Baggerverbod in Irak onzeker

NEW YORK, 28 aug. Nederlandse diplomaten bij de Verenigde Naties verwachten dat de baggerwerkzaamheden van Boskalis en Volker Stevin in Irak voorlopig zullen kunnen doorgaan en dat de VN geen duidelijkheid zal geven over de legaliteit van hun positie.

Het comite dat toezicht houdt op naleving van het embargo tegen Irak vergadert vanmiddag om 17.00 uur lokale tijd, maar waarschijnlijk alleen over de vraag of Jordanie en Bulgarije op een of andere manier dispensatie kunnen krijgen. Het is niet zeker of het comite tijd zal wijden aan de vraag van de Nederlandse regering of diensten, zoals baggeren, ook onder het handelsembargo vallen.

Op dit moment bereidt de juridische afdeling van de VN een antwoord voor. Sommige juristen hebben al laten uitlekken dat volgens hun het antwoord 'ja' moet zijn. Zelfs Frankrijk, dat meestal energiek laveert om een balans te vinden tussen economische en politieke belangen, heeft al ondubbelzinnig gezegd dat diensten wel degelijk onder het embargo vallen. 'Maar', zegt een Nederlandse diplomaat, 'het is een grijze zone. Ik vermoed dat er iets uitkomt waardoor deze zone minder grijs wordt, maar niet zwart of wit.'

Het meest waarschijnlijk, zei hij, is een uitspraak die de bal terugkaatst naar individuele landen: die moeten dan zelf beslissen of zij dienstverlening aan Irak wel of niet zullen toestaan. De juridische afdeling van het VN-secretariaat is een dienstverlenende organisatie, die alleen een juridische opinie kan geven. Die wordt afgeleverd bij het comite ter handhaving van resolutie 661 dat bestaat uit vertegenwoordigers van de 15 landen die in de Veiligheidsraad zitten. Dit comite kan vervolgens die opinie integraal overnemen, er zijn eigen commentaar aan toevoegen of er op gaan zitten broeden.

Het is maar de vraag of het comite zich duidelijk zal uitspreken over de kwestie. 'De beste manier om de stemming te peilen is te kijken naar wat de 15 landen zelf hebben gedaan, ' aldus een Nederlandse diplomaat.

Alle VN-leden hebben aan het comite een brief moeten sturen met een antwoord op de vraag of ze zich zullen houden aan het embargo en hoe ze dat denken te doen. De Verenigde Staten en Frankrijk, twee permanente leden van de Veiligheidsraad, hebben in hun brieven gezegd dat ook diensten onder het embargo vallen. Engeland heeft zich niet uitgesproken; de overige 12 landen vinden dat diensten er niet onder vallen.

Alleen al daarom lijkt een duidelijke uitspraak van het comite twijfelachtig. Het feit dat het comite alleen unanieme uitspraken wil doen, maakt een ondubbelzinnig antwoord al helemaal onwaarschijnlijk.

Maar zelfs als het comite naar buiten komt met een uitspraak is dat een 'view', ofwel een mening. Dat ligt ergens in tussen een bindende uitspraak en een vrijblijvend advies, aldus de Nederlandse diplomaat.

Volgens een woordvoerder van de VN, Fred Eckhardt, is een 'view' een aanbeveling aan de Veiligheidsraad. 'Alleen de Veiligheidsraad kan juridisch bindende uitspraken doen', aldus Eckhardt.

Als de Nederlandse diplomaten hier gelijk krijgen, zal uiteindelijk de Nederlandse regering de gewetensvraag moeten beantwoorden wat belangrijker is: de order van twee baggeraars of internationale eendracht.