Bismarck-tentoonstelling doorbreekt Duits taboe

BERLIJN, 28 aug. Anno 1990 mag de lang ontweken vraag naar de toekomstige rol van Duitsland als grote mogendheid in Duitsland zelf weer worden gesteld. Niet langer is op de zondag geopende Bismarck-tentoonstelling in West-Berlijn de 'smid' van de Duitse eenheid van 1871 een militaristische bruut en een voorloper van Hitler decennia lang het overheersende beeld.

De catalogus: 'Juist het oog voor de veelvormigheid van de geschiedenis, en het verband tussen het eenmalige en het meer permanente, scherpt onze blik voor de vrijheid van handelen in de geschiedenis.'

De Duitse historici die bij de opening in debat gingen, waren het over een ding eens: in Bismarcks voetspoor moet het dit jaar verenigde Duitsland als grote mogendheid opnieuw zijn plaats vinden. 'We kunnen ons niet meer klein voelen, al zouden we willen', zegt Christoph Stolzl, directeur van het organiserende Museum voor Duitse geschiedenis. 'Het buitenland ziet ons ook niet als klein, verwacht dat wij de rol van grote mogendheid spelen.' Als de Bildzeitung dezer dagen de tentoonstelling bejubelt als een nieuw bewijs voor Duitslands glorie in dit jaar van Duitse hereniging, kan dat zeker niet de organisatoren worden aangewreven. De gruwelen van de negentiende-eeuwse oorlog en de ellende van de moderne arbeidersklasse die Bismarck geen sociale wetgeving gunde, worden in Europese context breed uitgemeten, en elke vorm van heldenverering of militarisme wordt vermeden. 'Niemand van ons heeft een nieuw monument voor Bismarck willen oprichten', zegt museumdirecteur Stolzl. 'Wie bezorgd is dat titel en tentoonstelling verkeerd kunnen worden begrepen, die moet er maar eens doorheen lopen'.

De plannen voor de tentoonstelling dateren al uit 1987, toen niemand nog kon voorzien dat Duitsland op korte termijn zou opstaan uit de naoorlogse deling. Elfhonderd objecten uit 280 verzamelingen uit dertien landen zijn te zien in de Martin-Gropius-Bau, ook uit DDR-collecties. Alleen Bismarcks geboortehuis in Schonhausen ontbreekt op het appel: het museumpje daar is na de oorlog door de DDR-autoriteiten verwoest. 1990 was gekozen wegens de 175-ste geboortedag van de in 1898 overleden Duitse staatsman, en wegens de honderdste verjaardag van zijn ontslag als premier door keizer Wilhelm II, die sociale wetgeving nodig achtte waartegen Bismarck zich verzette.

Heroische accenten zijn zorgvuldig vermeden. Anton Werners beroemde schilderij van de uitroeping van het nieuwe Duitse keizerrijk in Versailles in 1870, waarop Otto von Bismarck in strijd met de historische werkelijkheid in wit kurrassiersuniform het beeld beheerst, hangt in een hoek waar het ieder monumentaal effect mist. Talrijke schilderijen en andere voorwerpen documenteren de gruwelen van de Frans-Duitse oorlog van 1870, die de wieg werd van het nieuwe Duitse rijk. De prijs van 'bloed en ijzer' die in Bismarcks visie eerder dan 'toespraken en meerderheidbesluiten' de 'grote vragen van de tijd' beantwoordden, was hoog.

'Een groot verschil met onze tijd is dat oorlog als middel voor wereldpolitiek heeft afgedaan', meent Arnulf Baring, historicus aan de Westberlijnse Freie Universitat, in een debat bij de opening van de tentoonstelling. Verdwenen zijn ook het Pruisische Jonkerdom, waartoe Bismarck behoorde, het koninkrijk Pruisen en de monarchie. De nationale soevereiniteit zoals die in Bismarcks tijd kon worden beleden, behoort in deze tijd van internationale afhankelijkheden tot het verleden. 'Maar ook vandaag moet Duitsland zichzelf in Europa opnieuw definieren', vindt Baring. 'Misschien dat de Duitsers daar zelf niet zoveel zin in hebben, maar we moeten wel. Het buitenland in Oost en West verwacht het, ziet ons als macht, dwingt ons ertoe.'

De DDR-historicus Ernst Engelberg, auteur van een geruchtmakende, in 1985 in de DDR verschenen Bismarck-biografie, ziet als Bismarcks grootste verdienste 'de gelijkheidspolitiek'.

Gelijkheid en machtsevenwicht waren na de oorlog tegen Frankrijk en de inlijving van Elzas-Lotharingen tenminste Bismarcks streven, geen verdere gebiedsuitbreiding van het Duitse keizerrijk, en trouwens evenmin de vernietiging van Frankrijk.

Na zijn ontslag in 1892 werd Bismarck een belangrijk symbool van het nieuwe Duitsland. 450 ereburgerschappen waren zijn deel. Het postkantoor van het plaatsje waar hij zijn levensaanvond doorbracht, moest voor de fanmail 23 extra postbodes in dienst nemen. Bij honderden verrezen de standbeelden en bustes, de koekblikken met zijn beeltenis en rijwielfabrieken met zijn naam volgden. In het kuuroord Bad Kissingen kon men zich laten wegen op de, ter tentoonstelling aanwezige, weegschaal waarop de vraatzuchtige lekkerbek Bismarck zijn overgewicht liet vaststellen. Bismarck-zuilen volgden, waarmee schrijven de inrichters van de expositie de persoon Bismarck definitief het veld ruimde voor het symbool Bismarck.

Maar hoezeer veel van deze standbeelden en ook andere iconografische voorstellingen van Duitsland de krijgshaftige Germania met zwaard en helm in hun archaiserende stijl ook pretendeerden terug te grijpen op het middeleeuwse Duitse rijk, Bismarck zelf kon in zijn machtsstreven zeker geen streven naar herstel van die oude toestand worden aangewreven. Integendeel, zijn formule wordt wel als de 'klein-Duitse' of 'groot-Pruisische' omschreven. Wars van romantisch-nationalisme als hij was, streefde hij er vanaf het begin naar Duitsland te ontdoen van Oostenrijk. Dit overigens ter wille van een Duitsland onder Pruisische leiding. Voor rijkskanselier Bismarck was, na 1871, Duitsland 'territoriaal verzadigd een aardige parallel met de hedendaagse bondskanselier Kohl die afziet van het thans Poolse en Russische Oost-Pruisen en net als Bismarck door de buurlanden daarin niet helemaal wordt vertrouwd. De bedoeling van de tentoonstelling is 'om Bismarck uit de archaiserende heldenverering terug te voeren naar de twintigste eeuw', schrijft de wetenschappelijk projectleider van de tentoonstelling, Lothar Gall. 'De geschiedenis is immers een laboratorium'.

Historicus Baring waarschuwt tegen het bij veel Duitsers levende gevoel 'dat straks als de buitenlandse troepen weg zijn, we weer onder ons zijn in Duitsland. We kunnen ons niet aan onze Europese verantwoordelijkheden onttrekken.'

Hij ziet de bij veel Westduitse politici bestaande neiging om Bonn de hoofdstad van Duitsland te laten blijven en Berlijn, hoofdstad van Pruisen en het oude Duitse rijk, een historisch symbool te laten, als 'een angstreactie'.

'Het zal nog lang duren voordat de gedachte dat er een directe lijn is van Bismarck naar Hitler, is weggezonken', meent Stolzl. 'Het is natuurlijk nog steeds eenvoudig om de Duitsers met hun verleden te chanteren.'

Het Duitse nationalisme krijgt een tweede kans, meent Baring. 'Nu zal blijken welke gevolgen het heeft gehad dat de Bondsrepubliek meer dan veertig jaar was ingebed in de westerse, democratische stucturen. En of we geleerd hebben van die eerste, van Bismarcks fase.'

De tentoonstelling is tot 25 november te zien in de Martin-Gropius-Bau, Stresemannstrasse 110 in West-Berlijn.