Briefkaart uit Napels

'Vroeger hadden de treinen ook een derde klas en je kon niet eens een kort reisje maken zonder aan al de reizigers in je coupe je hele leven uitgebreid uit de doeken te doen: naam, achternaam, familieomstandigheden en reisdoel. Als tegenprestatie leerde je uiteraard ook het leven van een tiental anderen kennen en al stonken deze wagons van de derde klas altijd een beetje, toch was het ook wel altijd weer jammer om aan het einde van de reis afscheid te moeten nemen van je nieuwe vrienden, de beschrijvingen van hun familieleden en al die onafgemaakte verhalen, waar je nooit de afloop van zou weten. Wat jij nieuwsgierigheid noemt is domweg behoefte aan liefde, de noodzaak om te communiceren. En het rijk van de liefde zou zeker Napels als hoofdstad hebben.' Uit: Aldus sprak Bellavista, door Luciano De Crescenzo. (... ..) 'Pronto?' 'Wie is dat?' 'Is dit de kinderrechtbank?' 'Waarom?' 'Omdat ik iemand van de kinderrechtbank wil spreken.'

'Wat wilt u dan?' 'Ik wil een interview met een van de rechters.'

'Waarom?' 'Omdat ik bezig ben met ... .. maar is dit nu de kinderrechtbank?' 'Wie bent u?' 'Is dit nummer 7413933?' 'Nee, waarom?' 'Omdat ik dat nummer heb gedraaid. Dan zal er wel weer een contactje verkeerd hebben gezeten in de centrale. Goede... '

'Nee, wacht even, even de muziek wat zachter zetten... ... Neem me niet kwalijk, ik hoor nu aan je accent dat je niet uit Napels komt. Er gebeuren hier in huis zoveel rare dingen dat ik steeds schrik als de telefoon gaat. Het is hier niet helemaal pluis, allemaal vreemde mensen. Ik woon hier nog maar negen maanden, het is een van de huizen die na de aardbeving zijn neergezet, maar niet zo'n leuke buurt hoor, bij Ponticelli, weet je waar dat is?' 'Nee, ik ken Napels nog niet zo goed.'

'O. Nou dat komt wel. Ponticelli ligt aan de rand van de stad en het is hier niet helemaal veilig, allemaal verdachte mensen, ook een paar camorristi. Ben je getrouwd?' 'Ja.'

'Ik ook, mijn man werkt bij de gemeente. Hij is nu weg. Ik werk ook af en toe als schoonmaakster, maar het is nu moeilijk om werk te vinden. Dadelijk moet ik weer weg.'

'In dat geval ga ik... .'

'Nee, wacht nu even, we zijn nu toch aan het praten, je lijkt me erg sympathiek en je hebt zo'n mooie stem. Hoe denk je dat ik heet?' 'Rosanna?' 'Nee (teleurgesteld). Ik heet Anna. Vind je dat een mooie naam?' 'Jazeker, maar Rosanna was toch aardig in de buurt.'

'Rosanna is heel anders. Hoe oud ben je? Je klinkt erg jong.'

'Ik ben 35.' 'Dan ben je net een jaar jonger dan ik. Heb je kinderen?' 'Ja, een jongetje van ruim een jaar.'

'O. Ik heb een jongen van negen en twee dochters, eentje van zestien en die is het huis uit, die is al moedertje aan het spelen, en een van twaalf, die is nog bij mij. Per amor di Dio, ik ben een voorbeeldige moeder, maar het is een zwaar leven, af en toe ben ik erg melancholiek. Dan weet ik niet wie er nog van me houdt. Hoe denk je dat ik eruit zie?' 'Nou, ik denk met zwart haar en bruine ogen en niet zo groot.'

'Mis, ik ben redelijk groot, maar ik heb wel mooie donkerbruine ogen en zwart haar. En ik heb ook een mooie boezem. Ik wil niet opscheppen, hoor, maar dat zeggen mijn vriendinnen. Hoe zie jij eruit?' 'Lang, met blond haar en bruine ogen.'

'Dan zal je wel heel knap zijn.' (... ...) 'Heb jij veel vrienden? Ik wel, hier in Napels is vriendschap erg belangrijk. Ik vind het fijn veel vrienden te hebben. Maar wel tot een zekere grens. Mijn man is ook erg jaloers, te jaloers. Teveel jaloezie is niet goed, vind je niet? Dat werkt alleen maar negatief. Ik wil toch ook zelf bepalen wat ik doe. Hoe kleed je je, sportief of klassiek?' 'Zoals het uitkomt, de ene keer sportief, de andere keer klassiek.'

'Dat is net als ik. Maar ik kleed me vooral sportief. We hebben ook niet zoveel geld. Leuk he, dat we zo wat hebben gepraat. Maar nu moet ik weg. God zegene je op je weg in het leven en met je werk. Ciao.'

'Ciao Anna.' 'Ciao ciao.'