Brabants Orkest fraai en trefzeker in balletmuziek

Tussen de opmerkelijk goed gespeelde voorstellingen van Aida in Den Bosch door, gaf het Brabants Orkest gisteravond ook nog een concert in het Amsterdamse Concertgebouw: een fraai programma van drie verschillend geaarde balletmuzieken en het Celloconcert van Schumann, gespeeld door de negentienjarige Israelische Amerikaan Matt Haimovitz. Hij studeerde in New York bij Leonard Rose en Yo Yo Ma en maakt furore met zijn fraaie toon en trefzekere techniek.

Maar Haimovitz blijkt ook een interessant musicus, al was het alleen maar om de keuze van het Celloconcert van Schumann, een spaarzaam gespeeld stuk dat zeker niet het dankbaarste repertoire biedt. De romantiek van Schumann spreekt wellicht ook door de impressionistische vorm de drie delen gaan in elkaar over en als gevolg van de afwezigheid van virtuoze cadensen minder aan dan soortgelijk solowerk van Brahms en Dvorak, dat meer klassiek geordend was.

Misschien moet deze Schumann ook niet al te Schumannesk-gevoelig worden gespeeld en in ieder geval moet de solist erin geloven als een connaisseur, wat Haimovitz duidelijk deed. Hij speelde het stuk met een stevigheid en overtuigingskracht alsof het van Dvorak was, zonder een zweem van weee zoetelijkheid of nerveuze sensitiviteit, ook niet in het langzame middendeel, dat prachtig werd afgesloten met een reeks beheerste en indringende dubbeltonen.

De drie balletmuzieken boden het Brabants Orkest en dirigent Arpad Joo de gelegenheid zich te laten horen in stilistisch gevarieerd en technisch lastig repertoire. Deze muziek stond uiteraard al eerder bij het orkest op de lessenaars en dat straalde er van af, bij het orkest als geheel en in de vele soli. Er werd zorgvuldig gespeeld, risico's werden niet gemeden en het resultaat was vaak bijzonder bevredigend.

In de Dansen uit Galanta van Kodaly had juist onder de handen van een Hongaar wel wat minder van de beschouwelijke stedelijk-symfonische sfeer en iets meer van de opzwepende landelijke zigeuner-hartstocht kunnen doorklinken. Maar de Vuurvogel-suite van Strawinsky en Ravels tweede suite uit Daphnis et Chloe werden effectvol en fraai opgebouwd ten gehore gebracht. Joo is misschien niet de meest tot de verbeelding sprekende dirigent, maar hij beheerst het vak zeer professioneel. En het niveau van het Brabants Orkest bleek over de hele linie reden voor gepast enthousiasme.