Beter studeren met kussentjes

Vraag een student wat hij twee weken geleden om deze tijd heeft geleerd en hij zal het antwoord schuldig blijven. Informeer bij een grootmeester naar een schaakpartij van drie jaar geleden en hij zal elk detail nog weten.

Volgens Rients Ritskes is dit verschil de belangrijkste oorzaak van mislukte tentamens, studievertraging en uitval. Studenten zijn niet geconcentreerd. Wie optimale prestaties levert weet wat hij doet. Omgekeerd zal iemand die zich nauwelijks realiseert waar hij mee bezig is, het slecht doen. Volgende week verschijnt van Ritskes' hand Zen en de kunst van het studeren, een bundeling van oefeningen in concentratie en tips voor de wanhopige student die alles al heeft geprobeerd.

Het boek is in eenvoudig Nederlands geschreven en staat bol van de voorbeelden en vergelijkingen (zoals met de schaakgrootmeester). Misschien is het daarom dat bij een eerste lezing veel oefeningen kinderlijk eenvoudig lijken, alsof je ze zelf had kunnen bedenken. De suggestie om een goede planning te maken waaraan een heel hoofdstuk is besteed zal menig student bekend in de oren klinken.

Maar de oefeningen van Ritskes hebben een extra dimensie. Het boek is doortrokken van Zen en wat een ieder daar ook van mag denken het maakt wel dat de tips minder op dooddoeners lijken dan gewoon is in dit soort uitgaven. Voor wie ze goed uitvoert leveren de oefeningen zelfs meer op dan een paar goede cijfers: zelfvertrouwen, het vermogen doelbewust te werken, een ontspannen geest. Dat maakt 'Zen en de kunst van het studeren' er niet gemakkelijker op. Het voorwoord waarschuwt al dat 'meditatie moeilijker is dan men denkt'. Even verderop staat onomwonden dat het boek niet is bedoeld 'om u als lezer informatie te geven, zodat u kunt zeggen: Zen is wel of niet iets voor mij'. Nee, 'of het wel of niet iets is voor ons, wordt pas duidelijk als we het gaan beoefenen'. Wie het boek ter harte neemt zal dan ook moeten beginnen met de aanschaf van drie kussentjes. Zen is niet zweverig van de vele meditatie-richtingen is het een van de meest praktisch georienteerde maar zonder mediteren gaat het niet. Het ene kussentje (30(x)50 cm, van katoen) is voor de knieen, de andere twee om op te zitten (70(x)90 cm, een voor de zomer en een warmere om 's winters bovenop te leggen). Verder zijn nodig een kookwekkertje (om het einde van de meditatie aan te kondigen), wierook en een apart kamertje of anders een lege hoek in de huiskamer. Mediteren moet elke dag.

Wat heeft Zen met studeren te maken? Een Zen-meester die antwoordt op de vraag wat Zen is, kan dit doen door nog een slokje van zijn thee te nemen. Hij demonstreert hiermee dat het drinken van die slok thee een oefening in concentratie was, in het 'een zijn met alles wat je doet'. Zen is een methode om het hele leven als oefening te leren zien en dus ook het studeren.

De tweede helft van het boek is geheel aan studietips gewijd, met als belangrijkste de suggestie niet langer dan zeven, hooguit 71/2 uur per nacht te slapen. Verder leveren volgens Ritskes (zelf studie-adviseur) de ochtenduren het meeste rendement op en geldt bij studeren dat 5x2=12 en 2(x)5=8: vijf maal twee uur studeren is beter dan twee maal vijf.

De stijl van 'Zen en de kunst van het studeren' doet nog het meeste denken aan die van Het Beste en het moraliserende toontje ('Mensen hebben haast zonder uitzondering de neiging alles te intellectualiseren. Dit geldt wel in het bijzonder voor studenten en anderen die veel kennis proberen te halen uit boeken') is nogal eens vervelend. Maar het leest vlot, het is duidelijk en de tips mogen er zijn.

Of het boek daarmee geschikt is voor de gemiddelde student, is een andere kwestie. Die zal voor zijn ontspanning toch liever gaan roeien, en voor zijn concentratie de studiezaal opzoeken. Voor hem geldt, zou Ritskes zeggen, dat hij lijdt aan het euvel van het geindividualiseerde westen waar 'iedereen denkt dat hij wel weet hoe het zit en niet meer openstaat voor nieuwe ideeen en informatie'. In Japan, de bakermat van Zen, staat niet het weten maar het leren centraal, getuige wellicht de wat naieve indruk die zelfs ontwikkelde Japanners vaak maken. 'A, soo desu ka?' (Ah, is dat zo?), zou de onbevangen reactie van een willekeurige Japanse student op het boek van Ritskes zijn. Het land is er economische grootmacht nummer een mee geworden.