Waldheim als redder op Saddams sofa

AMMAN Welk moreel oordeel men er ook over moge vellen, het was een bekwaam geregisseerde vertoning die het afgelopen weekeinde werd gegeven in Bagdad en Amman. Twee politici met een danig geschonden internationale reputatie trachtten zich aan elkaar op te hijsen en na afloop konden beiden heel tevreden zijn met het resultaat.

Saddam Hussein kreeg voor het eerst sinds zijn inval in Koeweit een staatshoofd uit het Westen op bezoek en die bezoeker bleek na afloop bereid te bevestigen dat er uitsluitend over vrede was gepraat. Uit zijn rijke voorraad gijzelaars hoefde de Iraakse leider nog geen honderd Oostenrijkers op te diepen om de indruk te wekken dat hij heus de allerkwaadste niet is en te bewijzen dat het Westen geen gesloten front vormt tegenover zijn agressie.

Kurt Waldheim maakte na jaren van isolement zijn rentree op het wereldtoneel en nog wel in een rol die oppervlakkig gezien leek op die van de succesvolle bemiddelaar in een netelige situatie. Na afgelopen zaterdag heeft hij een aardige kans dat de aan hem gewijde paragrafen in de Oostenrijkse geschiedenisboekjes niet eindigen met een verwijzing naar de gevolgen van zijn verzwegen oorlogsverleden, maar met de manier waarop hij hoogstpersoonlijk een groep vaderlanders redde uit de kerkers van Bagdad.

De geslaagde operatie was niet mogelijk geweest zonder de medewerking van de media, en van de elektronische media in het bijzonder. Het zekere voor het onzekere nemend had Waldheim al in Wenen 23 verslaggevers in zijn vliegtuig geladen met wie hij, na een tussenstop in Amman, zaterdagochtend in Bagdad aankwam. Hij had zich geen zorgen hoeven maken. Het komen en gaan van andere Westerlingen mag dan nogal zijn beperkt, voor degenen die microfoons en camera's vasthouden maakt Saddam Hussein graag een uitzondering. Zij mochten vastleggen hoe Waldheim werd verwelkomd als een 'uitzonderlijk eerlijk politicus', die goed zou kunnen bemiddelen in het huidige conflict. Daarna lieten zij zien hoe de twee staatslieden op een gebloemde sofa de actuele problemen doornamen.

Zaterdagavond laat keerde Waldheim met zijn gevolg en de vrijgelaten Oostenrijkers terug in Amman, waar hij alweer door de pers werd opgewacht.

Wat had hij te vertellen? Dat Irak over vrede wil onderhandelen.

En over de dertienduizend niet-Oostenrijkse gijzelaars? Waldheim had uiteraard gevraagd of die ook konden worden vrijgelaten en hij mocht melden dat Saddam Hussein daarop weliswaar geen onmiddellijk antwoord had, maar het verzoek 'in gedachten zou houden'. Nauwelijks was hij uitgesproken of weg was de Oostenrijkse president alweer. Naar de studio van het mondiaal uitstralende kabeltelevisiestation CNN, voor het afgesproken exclusieve vraaggesprek waarin hij wederom niets nieuws kon melden.

De honderden medewerkers van de grote televisiemaatschappijen die tijdelijk in Jordanie hun hoofdkwartier voor het Midden-Oosten hebben opgeslagen, zijn best bereid het toe te geven: ook zij zijn gijzelaars. Een of twee dagen van Kurt Waldheim en al drie weken van Saddam Hussein.

De televisie met haar geeuwhonger naar bewegende beelden is bereid alles maar dan ook alles wat de man-in-het-nieuws kwijt wil direct, en soms zelfs integraal, de wereld rond te sturen en de baas van Irak maakt daarvan slim gebruik.

Onmiddellijk na de bezetting van Koeweit ontbrandde tussen de grote Amerikaanse omroepen de wedstrijd om het eerste vraaggesprek van een eigen presentator in Irak. Een wedstrijd die dank zij zijn relaties met het Jordaanse koninklijk paar werd gewonnen door Ted Koppel van ABC, maar erg belangrijk is dat niet. Hij werd op de voet door anderen gevolgd. Naar verluidt is het afgelopen weekeinde ook de Amerikaanse zwarte politicus Jesse Jackson naar Irak afgereisd in de hoop op een interview met Saddam Hussein voor zijn Jesse Jackson Show. Als het hem lukt en zijn gesprekspartner nog wat meer verdeeldheid wil zaaien in de Verenigde Staten, krijgt Jackson op de terugweg nog een paar gijzelaars mee.

Gastheer

De president van Irak heeft van het begin van de crisis met toespraken, 'initiatieven' en open brieven, die door de radio en de televisie van zijn land werden uitgezonden, ook de buitenlandse media aardig beziggehouden. En als het nog niet duidelijk was dat hij graag zelf het scenario schrijft voor de berichtgeving over zijn persoon, dan nam hij afgelopen donderdag de laatste twijfel weg door op te treden als gastheer in zijn eigen gijzelaars-show. In een drie kwartier durende film nam hij onder andere vaderlijk de schoolproblemen van zijn jeugdige gasten door en legde hij hun uit dat zij 'helden van de vrede' zouden worden. Commentatoren over de hele wereld hebben het toneelstukje met hoon en afgrijzen ontvangen, maar het is wel uitgezonden en het is lang niet zeker dat alle kijkers het propagandakarakter hebben doorzien.

USA Today, de krant die als geen ander de harteklop van gemiddeld Amerika registreert, tekende afgelopen zaterdag uit de mond van mevrouw Kathy Majarek uit Ogden (Utah) op, dat de beelden haar een 'goed gevoel' hadden gegeven. Mevrouw Majarek heeft familie die vastzit in Irak. Zij zei: 'Ik zou me beter voelen als zij hier thuis waren. Maar het interview heeft ervoor gezorgd dat... well, er wordt hun tenminste geen kwaad gedaan.'

Die conclusie mag Saddam Hussein als winst in zijn boeken schrijven.

De Iraakse dictator houdt zich al geruime tijd bezig met de rol van de media. In april van dit jaar klaagde hij tegenover een delegatie van Amerikaanse senatoren dat de berichtgeving uit het Westen veel meer invloed heeft dan die uit de Arabische wereld. Zonder dat zij het wisten maakte hij een bandopname van dat gesprek en na afloop publiceerde hij de tekst ervan. Daaruit blijkt dat de Republikeinse senator Simpson op zijn klacht geantwoord heeft dat de media altijd cynisch en kritisch zijn als je ze op afstand houdt. Simpson adviseerde Saddam om ze juist uit te nodigen en in Irak te laten rondkijken. De president heeft dat advies ter harte genomen, zoals hij wel meer lessen heeft geleerd van de specialisten die waken over het imago van zijn tegenstrever in het Witte Huis.

Sinds eergisteren is Irak begonnen op betrekkelijk ruime schaal visa te geven aan Westerse journalisten die naar Bagdad willen. Tenminste, als het om televisiejournalisten gaat. 'Wij hebben instructies gekregen om de schrijvende pers niet toe te laten', zei gisteren een ambtenaar van de Iraakse ambassade in Amman. 'Logisch, wij zijn nu eenmaal veel makkelijker te controleren', legt een Nederlandse cameraman uit die om die reden voorlopig niet van plan is naar Irak te gaan.

Inderdaad laten de opnamen van buitenlandse televisieploegen in Bagdad tot nu toe niets bijzonders zien. Zij geven de illusie van journalistieke nabijheid, zonder inzicht te verschaffen in wat er bijvoorbeeld onder de bevolking leeft of binnen de regering wordt gedacht. Televisie is een medium dat toont, niet redeneert of interpreteert, en dan wreekt zich een beperkte bewegingsvrijheid wel heel sterk.

Als er gekozen moet worden tussen de beelden die Saddam Hussein voorschrijft of helemaal geen nieuws, geven de verslaggevers van een televisiestation als CNN voorlopig nog de voorkeur aan het eerste. Zij erkennen echter dat zich situaties kunnen voordoen dat zij op een ook voor hen niet meer acceptabele manier worden gemanipuleerd. Ed Turner, de hoogste baas van het station, heeft onlangs gezegd dat hij nog eens ernstig zal moeten nadenken over wat te doen als Saddam Hussein binnenkort een reeks uitzendingen onder de titel 'De gijzelaar van de dag' programmeert.

Waarschuwing

Maar zou de kritische kijker niet met het rechtstreeks kennis nemen van dergelijke propaganda zijn gediend? Mag hij zelf niet uitmaken wat goed voor hem is? Amerikaanse kranten laten de artikelen van verslaggevers die deelnemen aan de zeer beperkte rondleidingen bij de troepen in Saoedi-Arabie voorafgaan door de mededeling dat de redacteur niet op normale wijze en in vrijheid zijn werk heeft kunnen doen. Misschien is een televisievariant van die waarschuwing het overdenken waard: vergelijkbaar met het tandenborsteltje dat nu in beeld verschijnt zodra propaganda voor suikerhoudend snoepgoed wordt gemaakt.

Alle uitzendingen uit Bagdad verdienen voorlopig die waarschuwing. Interessant wordt het op den duur te zien hoeveel programma's uit het Vrije Westen ervoor in aanmerking komen.