Bereiken finale tegenvaller voor Van Hulst

SPLIT, 28 aug. Een waslijst vol treurigheid begeleidde de gang van de Nederlandse afvaardiging naar de Europese atletiekkampioenschappen in Split. Blessures, ziekte en afmeldingen holden de delegatie uit tot een schamel gezelschap dat vooral bestaat uit atleten die naar Joegoslavie reisden 'om ervaring op te doen'.

In die sfeer van vrijblijvendheid ontstond al snel de mening dat het een titelstrijd vol vroegtijdige uitschakelingen en beschamende afgangen zou worden. Zo'n echec bleef de ploeg op de openingsdag weliswaar bespaard, maar overtuigend was het optreden nu ook weer niet.

Nederland beschikt over een klein arsenaal toppers en zodra er daarvan een paar afhaken of niet op hun eigen niveau kunnen presteren doemt achter hen de armoede onmiskenbaar op. Verspringer Emiel Mellaard (ziekte van Pfeiffer), marathonloopster Carla Beurskens (een topsportster die uitgerekend in deze periode moest verhuizen), Rob Druppers (chronisch geblesseerd) en Nelli Cooman (mentaal uit haar evenwicht) hadden op de Europese titelstrijd de aandacht van de debutanten kunnen afleiden. Nu hebben de 'kennismakers' de extra druk van de grotere aandacht en is de ploeg allerminst in balans.

Van de Nederlandse vaandeldragers kwamen gisteren Elly van Hulst en Marti ten Kate in actie. Van Hulst waande zich na een lange periode van blessureleed fit genoeg om deel te kunnen nemen aan de 3.000 meter. De gedachte dat dit 'haar jaar' moest worden wil haar evenvoudigweg niet loslaten. Maar haar race draaide uit op een regelrechte teleurstelling. Ze werd slechts achtste in een matige tijd van 9.01,73. 'Ik had niet meer dat verlamde, spastische gevoel in mijn benen', meldde ze opgelucht, 'maar toen ze versnelden kon ik absoluut niet mee. Ik denk dat ik te weinig snelheidstraining heb gedaan', zei ze.

Toen ze hoorde door de snelle tijd van haar serie toch nog als vijftiende en laatste de finale te hebben bereikt reageerde ze eerder teleurgesteld dan blij. Eigenlijk was deelnemen al voldoende om te voorkomen dat ze met een onzekerheid had gezeten dat het misschien toch nog wel iets geworden was. 'Het is niet goed voor mijn naam dat ik hier zo ver achterin eindig', zei ze, 'maar als ik straks weer beter ga lopen zal dat wel weer vergeten zijn.'

Nu moet ze nog een tweede keer in actie komen op dit toernooi en niets rechtvaardigt de gedachte dat het ineens beter zal gaan. Marti ten Kate had in zijn 10.000 meter twee opties: een goede klassering (bij de Olympische Spelen in Seoul was hij op die afstand verrassend negende geworden) en een goede training. Zijn achtste plaats, ruim een halve minuut achter de ontketende Italiaanse winnaar Salvatore Antibo, heette nu de ideale voorbereiding op de marathon. 'Een tempotraining onder dezelfde omstandigheden als zaterdag. Het kan niet beter', luidde zijn opvatting.

Marathon

Vanavond laat arriveren de andere marathonlopers, Gerard Nijboer en John Vermeule, in Split. Zij hebben zich voorbereid in het zuiden van Joegoslavie op de grens met Albanie. Woensdag kunnen ze voor het eerst het parkoers van de marathon, vier omlopen van tien kilometer, goed verkennen. Jolanda Homminga is dan misschien net op adem gekomen om hen van informatie te voorzien. Zij beschouwde Split als de zwaarste marathon die ze ooit liep. Ze vocht kilometers lang tegen zichzelf, een kwartier achter de Portugese Rosa Mota die voor de derde keer in successie de Europese titel op haar naam schreef.

Het werd een bijzonder boeiende marathon. Mota probeerde het kleine gezelschap (er waren 27 deelneemsters) af te bluffen door meteen na de start op de atletiekbaan al voorsprong te nemen. Het leek een eenzame tocht te worden tot de Sovjetloopster Valentina Jegorova zich na 35 kilometer aan haar zijde meldde. Mota versnelde, schudde daarmee de concurrente van zich af maar kon zich niet veroorloven ook maar een ogenblik te verslappen. Op de finish, die ze bereikte na 2.31,27, had ze vijf seconden over. Homminga eindigde als veertiende met een tijd van 2.43,04. 'Ik ben te snel vertrokken, hoewel ik me had voorgenomen het behoudend te starten. Op dit parkoers, waar je constant heuvel op, heuvel af gaat, is er geen moment om te herstellen', liet ze weten.

Ellen van Langen plaatste zich als vierde voor de halve finale van de 800 meter na een serie, waarin ze vooral over te weinig brutaliteit bleek te beschikken en bijna het slachtoffer van het duwen en trekken werd. 'Ik dacht dat ik harder was geworden, maar ik heb nu gemerkt dat je niet te netjes moet zijn.'

Robin van Helden werd op de 800 meter eveneens bijna verrast in een race die hij tactisch opbouwde. Maar ook hij haalde de halve finale.

Van de speerwerpers bereikte niet nationaal recordhouder Jeroen van der Meer (twee foute worpen en een geldige van slechts 67,76 meter, die hem de laatste plaats van het hele veld opleverde) maar zijn pupil Johan van Lieshout de eindstrijd van de laatste twaalf. Diens 77,82 was daarvoor net goed genoeg. Gretha Tromp liet de kans om een ronde verder te komen bewust lopen. Op advies van haar trainer Wil Westphal. De Atletiek Unie oordeelde dat Tromp, die op de 400 meter de A-limiet voor Split haalde en daarmee haar startbewijs veilig stelde, die afstand dus ook moest lopen. En niet alleen de 400 meter horden, die haar voorkeur heeft maar waarvoor ze slechts de B-limiet haalde. Tromp maakte van haar 400 meter een schaamteloze demonstratie van haar onwil. Ze finishte in 55,64, slechter dan haar hordentijd.