bush in staat stelt Amerika zijn rol als politieman van de vrije wereld te laten spelen.